Faam Ajax begon in de mist

Ajax speelde 40 jaar geleden de beroemde mistwedstrijd tegen Liverpool.

Ajax won met 5-1 en zorgde voor een omslag in het Nederlandse voetbal.

Vanuit het doel van Liverpool-keeper Lawrence was slechts een deel van het veld te zien. Foto Spaarnestad Voetbal, Europacup (EC) I, Seizoen 1966/1967, Ajax - Liverpool (5-1). De beroemde ''mistwedstrijd'' in het Olympisch stadion. Een treffend beeld van de zware mist waarin de wedstrijd werd gespeeld, De keeper van Liverpool Tommy Lawrence staat verloren voor zijn doel, Olympisch Stadion Amsterdam 7 December 1966.
Vanuit het doel van Liverpool-keeper Lawrence was slechts een deel van het veld te zien. Foto Spaarnestad Voetbal, Europacup (EC) I, Seizoen 1966/1967, Ajax - Liverpool (5-1). De beroemde ''mistwedstrijd'' in het Olympisch stadion. Een treffend beeld van de zware mist waarin de wedstrijd werd gespeeld, De keeper van Liverpool Tommy Lawrence staat verloren voor zijn doel, Olympisch Stadion Amsterdam 7 December 1966. Spaarnestad

De voorbereiding van Ajax op het Europa-Cupduel met de befaamde Engelse kampioen Liverpool verloopt die zevende december in 1966 chaotisch. De spelers zijn met eigen vervoer naar het KNVB-sportcentrum in Zeist gekomen. Een luxe touringcar bezit de club nog niet. Eén voor één verlaten de spelers en de staf het parkeerterrein in het Zeister bos. Het is dan al mistig.

Klaas Nuninga, Piet Keizer, Johan Cruijff en Henk Groot stappen in de Citroën DS van Sjaak Swart. „Een enorme strijkbout”, typeert Groot als hij nu terugdenkt aan de ‘bak’ van de sigarenhandelaar. De motor pruttelt, maar start niet. De bougies zijn in het vochtige bos aangetast. „Jullie moeten met z’n allen duwen”, roept Swart enigszins in paniek. Ze stappen uit, duwen de auto richting de uitgang. Na een half uur slaat de motor aan. Als de volle Citroën in Amstelveen bij molen De Dikkert arriveert, het verzamelpunt, is de rest van de selectie al naar het Olympisch Stadion.

Swart stuurt zijn auto met hoge snelheid over de Amstelveenseweg. Als ze zich melden bij Michels blijkt de trainer niet boos, maar opgelucht. „Ik ben blij dat jullie er zijn.”

Het is dan nog maar de vraag of de wedstrijd doorgaat. De Italiaanse arbiter Antonio Sbardella aarzelt. In zijn land geldt als regel dat de scheidsrechter vanaf het ene doel het andere moet kunnen zien. Ajax wil voetballen. De spelers hebben zich opgeladen voor deze confrontatie, net als de 65.000 bezoekers.

Stadiondirecteur Dick Bessem heeft zelfs de luchtmacht gevraagd met vuurpotten de mist te verdrijven, maar ‘Soesterberg’ werkt niet mee. Ook Liverpool-trainer Bill Shankly voelt niets voor een dag uitstel. Zaterdag moet zijn team het topduel tegen Manchester United spelen. Scheidsrechtersbegeleider Leo Horn, een autoriteit in die dagen, weet Sbardella te overreden. Hij wijst op de internationale regel dat je vanaf de middenstip beide doelen moet kunnen zien en dat blijkt mogelijk.

Shankly heeft zich vooraf laatdunkend uitgelaten over de capaciteiten van het totaal onbekende Ajax. Maar al snel zal de befaamde Schotse manager wensen dat dit duel nooit is gespeeld. Cees de Wolf brengt Ajax in de derde minuut aan de leiding. De onbekende speler van het tweede elftal vervangt linksbuiten Piet Keizer, die bij een potje tafeltennis een enkelblessure heeft opgelopen. Weinigen zien alle goals, maar nog voor rust wordt het 4-0 door treffers van Johan Cruijff en Klaas Nuninga (2x).

De laatste wordt gemaakt uit een voorzet van Sjaak Swart. De rechtsbuiten is dan net teruggekeerd uit de catacomben. Vijf minuten voor tijd denkt hij een paar schimmen richting de kleedkamer te zien vertrekken. Swart baant zich nietsvermoedend ook een weg naar de spelerstunnel en wordt er in de gang op geattendeerd dat de wedstrijd nog aan de gang is. Hij sprint terug naar het veld en als hij de bal plotseling voor zijn voeten krijgt trekt de Amsterdammer het leer automatisch voor het doel waar Nuninga uit de mistflarden opdoemt en 4-0 maakt. De aanvallende middenvelder staat tegenover Tommy Smith, The Butcher (slager).

In de rust wil Shankly het liefst stoppen. Maar Sbardella voelt daar niets voor. In de 75ste minuut scoort Henk Groot uit een vrije trap 5-0. „Ik stond een meter of twintig van het doel”, kan hij zich herinneren. „Bennie Muller wilde hem ook wel nemen. Maar ik stuurde hem weg, terwijl het mijn taak helemaal niet was. Die bal zat er desondanks goed in.” Chris Lawler scoort een minuut voor tijd tegen, maar Liverpool, lijdt het grootste verlies sinds tijden. „Swart en Cruijff speelden geweldig in deze wedstrijd’, zegt Nuninga. „Johan was toen nog een individualistische spits. Later werd hij veelzijdiger.”

Voor de return bluft Shankly dat zijn ploeg de misstap van Amsterdam zal goedmaken en met 7-1 gaat winnen. De sfeer is grimmig op Anfield Road. Groot: „Ik vond het wel indrukwekkend dat al die mensen ondanks de achterstand maar You’ll never walk alone bleven zingen.” Michels laat de warming-up met opzet voor de spionkop doen. „Zo liet hij ons wennen aan de sfeer”, aldus Nuninga. „Eigenlijk hebben we daar net zo’n goede prestatie geleverd als thuis.” Ajax, dat in het seizoen ’66-’67 het recordaantal van 122 competitiedoelpunten zou maken, komt twee keer voor. De wedstrijd eindigt uiteindelijk in 2-2.

De ploeg van Michels heeft in één klap internationale bekendheid vergaard, maar zou in de volgende ronde worden uitgeschakeld door Dukla Praag. Mede door een eigen doelpunt van Frits Soetekouw in de uitwedstrijd. „We hadden toch nog net niet de vorm om, zoals later, de finale te halen”, concludeert Nuninga.

Niettemin is de mistwedstrijd van 7 december een belangrijke mijlpaal in de historie van het Nederlandse voetbal. Nuninga: „Na die wedstrijd dachten we: Hé, we zijn toch wel goed zeg. Er kwam in het Nederlands voetbal een omslag in het denken. Het collectief was in de ogen van Michels heel belangrijk. Hij hamerde erop dat we internationaal alleen verder konden komen als voetballers full-prof werden. De meesten waren semi-profs. Muller en Swart hadden een sigarenzaak, ik stond voor de klas, Groot werkte op kantoor. Michels heeft dit in z’n eentje veranderd. Hij bracht een belangrijk proces op gang en liet ons zelfs Engelse wedstrijden bezoeken om te kijken hoe het er daar aan toeging. Daarvoor verdiende hij een geweldige pluim.”

    • Erik Oudshoorn