‘Ik wil straks wat achterlaten’

Zwemfinales in de ochtend – het is Pieter van den Hoogenband (28) een gruwel. „Mijn gevoel zegt nu dat ik niet moet toetreden tot de atletencommissie van het Inter- nationaal Olympisch Comité.”

Pieter van den Hoogenband: „Mijn belastbaarheid is minder, het herstel vergt meer tijd.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold geldrop 08-12-2006 pieter van den hoogenband foto rien zilvold
Pieter van den Hoogenband: „Mijn belastbaarheid is minder, het herstel vergt meer tijd.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold geldrop 08-12-2006 pieter van den hoogenband foto rien zilvold Zilvold, Rien

Het sms-bericht vanuit Madrid zorgde voor een grijns op zijn gezicht. „‘Ik ga met je mee naar Peking, maar dan wil ik wel bij jou op de kamer’, sms’te Ruud, nadat hij bij het WK hockey kort met Charles van Commenée (technisch directeur NOC*NSF, red.) had gesproken. Dat vond ik wel geinig. Ik moet nog maar zien of hij uiteindelijk meedoet, al ken ik hem als iemand die zijn woord houdt.”

Al jaren onderhoudt Pieter van den Hoogenband een vriendschappelijke band met de voetballer die afgelopen zomer in ongenade raakte bij het Nederlands elftal, Ruud van Nistelrooy. Vorige week hadden beiden elkaar nog anderhalf uur aan de lijn. „Ruud is ondanks zijn heldenstatus een gewone Brabantse jongen gebleven, en daarnaast een sportfanaat pur sang. Dat bewonder ik. Ik ken ook jongens die bij PSV en het Nederlands elftal hebben gevoetbald en nooit naar een wedstrijd op tv keken. Zo is hij niet. Hij wil voetballen, hij wil leren, hij wil presteren. Zelfs nu nog, na alles wat er gebeurd is, praat hij met respect over [bondscoach] Van Basten. Dat oranje shirt betekent wat voor hem.”

Zelf beleefde de drievoudig olympisch kampioen uit Geldrop de afgelopen maanden ook mindere momenten. Zo werd hij zondag, op de slotdag van de WK-kwalificatiewedstrijden in Eindhoven, met opvallend ruim verschil (0,66 seconde) verslagen op de 50 meter vrije slag. Nota bene door de afzwaaiende John Kenkhuis, van wie hij nog nimmer had verloren. „Het liep gewoon niet, vanaf dag één al niet: een te hoge slagfrequentie, een steeds zwaardere ademhaling. Zaterdag verging ik van de spierpijn toen ik opstond. Maar ja, die honderd meter in eigen bad zeg je niet af. Ik won ’m, zij het met moeite. Een dag later verloor ik die vijftig van Johan. Niet leuk, maar een verrassing was het niet.”

Nederlands succesvolste zwemmer uit de geschiedenis is immers geen achttien meer. „Ik moet voorzichtig zijn. Op vrijdagochtend doe ik tegenwoordig weinig meer, anders wordt het gewoon te veel. Dan stapelt het zich op. Mijn belastbaarheid is minder, het herstel vergt meer tijd dan voorheen. Dat is niet erg en ook geen schande, als je maar weet wat je wel kan. Daar gaat het om. Aan de kwaliteit ligt het niet. Die kan ik nog steeds leveren.”

Kenkhuis ook, maar de 26-jarige sprinter heeft besloten om morgen, op de slotdag van de EK kortebaan (25 meter) in Helsinki, het water voorgoed te verlaten. Van den Hoogenband: „Johan heeft niet het maximale uit zijn carrière gehaald, maar hij durft tenminste een keuze te maken. Dat hij nu stopt is doodzonde voor de estafette. Daarin was hij altijd een van de vaste frontsoldaten, die nooit verzaakte.”

Naast Kenkhuis haakte vorige maand ook de zwemmer af die als een rode draad door VdH’s carrière loopt: Ian Thorpe. Van den Hoogenband probeerde dit najaar vergeefs in contact te komen met zijn Australische rivaal, die hij zes jaar geleden bij de Olympische Spelen in Sydney versloeg in een heroïsch gevecht op de 200 vrij. „Ik wilde hem graag spreken, ook vanwege dat besluit van het IOC [om de finales in Peking naar de ochtend te verplaatsen], maar ik kwam niet verder dan zijn management, terwijl de tijd begon te dringen omdat die protestbrief de deur uit moest. Hij steunde ons, maar niet openlijk via de pers, want hij was te druk om alles weer op de rit te krijgen. Ik dacht: óf hij is volledig gefocust op de komende wereldkampioenschappen [eind maart] in eigen land, en dan wordt het dus oppassen in Melbourne. Óf hij zit zo met zichzelf in de knoop.”

Dat laatste bleek het geval, en dus kondigde Thorpedo zijn afscheid aan. Van den Hoogenband toont begrip voor het besluit van zijn pas 24-jarige collega met de uitpuilende prijzenkast. „Iedereen trekt vergelijkingen tussen ons beiden, maar dat slaat nergens op. Die jongen was vijftien jaar toen hij wereldkampioen werd. Op die leeftijd zwom ik de Jeugd Olympische Dagen, en was ik als een kind zo blij dat ik überhaupt aan een internationale wedstrijd mee mocht doen. Mijn weg is – gelukkig – veel geleidelijker verlopen.”

Mede daarom houdt hij het al zo lang vol, ook al sputtert het lichaam zo nu en dan tegen. Zijn droom? In Peking de eerste zwemmer worden die drie keer op rij het koningsnummer van de zwemsport wint bij de Olympische Spelen, de 100 meter vrije slag. „Ik hou niet zo van de term ‘leuk’, maar daarnaast vind ik ook leuk om anderen in de laatste fase van mijn carrière bij te staan met kleine aanwijzingen waar ze ook daadwerkelijk wat aan hebben. Ook dat stimuleert mij; houdt mij scherp. Zoals nu, met Inge Dekker en Marleen Veldhuis, die afgelopen zomer bij ons zijn gekomen. En vergis je niet: die meiden kunnen zwemmen. Als het aankomt op de beenslag, moet ik echt mijn best doen om ze voor te blijven. Ook al heb ik grotere voeten.”

Niet iedereen staat te juichen over de machtsconcentratie die zich in Eindhoven heeft voltrokken onder leiding van zijn tot technisch directeur gepromoveerde coach Jacco Verhaeren. Van den Hoogenband: „Iedereen mag denken en roepen wat-ie wil, maar neem van mij aan dat je als topsporter af en toe je hart moet durven volgen. Zwemmen in Nederland heeft een wankele basis. Je ontkomt er hier niet om de krachten te bundelen. Had Marleen dan in Amsterdam moeten blijven om daar de kar te trekken, en haar eigen carrière moeten opofferen? Nee toch zeker!?”

Ongevoelig zegt Van den Hoogenband te zijn voor alle kritische noten, maar de vraag is of dat zo is. Nog niet zo lang geleden wond hij zich op over de inhoud van een forum op internet. Zuchtend: „Als een of andere site een podium geeft aan allerlei gekken die, niet gehinderd door enige kennis, allerlei onzin mogen spuien, ja, dan irriteert mij dat. In dit geval was de aanleiding een meisje van onze club dat haar persoonlijk record fors had verbeterd. Een of andere gefrustreerde ouder met een dochter van dezelfde leeftijd stelde vervolgens dat nu is bewezen dat bij PSV dope wordt gebruikt. Dat gebeurde uitgerekend op het moment dat ik net op het punt stond een contract te sluiten. Zo’n sponsor kan ook googelen. Als je naar een feestje gaat en je wordt telkens op je hoofd gescheten, dan bedenk je je de volgende keer wel drie keer voor je gaat.”

Florissant staat het Nederlandse zwemmen er anno 2006 niet voor, beseft Van den Hoogenband. „We zijn bezig met een inhaalslag. Na de successen van ‘Sydney’ (vijf gouden medailles, red.) gingen vele bestuurders het succes claimen, maar knopen werden er niet doorgehakt. Mede daarom hebben we toen voor onszelf gekozen. Met de Philips-ploeg wilden we een professioneel klimaat afdwingen. Dat is niet gelukt. Gevolg van ons initiatief was dat elders ook allerlei zogenaamd professionele ploegjes ontstonden, die geen faciliteiten hadden en slechts gebakken lucht verkochten. In die onoverzichtelijk situatie ging iedereen eisen stellen, die nog werden gehonoreerd ook. Nam de reservezwemster van de vrouwenestafette haar eigen hometrainer mee op trainingskamp. Een paar mensen waren succesvol, maar iedereen ging aan de kar hangen.”

Was dat de afgelopen maanden maar gebeurd, toen Van den Hoogenband achter de schermen campagne voerde om het Internationaal Olympisch Comité (IOC) ertoe te bewegen bij de Zomerspelen van Peking (2008) vast te houden aan het traditionele zwemprogramma: ’s ochtends series, ’s avonds (halve) finales. Zijn opzet mislukte. Over minder dan twee jaar moeten de zwemmers in de ochtenduren te water voor hun finales, vooral om commerciële belangen van de Amerikaanse IOC-geldschieter en tv-zender NBC te dienen. „Ik ben een romanticus, ik hou van bepaalde tradities. Sinterklaas moeten we ook niet afschaffen. Met terugwerkende kracht heb ik onderschat hoever de zaak al gevorderd was. Ik hoorde wel eens wat, maar vernam telkens dat het wel goed zou komen. Inmiddels heb ik een streep onder de affaire gezet. Het zij zo, ik zal moeten zorgen dat ik in Peking met de omstandigheden uit de voeten kan. Wie weet gaan wij wel manipuleren met daglicht om zo mijn bioritme en dus de prestaties positief te beïnvloeden.”

IOC-voorzitter Jacques Rogge, die hem vlak voor het finale oordeel persoonlijk belde, zegt hij niets kwalijk te nemen. „Hij doet wat hij kennelijk moet doen. Al heb ik wel de indruk dat hij onder het gewicht van zijn functie langzaam maar zeker een beetje vervreemd is geraakt van de werkvloer. Nu blijkt dat de beslissing al genomen was op het moment dat hij mij belde. Daarom ook probeerde hij het besluit toen al een beetje te verdedigen. Het probleem ligt bij de [wereldzwembond] FINA. Die wilde per se het openwater (tien kilometer) op de Spelen hebben. In ruil daarvoor hebben zich inschikkelijk opgesteld. Dan heb je dus geen ruggengraat, geen visie. Amateuristisch gedoe, anders kan ik het niet noemen.”

Maar ook de twee betrokken atletencommissies (FINA en IOC) hebben liggen slapen, constateert hij. Of had hij zelf eerder in actie moeten komen. En bijvoorbeeld kroonprins en IOC-lid Willem-Alexander voortijdig moeten inschakelen? Hoofdschuddend: „Er stonden te veel seinen op rood. Als ik alle betrokken mensen en instanties had moeten ompraten, dan was ik een jaar bezig geweest. Tegen zoveel onkunde kan je niet vechten.”

Zijn idyllische beeld van de olympische beweging ligt in elk geval aan duigen. „Het hoort erbij, maar dit haalt wel de glans af van de Spelen. Kom bij mij ook niet meer aanzetten met de olympische gedachte en dat soort dingen. Dat geloof ik nu wel.”

En toetreden tot de atletencommissie van het IOC, waar ooit sprake van was? „Peter Blangé heeft dat idee destijds geopperd nadat hij zelf niet in aanmerking bleek te komen voor een plaats, omdat hij ‘maar’ de aanvoerder van de Nederlandse volleybalploeg was. Zwemmen en atletiek zijn de grote sporten van de Spelen. Als iemand ooit de kans zou hebben toe te treden, dan was ik het, zei hij. Maar na deze hele gang van zaken heb ik zoiets van: nooit van mijn leven! Aan de andere kant: als niemand meer iets met die club te maken wil hebben, dan blijft het zoals het is. Misschien dat ik als lid te zijner tijd wél aan de bel kan trekken. Kijk, mijn universiteit is de topsport, en daarin ben ik afgestudeerd. Misschien mag ik mezelf zelfs wel professor in de zwemkunst noemen. Met die kennis wil ik later wat doen, liefst onder begeleiding van een soort mentor à la Joop Alberda. Maar mijn gevoel ten aanzien van het IOC zegt op dit moment nee. Als ik iets doe, wil ik dat met volle overgave kunnen doen.”