Kommervolle nachten

Patricia de Martelaere: Nachtboek van een slapeloze. Querido, 134 blz. € 16,95
Patricia de Martelaere: Nachtboek van een slapeloze. Querido, 134 blz. € 16,95

Patricia de Martelaere: Nachtboek van een slapeloze. Querido, 134 blz. € 16,95

De eerste roman van Patricia de Martelaere, Nachtboek van een slapeloze, verscheen in 1988 bij Uitgeverij Den Gulden Engel te Wommelgem. Ze kreeg er een Belgische debuutprijs voor. In Nederland bleef het onopgemerkt. Haar oeuvre begint hier bij de roman De schilder en zijn model (Meulenhoff, 1989).

Nachtboek van een slapeloze doet niet onder voor haar latere romans, zo blijkt, uit de nieuwe heruitgave. Op het omslag staat een mannetje in stemmige grijstinten, geschilderd door de Franse kunstenaar Jean Rustin. Een aandoenlijke figuur met afgezakte schouders, een scheve mond en een hulpeloze blik in de roodomrande ogen. Hij oogt komisch en wanhopig tegelijk. En dat is precies de indruk die je krijgt van De Martelaere’s hoofdpersoon, die een nachtboek bijhoudt omdat hij niet kan slapen. Hij probeert de moed erin te houden. Zijn nachtboekaantekeningen zijn laconiek van toon. Aanvankelijk lukt het hem nog wel om zich voor te doen als iemand die weliswaar geen oog dichtdoet, maar verder goed functioneert. Gezond, gelukkig getrouwd, vijf normale kinderen, acceptabele kantoorbaan. Hij voelt zich overdag zo fris als een hoentje. Hij heeft er alleen moeite mee dat hij ’s nachts als enige wakker is en dan geen aanspraak heeft. Zodoende moet hij, zoals hij het beeldend uitdrukt, ‘door de nacht zeilen als op een spookschip.’

Een oorzaak voor zijn slapeloosheid kan hij niet vinden. Hij weet dat hij zich er niet druk of angstig om moet maken, want dan komt hij er nooit meer vanaf. ‘De vrees veroorzaakt het gevreesde. Slapeloosheid is een gevolg van zichzelf.’ Deze niet-verklaring bevredigde mij niet helemaal. Er moet toch iets zijn, waardoor deze kantoorman de slaap niet kan vatten. Een slecht geweten? Muizenissen? Er is reden te over, zo blijkt tussen de luchtige regels door, tot enige bekommernis. De twee dochters vertonen zelfmoordneigingen en twee van de drie zoons lijden aan een ernstige vorm van misantropie. Voeg daar het drankprobleem van de vader bij, een suggestie van incest en een toenemend gebruik van zware slaapmiddelen en het is duidelijk dat het niet goed komt met de melancholieke slapeloze, hoe droogjes zijn nachtboekzinnen tot het bittere einde ook zijn.

Als zijn lievelingsdochter intrekt bij haar vriend, verliest hij zijn laatste levensmoed. Leven, meent hij, doe je voor abstracte idealen zoals een geloof of een moraal. Als je dat niet hebt, dan leef je in zijn ogen voor niets: ‘voor de dwaze inhoud van het leven zelf: eten, drinken, slapen.’ En als dan ook het slapen niet meer wil lukken, dan blijft er niets anders over dan het lot in eigen hand te nemen. En zo verkeert dit wonderlijke luchtige, maar ook zo droefgeestige nachtboek in een beklemmende, nagelaten bekentenis.