Een gedwongen huwelijk

Rusland heeft Duitsland uitverkozen als draaischrijf voor zijn energiepolitiek. Wat betekent dat indien energiepolitiek ook geopolitiek is? Dreigt er Russisch gevaar?

Vanaf 1 januari heeft de Duitse voetbalclub Schalke 04 uit Gelsenkirchen een nieuwe hoofdsponsor: ’s werelds grootste producent van aardgas, het Russische staatsbedrijf Gazprom.

Duitsland ondergaat een Russisch charmeoffensief dat niet beperkt blijft tot voetbal. Een jaar geleden tekenden president Poetin en toenmalig bondskanselier Schröder breed glimlachend een contract. Zij besloten tot de bouw van een pijpleiding waardoor Russisch aardgas via de Oostzee naar Duitsland zou stromen. Woedende reacties uit Polen en de Baltische staten volgden. Zij voelden zich, letterlijk en figuurlijk, gepasseerd.

Vervolgens joeg Poetin, aangemoedigd door de hoge gas- en olieprijzen, twee maanden geleden ook de Verenigde Staten op de kast met de aankondiging dat het gas uit het reusachtige Sjtokmanveld in de Barentsz Zee toch niet naar Amerika zou gaan, zoals met het Amerikaanse Chevron en ConocoPhillips leek afgesproken. Hij had een nieuwe bestemming gekozen: Duitsland.

Wat betekent dit? Waarom zoekt Rusland juist Duitsland op? Wat zijn de plannen van Poetin, en van Gazprom? Hoe stelt de huidige bondskanselier, Angela Merkel, zich op?

Claudia Kemfert, hoogleraar energie-economie aan de Humboldt Universiteit in Berlijn, heeft op die vragen één antwoord: „Rusland wil met zijn gas Europa in zijn macht krijgen, en het gebruikt Duitsland daarbij als verdeelpunt. De plannen van president Poetin zijn voor ons potentieel gevaarlijk.”

Niet iedereen is bang voor Rusland. Zo vindt energiespecialist Roland Götz, werkzaam bij het Duitse instituut voor internationale betrekkingen SWP in Berlijn, de politieke commotie in Europa over een ‘Russisch gevaar’ overdreven. Alarmerende koppen in de Duitse media als ‘Die Russen Kommen’ (Der Spiegel) noemt hij lachwekkend. Poolse woede over de Russisch-Duitse pijpleiding door de Oostzee? „Opgeklopt”, zegt Götz. Europa steeds afhankelijker van Russisch gas? „Halve waarheid.”

Over Rusland doen in Europa twee verhalen de ronde. Het ene zegt dat er met de Russen prima zaken te doen is. Gazprom levert tenslotte al veertig jaar onafgebroken en betrouwbaar gas aan West-Europa, en zal dat ook blijven doen. Dat het staatsbedrijf Gazprom méér wil in West-Europa is begrijpelijk. Het is een grote gasmarkt, die bovendien nog aldoor groeit. De prijzen lijken structureel hoog te blijven. De komende decennia raakt het continent door zijn eigen gasvoorraden heen, dus zal het de brandstof van elders moeten halen. Poetin, op zijn beurt, wil alleen maar munt slaan uit de Russische grondstoffenvoorraad.

Er is ook een andere visie: het Kremlin is niet te vertrouwen. Poetin renationaliseert de energie-industrie, desnoods met alle middelen (zie Yukos), en gebruikt die industrie als politiek instrument om het aanzien van Rusland als erfgenaam van een supermacht op te vijzelen. Dat Gazprom de gasprijzen voor Oekraïne en Georgië heeft verdubbeld, wordt als een voorbode gezien. Het was een straf voor een te westerse oriëntatie van de twee voormalige Sovjetrepublieken. En als Europa verbolgen reageert op het feit dat Rusland de gaskraan naar Oekraïne dichtdraait, dan antwoordt Poetin gebeten dat de gasleveranties aan Europa ook verplaatst kunnen worden naar Azië.

„Altijd maar weer dat dreigen, en die harde toon”, zegt politicoloog en Ruslandkenner Michael Sander, verbonden aan de Universiteit van Trier. Volgens hem voert Rusland een slecht buitenlands beleid. „Een zachte factor, een ideologie waarmee je landen aan je kunt binden, speelt bij dat beleid geen enkele rol”, zegt Sander. „Met als gevolg dat zich bij elk incident het ressentiment versterkt dat Rusland juist wil bestrijden.” Neem het verbieden van (kritische) non-gouvernementele organisaties. Neem de moordaanslagen op de journaliste Anna Politkovskaja of de ex-spion Alexander Litvinenko. Neem de dreigementen tegen energieconcerns als Shell of ExxonMobil. Het werkt allemaal tegen Rusland, tegen Poetin.

Sander gelooft niet dat Poetin voor alles verantwoordelijk is. „Hij is niet zo machtig als vaak wordt geschetst. Ik heb eerder het idee dat zijn netwerk hem door de vingers aan het glippen is.” De politicoloog weet niet zo goed wat te denken van Rusland. De prijsverhogingen die het heeft doorgevoerd voor Oekraïne, Wit-Rusland en Georgië hebben inderdaad een economische ratio. Maar wat dan wel weer opvalt is de timing van die verhogingen. (zie: Rusland en zijn buren).

Rusland wordt ook assertiever jegens West-Europa. Russische bedrijven hebben gezegd een belang te willen nemen in Deutsche Telekom. Het Kremlin heeft voorgesteld om de Russische luchtvaartindustrie en het Frans-Duitse defensieconcern EADS, waarin het al een belang heeft en waar het op zeggenschap uit zou zijn, te integreren. Gazprom wil een belang nemen in een grote Duitse energieleverancier, zoals RWE of Eon. Poetin heeft gezegd dat hij van Duitsland een draaischijf wil maken voor de verkoop van Russisch gas in Europa. Bondskanselier Angela Merkel hield de boot beleefd af (zie: Duitsland behoedzaam jegens Kremlin).

Energiespecialist Götz kijkt er niet van op dat Russische ondernemingen de drang hebben om ook als investeerder in Duitsland voet aan de grond te krijgen. Het is gewoon een logische bedrijfseconomische strategie. Dankzij de stijging van de olieprijzen zijn sommige Russische bedrijven snel zeer rijk geworden. Maar zij kunnen zich alleen verder ontwikkelen als ze ervaring opdoen op ontwikkelde markten. „Ze zijn groot en sterk en zijn nu zover dat ze aan de globalisering kunnen deelnemen”, zegt hij tijdens een gesprek met buitenlandse journalisten. Via Wingas, een gezamenlijke onderneming van Gazprom en het Duitse BASF, leveren de Russen nu al gas aan de Duitse eindgebruiker. Volgens Götz leeft de ‘angst voor de Russen’ vooral bij Duitse topmanagers die bang zijn hun baan kwijt te raken. „Economisch gezien is er niets op tegen als Russische ondernemingen in Duitse bedrijven participeren.”

Maar professor Kemfert heeft een andere mening. Zij gelooft niet dat uitsluitend economische motieven een rol spelen. Het is begrijpelijk dat Rusland een nieuwe pijpleiding naar Europa wil aanleggen, omdat 80 procent van het gas nu door de oude leiding door Oekraïne stroomt. De nieuwe leiding loopt door zee. Dat heeft als voordeel dat er geen transit fees betaald hoeven te worden. Maar dat voordeel is betrekkelijk. Volgens Kemfert is de pijpleiding door zee veel duurder dan die zou zijn over land, zelfs als je de transit fees meetelt. „Niks economische ratio. Gewoon politiek.”

Kemfert vindt dat Duitsland op zijn hoede moet zijn. Zeker waar het energie betreft. Het land heeft de komende decennia veel gas nodig. Er is een begin gemaakt met de geleidelijke ontmanteling van de negentien Duitse kerncentrales. Ze leveren nog een kwart van alle stroom. Dat vermogen moet straks vervangen worden, door gascentrales als Duitsland geen kolencentrales wil. De Europese Commissie heeft strengere regels aangekondigd om de uitstoot van het broeikasgas CO2 terug te dringen. Dat treft in Duitsland onder meer de kolencentrales.

Consultantbureau McKinsey heeft berekend dat Duitsland zo’n 100 miljard euro moet investeren in gascentrales wanneer de kernenergie straks is beëindigd en de CO2-normen zouden worden aangescherpt.

Van het aardgas dat Duitsland importeert is nu al 42 procent afkomstig uit Rusland – de rest komt voornamelijk uit Nederland en Noorwegen. Dat percentage zal in 2020 gestegen zijn tot bijna 70 procent. „Zo ontstaat een wel heel grote afhankelijkheid”, stelt Kemfert vast. En een gevaar, volgens haar. „Stel je voor, Gazprom verdubbelt straks de prijzen voor Europa, en wij hebben geen alternatieven.”

Europa zou zijn gas daarom van meer landen moeten betrekken. Van Iran bijvoorbeeld, of Qatar. De aankondiging eerder deze week dat Europa een gaspijpleiding wil gaan aanleggen vanuit Kazachstan en via Turkije – dus niet door Rusland – kan Kemfert alleen maar toejuichen. Europa zou ook strategische noodvoorraden moeten aanleggen, zoals het sinds de oliecrises doet voor olie – daarmee kan Europa zich in geval van een onderbreking van de olieleverantie voor 90 dagen van deze brandstof voorzien.

Götz blijft bestrijden dat Europa eenzijdig afhankelijk van Rusland is. De Europese Unie en Rusland zijn volgens hem van elkaar afhankelijk. Hij rekent voor. Rusland produceert jaarlijks zo’n 600 miljard kubieke meter aardgas. Het leeuwendeel, 400 miljard, is voor eigen gebruik. De rest wordt geëxporteerd. Ongeveer 150 miljard gaat naar West-Europa. Rusland is dus voor 75 procent van zijn gasexport van Europa afhankelijk. Europa op zijn beurt is slechts voor 40 procent van zijn consumptie van Rusland afhankelijk. „Rusland heeft dus verreweg het meeste te verliezen. Eigenlijk is er geen probleem”, stelt Götz vast.

Ook Jonathan Stern van het Oxford Institute for Energy Studies onderstreept de wederzijdse afhankelijkheid. „Ook al zouden Europa en Gazprom van elkaar afwillen, ze zouden het niet kunnen”, zegt deze energie-expert. Voordat Europa een alternatief heeft gevonden voor het Russische gas, is het tien tot vijftien jaar verder. Op zijn beurt heeft Gazprom voor de vele pijpleidingen die nu naar Europa lopen niet zomaar een andere bestemming, en voor het gas dat er doorheen stroomt – waarvoor het vorig jaar 30 miljard euro ontving – evenmin een andere afnemer. Stern: „Gaspijpleidingen zijn als huwelijken, alleen bindender.”

Toch dreigt er gevaar, zelfs een groter gevaar volgens Stern. Gazprom investeert te weinig in het vinden en winnen van nieuwe gasvelden in Rusland, al ontkent Gazprom dat. „Over een paar jaar zal Gazprom zijn contractverplichtingen jegens Europa niet meer kunnen nakomen”, vreest Stern.