'WIJ ZIJN MENSEN VAN GISTEREN'

De leden van het Ogiek-volk woonden duizenden jaren in het Mau-woud, in Kenia. Door ontbossing is hun leefwereld verdwenen. Nog maar een paar Ogieks leven in het bos.

En niet meer voor lang.

Charles Sena is een advocaat die zetelt in een sjofel kantoor in Narok, ongeveer 200 kilometer ten zuid-westen van Nairobi. Als ik binnenkom schreeuwt hij in zijn telefoon naar een regeringsfunctionaris. 'You cannot fuck with my people!'

'Straks is er niets meer over, dan zijn we ons bos kwijt', vertelt hij me later. 'Ik weet dat je de globalisering niet kunt stoppen, maar wij, de Ogiek, verliezen onze taal, onze cultuur, onze identiteit.'

Ooit was het Mau-woud, op de hellingen van de Great Rift Valley in Kenia, het op een na grootste bos van Afrika. Al duizenden jaren leefden hier de Ogiek, een volk van jagers en verzamelaars. In de jaren vijftig van de vorige eeuw legden ze zich geleidelijk toe op veeteelt en landbouw. De afgelopen eeuw zijn zij veelvuldig uit hun voorouderlijke gebieden gezet en gedeporteerd naar reservaten van de regering terwijl het bos werd gekapt. Inmiddels is 86% van de bijna 150.000 hectare van hun leefgebied vernietigd.

De Ogiek wonen er al eeuwenlang, maar in juridische zin hebben ze geen recht op hun land. De Britse koloniale regering heeft de inheemse landrechten nooit erkend en sinds de onafhankelijkheid van Kenia (1963) hebben opeenvolgende regeringen van dit gat in de wetgeving geprofiteerd. Ze gaven gedeeltes van het Mau-woud weg aan politieke vrienden en eigen stamleden. Deze nieuwe landeigenaren verkochten de bomen aan grote houtkapbedrijven en veranderden de ontboste gebieden in agrarisch land.

Tegenwoordig leeft het grootste deel van de naar schatting 20.000 Ogiek in reservaten, als keuterboer. Maar sommigen keren op gezette tijden terug naar het bos en vatten daar het leven van hun voorouders weer op. Ze dragen dan de huid van de hyrax - een rotskonijn - en lopen blootvoets.

Ik sloot mij aan bij een groep die naar honing zocht, diep in het bos en ik keek toe terwijl de mannen in bomen klauterden om bij honingraten te komen. De sterkste jager, een twintigjarige Ogiek die simpelweg Wiliamson genoemd werd, brak met blote handen honingraten af, terwijl hij een brommend geluid maakte. De bijen zwermden om hem heen en vielen aan op zijn gezicht en zijn handen, maar hij was in het geheel niet bang. 'We nemen alleen wat we nodig hebben om te overleven', vertelde hij me, weer veilig op de grond. 'Op die manier geeft het bos ons terug wat we nodig hebben.'

Helaas is deze filosofie niet meer van toepassing. Later die avond haalt een oudere man in een versleten Kappa T-shirt een paar lucifers uit zijn zak om een kampvuur aan te steken. Vervolgens klimt hij in een boom voor een betere ontvangst voor zijn mobiele telefoon. Eeuwenlang leefden de Ogiek geïsoleerd van andere mensen, maar dat gaat allang niet meer op. Om te overleven zijn ze gedwongen met anderen te communiceren.

Bejaarde tractor

Vanaf een heuvel in het bos kijkt Wilson Memusi, een oudere Ogiek, toe als een bejaarde tractor een lading tropisch hardhout wegtrekt over de verwoeste grond. Zes houthakkers zitten op twaalf illegaal gekapte bomen. Ze verdienen minder dan het equivalent van 50 eurocent per boom. 'Wat kan ik doen?', zegt Memusi. 'Het zijn gewoon een stel arme kerels.'

De eigenaren van de Keniaanse houtkapbedrijven waar de mannen voor werken - Timsales, Raiply Timber en Pan African Paper - zijn verre van arm. De afgelopen twintig jaar hebben ze op topsnelheid het bos gekapt. Hun employees krijgen 2 dollar per dag. Enorme geel-zwarte zaagmachines met gigantische banden rijden het bos op en neer. Dieren rennen weg, zo snel als ze kunnen. Journalisten zijn niet welkom.

'Wij zijn mensen van gisteren', zegt Memusi. 'Het bos is onze school sinds de eeuwigheid. Nu worden we uit ons bos verjaagd. We staan voor schut, omdat we niets van de wereld weten. Vertel me, wie is primitief - wij, de analfabeten, of de anderen, de geletterden, die zich in groepen organiseren zodat ze onze natuur kunnen vernietigen? Wij willen dat het bos blijft zoals het is. Bloemen moeten bloeien, zodat de bijen ons kunnen voeden. Wij willen geen kleren. Als ik kleren draag, dan gooi ik mijn huid weg. Ik weet dat mijn kinderen naar school moeten gaan, ze moeten leren lezen en schrijven. Het is de enige manier om de Ogiek en het bos te beschermen. We hebben advocaten en ministers nodig, maar ook dan verliezen we onze cultuur en identiteit, want we hebben nooit zulke leiders en onderwijs nodig gehad.'

Ontbossing en landbouw hebben ervoor gezorgd dat de waterbronnen in Kenia drastisch in aantal zijn afgenomen. Door de houtkap is een moeras in het hart van het Mau-woud opgedroogd. Het moeras voorzag zeven rivieren van water die door belangrijke en beroemde Keniaanse natuurreservaten stromen: Masai Mara National Park en Lake Nakuru. De rivieren van het Mau-woud voorzien op hun beurt zes meren in Oost Afrika van water, waaronder Lake Victoria en Lake Nakuru, beroemd om zijn roze flamingo's. Miljoenen Kenianen zijn van deze meren afhankelijk voor hun energiebehoefte: 70% van Kenia's energie is afkomstig van waterkrachtcentrales.

Evacueren

In 2002 besloot de regering van Kenia alle mensen in en rond het bos te evacueren. Alle eigendomspapieren van de Ogiek (maar ook van andere inheemse volkeren als de Masai en de Kalendjin) werden nietig verklaard. De regering ziet de Ogiek als kolonisten die ooit zonder vergunning in het bos zijn gaan wonen. Aanvragen voor een wettige erkenning als inheems volk worden stelselmatig afgewezen.

Joseph Towett is oprichter van de Ogiek Welfare Council, een organisatie die vecht voor landrechten voor de Ogiek en aandringt op het stoppen van de houtkap en het starten van herbebossingsprojecten. 'Bomen, dieren en planten maken deel uit van onze grotere gemeenschap. Zij zijn ons huis. Het woord 'bos' bestaat niet eens in onze taal.' Hij gelooft dat een schoon milieu een fundamenteel recht is. 'Je kunt bebossing niet overlaten aan corrupte politici, want zij begrijpen het ecosysteem niet zoals wij, de Ogiek, dat begrijpen.'

Geert van Kesteren is fotograaf en mede-initiatiefnemer van Speaking4earth, een internationaal platform voor inheemse volkeren en culturele diversiteit op internet;

www.speaking4earth.net.

In samenwerking met het Nederlands Centrum voor Inheemse Volkeren tracht het platform inheemse volkeren te steunen in hun strijd voor het behoud van hun land en hun cultuur.