Zalm buigt: dj is toch een artiest

De diskjockey wordt toch als artiest aangemerkt, zo blijkt uit de antwoorden van minister Zalm van Financiën op Kamervragen. Enkele weken geleden zorgde Zalm voor de nodige beroering in de dancewereld, toen hij zich tijdens het wetgevingsoverleg over de belastingplannen uitliet over de status van deze beroepsgroep. Volgens hem kwamen ze uitsluitend voor de fiscale ‘artiestenregeling’ in aanmerking als ze er „een beetje een leuk nummer van maken en niet alleen plaatjes opzetten”. Dj’s die niet tussen de platen door praten, en dat doen serieuze dj’s niet meer, zouden in zijn visie geen artiesten zijn.

Uit de antwoorden op vragen van SP en D66, ondersteund door het CDA, blijkt dat Zalm overstag is gegaan. „Een dj brengt naar eigen artistiek inzicht geselecteerde muziek van (delen van) geluidsdragers in een zelf gekozen volgorde voor een publiek ten gehore, al dan niet onder toevoeging van live-elementen, zoals muziekinstrumenten, vocalen en samples. In de rechtspraak wordt bij de beoordeling van de artistieke prestatie veel waarde gehecht aan maatschappelijke opvattingen en spraakgebruik. Met inachtneming daarvan zijn dj’s die op dance-parties, festivals, poppodia en dergelijke optreden thans zonder meer als artiest aan te merken.”

Gerechtelijke uitspraken over de artiestenstatus van dj’s zijn zeldzaam. In zijn antwoorden verwijst Zalm naar een oude uitspraak, waarbij dj’s die op een bungalowpark een drive-in-show verzorgden, buiten de boot vielen.

Bas Stork, fiscalist en medeoprichter van de Belangenvereniging Dance, wijst erop dat deze uitspraak vooral geldt voor de loonbelasting. „Er is niet expliciet gesteld dat het ook geldt voor de toepassing van het lage, culturele btw-tarief. Daarvoor gelden nog aanvullende voorwaarden. We willen graag dat die eraf gaan, en we willen ook duidelijkheid over de status van vj’s (videojockeys, die beelden verzorgen, red.). Want daar wordt niets over gezegd. Maar dit is een goed begin.”