Drukte verdooft de zinnen in ‘Kaukasische Krijtkring’

Theater: De Kaukasische Krijtkring, van Bertolt Brecht, door het Noord Nederlands Toneel. Regie: Victoria Meirik. T/m 16/12 in De Machinefabriek, Groningen. Info: www.nnt.nl en 050-3113388.

Het epische theater van Bertolt Brecht komt erop neer dat toeschouwers zich niet mogen inleven. Ze moeten kritisch meedenken om de getoonde wantoestanden te helpen oplossen. Hoe krijg je hen zo bereidwillig?

Door voor amusement te zorgen. Geen lering zonder vermaak. Geen theater zonder effecten. Brecht, theaterman in hart en nieren, wist dat maar al te goed. En de Noorse regisseuse Victoria Meirik die nu Brechts Kaukasische Krijtkring ensceneert, haakt er gretig op in. Meirik pakt voortdurend uit met verrassingseffecten. Ze zet stoommachines in werking en laat apparaatjes het toneel besneeuwen; ze laat acteurs spelen met pannen vol vuur, malle maskers en spastische acrobatiek. Meirik lijkt bang te zijn voor de leegte. Elk gaatje vult ze op. Dan danst er ineens een vent in tutu door het beeld, of er zit een ijsbeer op de sofa, of een dwerg trekt gekke bekken.

Voeg daaraan toe de enerverende muziek, van Mozarts Requiem tot en met de hardrock van Ramstein, en de drukte is compleet. Het bombardement van geluid, beeld en tekst doet iets met je dat Brecht niet kan hebben gewild: het verdooft de zinnen.

Pas als Groesje opkomt wordt het weer mogelijk om je te concentreren. Groesje (Sophie van Winden) is een dienstmeid met een brilletje en een simpele gebreide jurk. Zonder klagen trotseert zij een barre wereld. Dat doet ze voor een kind. De gouverneursvrouw liet het achter toen er in de stad een staatsgreep werd gepleegd. Groesje vond het, nam het mee de stad uit en redde het uit de klauwen van de milities.

Tegen het eind van de voorstelling is Michel al een grote jongen. De oorlog is voorbij en de gouverneursvrouw wil het kind terug. Aan rechter Azdak de taak om te beslissen wie de ware moeder is.

Dat Groesje het kind waar zij zo voor vocht mag houden lijkt niet meer dan rechtvaardig. Maar het publiek uit Brechts tijd moet Azdaks oordeel toch onplezierig hebben gevonden. Dat plots de klassenjustitie overboord is gezet en een meisje uit het plebs in het gelijk wordt gesteld, een meisje nog wel dat omwille van het kind onfatsoenlijke dingen uithaalt zoals hoereren en liegen – dat zal de Berlijnse bourgeoisie niet hebben toegejuicht.

Tegenwoordig is de standenmaatschappij minder rigide en fatsoen meer geërodeerd. Dus moeten Meirik en de spelers van het Noord Nederlands Toneel andere accenten leggen. Bijvoorbeeld op het gedrag van de milities.

Onverbloemde verkrachtingsscènes geven de bruutheid van die linkse rakkers weer – de opstandige arbeiders zijn ploertige machthebbers geworden die de door Brecht niet betwijfelde historische juistheid van hun revolutie zelf onderuithalen.

Deze Kaukasische Krijtkring heeft geen gebrek aan visie. Van gebrek aan opwinding is evenmin sprake. Maar overdaad schaadt en alleen dankzij Sophie van Windens ontroerende invulling van het personage Groesje krijgt de voorstelling diepte.