Het nieuws van 2 december 2006

Liever warm vlees

R. Zeilmaker schreef in zijn artikel Liever warm vlees over het dieet van de zeearenden in de Oostvaardersplassen (W&O 18 nov). Na lezing moet ik constateren dat hier geen sprake was van wetenschapsjournalistiek, maar slechts van een poging tot het zwartmaken van Frans Vera c.s. en het ridiculiseren van hun denkbeelden. Waar Frans Vera c.s. het broedgeval opvoert als succes van de grotegrazerstrategie in de Oostvaardersplassen, meent Zeilmaker dat hier helemaal geen sprake van is. Zeilmaker schrijft dat uit onderzoek van de Werkgroep Roofvogels Nederland blijkt dat in slechts één zeearendbraakbal paardenhaar werd aangetroffen. De WRN heeft in De Takkeling (2006, jrg. 14 blz. 209-231) uitvoerig verslag gedaan van dit voedselonderzoek. Hierin lezen we dat pas in september het nest kon worden bezocht en dat toen nog maar één braakbal gevonden kon worden. En in juist die ene braakbal zat dus het paardenhaar! Tevens schrijven zij Een afgewogen beeld van de prooikeus kon niet worden verkregen”. Daarbij moet ook worden bedacht dat de gevonden prooiresten op en bij het nest hooguit een indicatie geven van het voedselspectrum in de broedtijd, en helemaal niet over het voedsel in de winter. Verder kan worden aangenomen dat het aantal kadavers in de broedtijd veel lager ligt dan aan het eind van de winter, én dat deze in de winter door tragere rotting langer benutbaar zijn. Zeilmaker stelt verder zonder bronvermelding dat een zeearend in de winter vers vlees prefereert boven bevroren aas. Daarbij wijst hij op het foerageren van zeearenden boven wakken op het Markermeer. Echter, het aantal waarnemingen van foeragerende zeearenden foeragerend op kadavers in de Oostvaardersplassen overstijgt vele malen het aantal waarnemingen op het Markermeer (tientallen eigen waarnemingen). Tot slot wordt opgemerkt dat niet de kadavers van Vera c.s. maar de beschermingsinspanningen in Duitsland en Polen verantwoordelijk zijn voor het Nederlandse broedgeval. Het is echter geen kwestie van of-of, maar eerder van en-en. De WRN concludeert dan ook: De Oostvaardersplassen hebben minstens drie extra voordelen: rust, hoge karperdichtheid en hoge dichtheid aan grote grazers en dus verhoudingsgewijs veel kadavers.”

De kip in New York

Robbert Dijkgraaf wijst er op, dat mensen kippen in hun hoofd hebben, d.w.z. op een bepaalde manier ergens naar kijken (De kip in New York, W&O 11 november). In dezelfde column doet hij uitspraken over kennis. De kritische lezer bekruipt het gevoel dat de kip in het hoofd van natuurkundige Dijkgraaf daadwerkelijk een kip, namelijk een fysiek object is. Dijkgraaf kijkt naar kennis alsof het daarbij om zaken gaat die je met een meetlat kunt meten - hij bepaalt kennis op een kwantitatieve manier. Volgens de `Wet van Dijkgraaf` zou de effectieve kennisoverdracht het product zijn van de hoeveelheid informatie die wordt overgebracht én de grootte van het publiek dat deze kennis opneemt. Volgens deze `hogere boekhoudkunde` kunnen oppervlakkige tv-shows tot een hogere K-waarde leiden dan een briljant proefschrift. Sancta simplicitas! Kennis is niet iets dat je `overdraagt` zoals je iemand een pot met knikkers overdraagt, maar veeleer inzicht in hetzelfde: als tien mensen naar de Nachtwacht kijken, wordt de Nachtwacht noch overgedragen noch gemultipliceerd. Net zo bij kennis: een stompzinnig boek blijft stompzinnig, ook al wordt het door 100 miljoen mensen gelezen. Kennis is, tenminste wat het gehalte of de waarheid ervan betreft, geen `uitwisseling van bits`, maar wordt gekenmerkt door een `wetmatigheid` van kwalitatieve aard. Het verdient gezien de huidige onderwijspolitieke situatie aanbeveling, goed over dat kwalitatieve na te denken en het nadenken daarover te bevorderen. Dat velen wat kennis betreft ondertussen een kip in hun hoofd hebben, is al erg genoeg, een kip zonder kop het einde.