Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Duurzaamheid

De biobrandstof-farce

Milieudefensie heeft bewezen dat groene stroom het milieu ernstig kan vervuilen. Dat geldt zeker voor stroom die is opgewekt uit geïmporteerde palmolie. Die is voornamelijk afkomstig uit Indonesië, waar regenwouden worden gekapt voor de aanleg van plantages voor palmen. Het kappen en verbranden van die moeraswouden in Zuidoost-Azië is verantwoordelijk voor acht procent van de uitstoot van het broeikasgas CO2 in de wereld. Dat hebben deskundigen van Wetlands International en WL Delft Hydraulics uitgerekend. Op grond van een klacht van Milieudefensie heeft de Reclamecodecommissie geoordeeld dat het Nederlandse energiebedrijf Essent de consument verkeerd voorlicht door de stroom uit palmolie duurzaam te noemen. De tientallen miljoenen aan milieusubsidies die aan deze vuile vorm van stroomopwekking zijn besteed, blijken een averechts effect te hebben gehad. In plaats van een reductie van CO2 , is er juist kooldioxide bijgekomen.

Dit voorbeeld roept vragen over de subsidie-industrie die rond biobrandstoffen is ontstaan. Omdat voor het maken van biobrandstoffen door middel van landbouwwerktuigen veel energie nodig is, valt het rendement tegen. Bij elke nieuwe subsidie gaan bedrijven aan het werk om een goedkope wijze van productie te vinden waarbij de grenzen van de regeling worden opgezocht. Dat geldt ook voor verplichtingen tot levering van biobrandstoffen. De Nederlandse regering verplicht de oliemaatschappijen straks in benzine bijna zes procent biobrandstof bij te mengen. De herkomst van deze brandstof is onbekend, zodat er geen enkele garantie is dat de ethanol niet afkomstig is uit bijvoorbeeld het Braziliaanse regenwoud, met extra CO2 -schade. De richtlijnen voor duurzaamheid van biobrandstof die zijn opgesteld door een Nederlandse werkgroep zijn nog niet van kracht.

Biobrandstoffen zijn niet alleen vaak slecht voor het milieu, maar ze leggen ook beslag op de wereldvoedselvoorraad. De gebruikte grondstoffen worden ook gebruikt voor eten. Wetenschappers hebben uitgerekend dat alleen al de voor het Nederlandse wagenpark benodigde biobrandstof 100 miljoen mensen zou kunnen voeden. Auto’s en energiecentrales gaan dan concurreren met arme gezinnen die kinderen moeten voeden.

De Nederlandse overheid werkt aan regels voor duurzame productiemethoden die het regenwoud ongemoeid laten. Toch blijven de inspanningen in de biobrandstofhandel onbelangrijk vergeleken bij de CO2 -uitstoot die kan uitblijven door bezuiniging op energie. Met de bestaande technologie kan er op autobrandstof veel meer worden bespaard dan er aan biobrandstof wordt bijgemengd. Nederland zou een voorbeeld moeten nemen aan de Amerikaanse deelstaat Californië die steeds hogere eisen stelt aan het gemiddelde brandstofgebruik van daar verkochte auto’s. Als een deelstaat van het federale Amerika op dit terrein een eigen beleid kan voeren, zou een lid van de losse statenbond die de EU is, dat zeker moeten kunnen doen.

Het voorbeeld van de palmolie toont aan dat loze maatregelen om te voldoen aan het Kyotoverdrag tegen klimaatverandering uiteindelijk worden ontmaskerd.