Dan liever de lucht in

Wie durft? Gisteren maakte de Italiaanse regering bekend dat zij een groot deel van het minderheidsbelang van de staat in luchtvaartmaatschappij Alitalia wil verkopen. Als zij, zoals het voornemen luidt, 30,1 procent van de aandelen ter verkoop aanbiedt, dan is de koper verplicht een bod te doen op alle aandelen. Bij de huidige marktwaarde komt dat neer op een koopprijs van 1,4 miljard euro.

De verkoop komt voort uit de aankondiging van premier Romano Prodi twee maanden geleden dat hij met een oplossing komt voor de geplaagde luchtvaartmaatschappij. Alitalia maakt al jaren verlies ondanks flinke financiële steun van de overheid. Het bedrijf wordt geplaagd door arbeidsonrust en zucht onder de concurrentie van prijsvechters. In die zin is het bedrijf vergelijkbaar met de Belgische nationale luchtvaartmaatschappij Sabena en het Zwitserse Swissair. Die haalden het allebei niet, en gingen ter ziele. Sabena is verdwenen, het doorgestarte Swiss is inmiddels in handen van het Duitse Lufthansa.

Wie Alitalia overneemt, haalt problemen in huis. Tegenover de belofte van de omvangrijke thuismarkt van het bedrijf, die overigens snel afkalft, staan bijna onoverkomelijke bezwaren. Grootste daarvan is dat het schier onmogelijk is gebleken de onderneming, die structureel verliesgevend is, te saneren. Elke serieuze poging daartoe strandde tot nu toe op de bijna frivole stakingsbereidheid van het personeel. Het lukte de nationale politiek al niet of nauwelijks om in te grijpen, en het is maar zeer de vraag of een nieuwe buitenstaander er wel in slaagt.

Het is dan ook verontrustend dat de Franse president Chirac zich heeft uitgesproken voor een overname van Alitalia door Air France-KLM. Het Franse concern met de Nederlandse dochter is winstgevend, floreert zelfs. Air France-KLM, het Duitse Lufthansa en British Airways zijn de drie grote maatschappijen in Europa die vermoedelijk zullen overblijven.

KLM is in 2000, ruim voor het samengaan met Air France, bijna in zee gegaan met Alitalia. Het opzeggen van de plannen kostte KLM uiteindelijk een netto boete van 175 miljoen euro, over te maken aan Alitalia. Die meevaller aan Italiaanse kant leidde over 2002 ironisch genoeg tot het enige jaar waarin het Italiaanse bedrijf winst wist te maken. Winst dankzij de boete van een partner die terugschrok van de lijken in de Italiaanse kast. De argumenten om de overeenkomst op te zeggen zijn sindsdien niet veranderd. Eerder zal de situatie nog slechter zijn dan destijds.

Hoe het verder moet met Alitalia is een vraag die dus maar beter niet door KLM en haar Franse partner moet worden beantwoord. Zij zijn juist op de goede weg, en moeten zich niet laten meesleuren door een drenkeling die zich in paniek tegen zijn redding zal verzetten. Voor Alitalia zijn er wellicht nog oplossingen, in de vorm van een Italiaanse particuliere eigenaar of een Aziatische carrier met diepe zakken. Misschien dat zij de benodigde 1,4 miljard euro willen neertellen. Air France-KLM kan wel wat beters doen met zijn geld.