Hiphophangmat

Jay-Z – Kingdom Come (Roc-A-Fella/Universal)
Jay-Z – Kingdom Come (Roc-A-Fella/Universal)

Jay-Z – Kingdom Come(Roc-A-Fella/Universal)

Drie jaar geleden ging hij zogenaamd met pensioen. Hij vond hiphop geen uitdaging meer, zei hij, en liet pesterig het briljante The Black Album na, een album waarop hij zich nog één keer de meester toonde. Nu had Jay-Z al vanaf zijn eerste soloalbum in 1996 geroepen dat het zijn laatste zou zijn en had hij tot dan toe elk jaar albums uitgebracht, vaak zowel commerciële als artistieke hiphophoogtepunten, maar ditmaal leek hij overtuigder. Hij nam als president van hiphoplabel Def Jam een baan achter de schermen aan, begon nette pakken te dragen en profileerde zich in interviews en commercials steeds nadrukkelijker als gearriveerde zakenman.

Rapper Jay-Z was uitgegroeid tot een legende met raps die hij in zijn hoofd schreef, zonder pen en papier te gebruiken, die tegelijk nonchalant en alert waren; soms cool en humoristisch en speels arrogant, vaak beeldend en vol bezieling. De legende bleef ook als platenbaas de grootste ster op zijn eigen label. En dus is er na drie jaar relatieve stilte gewoon weer een album van Jay-Z, dat op één in de Amerikaanse albumlijsten binnenkwam (voor de negende keer, alleen Elvis en The Beatles stonden vaker met een album op de hoogste positie) waarvan de rapper in de eerste week in de VS alleen al 680.000 exemplaren verkocht.

‘You ain’t got enough stamps in your pasport to fuck with young H-O’, rapt de teruggekeerde Jay-Z, die zichzelf ook wel Jay-Hova of kortweg Hova noemt. Hij heeft het gemaakt, rapt hij ons keer op keer weer toe. Loopt niet meer op sneakers door de stad maar op slippers over het strand. Hangt niet meer op tochtige straathoeken maar zit ontspannen onderuit in een witlinnen broek met een roseetje in de hand. En dat is leuk voor Hova maar niet per se voor de luisteraar die wel heel vaak een rapper krijgt te horen die definitief voor de hangmat lijkt te hebben gekozen. We gunnen de mens Jay-Z vanzelfsprekend het beste, maar hij was als artiest vuriger en vooral ook boeiender toen hij nog rapte over zijn oude bestaan als cokedealer.

Op een paar nummers stijgt Jay-Z boven de zielloze glamourraps uit, bijvoorbeeld met los-uit-de-pols-opschepraps over de bombastische marsmuziek van vaste muzikale bondgenoot Just Blaze, het dreigend pompende ‘Trouble’ met een rafelige synthesizerproductie van Dr. Dre en een dosis meeslepende hiphopsoul aangewakkerd door John Legend en Kanye West. Jay-Z is een rapper die zelfs op de automatische piloot briljant kan zijn, maar op zijn zogenaamde comebackalbum klinkt hij net iets te vaak als de steenrijke hiphopzakenman die voor zoiets banaals als een goede plaat al lang zijn exclusieve bed niet meer uitkomt.

Saul van Stapele