Zelfmoordpoging

Voor het vermoeden dat beroepsschakers vaker geestelijk gestoord zijn dan andere mensen zie ik geen grond, maar wel geloof ik dat ze vaker zelfmoord hebben gepleegd. Meestal was het op latere leeftijd, als ze uitgespeeld waren en in plaats van successen nog slechts bittere armoede konden verwachten.

Dat geldt niet voor de zelfmoordpoging die Alexander Aljechin volgens de Belgische schaakuitgever Edmond Lancel in 1922 zou hebben gedaan. Lancel schreef na Aljechins dood in 1946 dat ze de avond van diens 30ste verjaardag hadden doorgebracht in een hotel in Aken. Aljechin had over zijn leven verteld en foto's laten zien en ze hadden een paar partijtjes geschaakt.

Om drie uur 's nachts waren ze alleen in de lobby van het hotel. Plotseling pakte Aljechin een mes. Hij stak het in zijn buik en viel bewusteloos op de grond. Er werd een ambulance gebeld, de zaak liet zich ernstig aanzien, maar Aljechins leven kon worden gered.

Een paar weken later speelde hij alweer in een toernooi in Wenen. Vijf jaar later werd hij wereldkampioen. Wat hem bezield had is een raadsel.

In 1944, twee jaar voor zijn dood, verklaarde Aljechin in een interview met een Spaanse krant dat schaken nooit erg belangrijk voor hem was geweest. Het spel had hem een ambitie gegeven en hem ook geleerd hoe futiel die ambitie was.

Vrijwel iedereen die hem kende was overtuigd dat schaken het belangrijkste in Aljechins leven was geweest, het enige dat er voor hem werkelijk toe deed. Misschien was het zelfs voor hem niet genoeg om een leven te vullen.

Aljechin - Kussman, simultaan New York 1924. Wit begint en wint.

Oplossing Schaken: 1. De2-b5+ Pe5-d7 (na 1...Dxb5 volgt 2. Pf6 mat) 2. Tf1-e1 (dreigt mat door 2. Pf6+ of 2. Ped6+) Lf8-b4 3. Pe4-f6+ (hier kan wit ook op andere manieren winnen) Ke8-f8 4. Pf6xd7+ Td8xd7 5. Db5-e5 Zwart gaf op, want hij gaat mat.