Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

De nederjazz exporteert zichzelf

De tweejaarlijkse Dutch Jazz Meeting zet het huidige Nederlandse jazz-aanbod in de etalage voor de rest van de wereld.

Fay Claassen. „Ze is een blijver.” Foto Lex van Rossen FEE CLAASSEN T.A.V. C.S. WIBBINE FOTO LEX VAN ROSSEN Jazz jazzzangeres
Fay Claassen. „Ze is een blijver.” Foto Lex van Rossen FEE CLAASSEN T.A.V. C.S. WIBBINE FOTO LEX VAN ROSSEN Jazz jazzzangeres Rossen, Lex van

Het blijft een opmerkelijk gegeven: je slaagt erin om als jazzmusicus door te breken in eigen land, maar geeft uiteindelijk de meeste optredens in het buitenland. Reden: het geringe aantal Nederlandse jazzpodia, door de jaren heen geslonken door bezuinigingen, dat ook nog eens een strikt beleid voert. Musici zijn vaak maar eens per muziekseizoen welkom.

De tweejaarlijkse internationale Dutch Jazz Meeting, afgelopen weekeinde in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ en het BIMhuis, bood een uitgelezen kans voor Nederlandse jazzmusici om zich te presenteren. Doel: bevorderen van de naamsbekendheid en vergroten van internationale speelmogelijkheden. Met een grote jazzmarkt en twee concertavonden kunnen toonaangevende bands en solisten de bijna tachtig uitgenodigde buitenlandse festivalprogrammeurs, clubeigenaren en jazzpers proberen te verlokken tot boekingen en publiciteit.

Dat verlokken is nog een hele kunst, merkt jazzvocaliste Fay Claassen, wier laatste cd behoort tot ‘de beste van 2006’ volgens het New Yorkse jazzblad All About Jazz. Ze loopt rond met flyers en promotie-cd’s. ,,Ik ben er niet zo goed in om mijzelf te verkopen vanachter een kraam”, vertelt ze aarzelend. Gelukkig is ze één van de uitverkorenen voor een showcase die avond. ,,Ik ga mijn hart en ziel leggen in dat optreden. Het is mijn visitekaartje voor dit zeer kritische publiek.”

Ook Tineke Postma, de jonge Friese saxofoniste die met haar hedendaagse hardbop hoge ogen gooit in het buitenland, heeft gemengde gevoelens over ,,het leuren met jezelf”. Maar, stelt ze vast, het leggen van contacten is in de jazz onontbeerlijk. ,,Je moet je netwerk opbouwen. Een praatje nu kan later weer veel opleveren. En straks kom ik diezelfde gezichten ook weer tegen op de grootste jazzconferentie in New York.”

Concreet wordt er, behalve het uitwisselen van ervaringen en visitekaartjes, weinig verhandeld op deze jazzmeeting die wordt gesteund door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Opvallend is het ontbreken van gerenommeerde Europese jazzfestivals zoals van Montreux of Antibes. Zij richten zich alleen op VS-jazz.

Evengoed mag je als jazzorganisatie niet ontbreken, meent Eline Muller van de Amsterdam Jazz Agency, vertegenwoordiger van onder meer Jesse van Ruller, Randal Corsen en het ZAPP String Quartet. ,,Het clubcircuit in Nederland is zo klein, je bent hier snel uitgespeeld.” Tot haar spijt is het aantal Amerikaanse festivalorganisatoren en clubeigenaren dit keer gering. Groot is echter het aandeel Oost-Europese organisatoren. Maar dat is niet per se een voordeel. ,,Ze shoppen voor goedkope jazz. Ze willen voor een dubbeltje op de eerste rij. Met hun lage budgetten zijn ze erg enthousiast dat dat de Nederlandse jazz kan worden gesubsidieerd.”

Organisator Dutch Jazz Connection, ontstaan uit een samenwerkingsverband van Muziek en Theater Netwerk, het BIMhuis, Stichting Haast en het Nederlands Impresariaat, adviseert en helpt de musici bij het werven van buitenlandse concerten. ,,We moedigen zelfwerkzaamheid aan”, zegt Paul Gompes. ,,Als musicus móet je hier wat uit kunnen halen. Dus niet alleen kaartjes verzamelen. Juist daarna moeten ze bellen, materiaal sturen en persoonlijke afspraken maken. De spin-off volgt meestal later, het is een traag proces. Soms belt een organisator pas jaren later als er ineens een Nederlandse jazzavond wordt gepland.”

Het aardigst van de Dutch Jazz Meeting zijn de concerten in zapvorm: zes bandjes per avond. De jazz, van moderne mainstream jazz tot minimale improjazz en hippe popjazz, staat kort maar krachtig in de etalage. Na weinig speeltijd is het hopen dat de buitenlandse jazzbobo’s genoeg hebben gezien om je te inviteren. De heldere Chet Baker-interpretaties van Fay Claassen maken in elk geval indruk. ,,Ze is een blijver”, stelt Paul de Barros, criticus voor The Seattle Times en het Amerikaanse jazztijdschrift Down Beat, na afloop vast.

Ook over de optredens van saxofoniste Postma en het duo Ramon Valle en Eric Vloeimans is hij enthousiast. Maar het Nederlandse aanbod heeft ook zwakke plekken. ,,De jazz die zich nadrukkelijk presenteert als vernieuwend met dance of rock ‘n’ roll-invloeden is afschuwelijk. Je kunt niet vernieuwen als je naar mijn idee de basis niet beheerst. Het klonk zeer onsamenhangend.”

Canadees Ken Pickering, programmeur van onder meer het Vancouver International Jazz Festival, benoemt de Nederlandse geïmproviseerde muziek tot ,,unieke, maatgevende muziek”. Hij komt nooit zonder een act thuis. ,,Hollandse jazz is van een hoog niveau en de toewijding van de musici is bewonderenswaardig. Vooral de musici met een eigen visie spreken me erg aan.”