‘Wij gaan de binnenstad zeker niet verlaten’

De brandveiligheid van de gebouwen van de Universiteit van Amsterdam is niet in orde. De nieuwe UvA-voorzitter Karel van der Toorn heeft noodmaatregelen genomen.

Zijn werkkamer met majestueus uitzicht op het Spui in Amsterdam is net klaar. Een blauw bankstel, grote tafel en een volle wand met boeken en geschriften. „Het is slechts de helft van mijn bibliotheek”, vertelt een ontspannen ogende Karel van der Toorn. Dat hij de andere helft moet missen heeft wel symbolische waarde: de wetenschapper is nu voltijds bestuurder.

Sinds 1 september van dit jaar is Van der Toorn (50) voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Hoge School van Amsterdam. En dat is niet te combineren met het werk van hoogleraar Godsdiensten van de Oudheid. Een ambt dat hij bijna twintig jaar bekleedde, eerst op de Vrije Universiteit in Amsterdam, daarna in Leiden en Utrecht en sinds 1998 bij de Universiteit van Amsterdam.

Van der Toorn prijst zich gelukkig dat een maand na zijn eigen start Paul Doop aanschoof als vice-voorzitter van het college. Doop, tot voor kort partner bij accountants- en adviesbureau Deloitte, deed als directeur op het ministerie van Onderwijs ervaring op met financiën en vastgoed. Onderwerpen waarover dikke dossiers lagen te wachten toen Van der Toorn aantrad.

Op belangrijke punten is de bedrijfsvoering van de Universiteit van Amsterdam niet optimaal geweest, weten Van der Toorn en Doop inmiddels. „Praktische bedrijfsvoering zit niet in de genen van de UvA-bestuurder”, stelt Van der Toorn onderkoeld vast. „Bestuurders verdiepen zich liever in langetermijn-strategieën dan dat ze aandacht geven aan de basale werkomstandigheden. Dat gaan wij anders doen.”

Op het lijstje ‘nog te doen’ staat de brandveiligheid van de gebouwen van de UvA met stip op één. Twintig procent van de gebouwen van de universiteit van Amsterdam beschikt niet over de noodzakelijke gebruiksvergunningen en voldoet op cruciale punten niet aan de veiligheidsregels. Bij een groot collegegebouw waren de problemen zo acuut dat noodmaatregelen moesten worden genomen om de veiligheid van medewerkers en studenten in geval van calamiteit te kunnen garanderen.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

„Na de cafébrand in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede is brandveiligheid hoog op de agenda gekomen van de gemeente. Op de prioriteitenlijst van de gemeente Amsterdam stond de UvA laag, omdat de risico’s laag werden ingeschat. Om die reden hebben wij pas dit jaar een aanschrijving van de gemeente gekregen. Nu hebben we samen met de gemeente een inventarisatie gemaakt van de problemen en is er een plan van aanpak opgesteld. ”

Maar het aanvragen van vergunningen is toch uw verantwoordelijkheid?

„Dat is ook zo. Daarom hebben we er nu ook vaart achter gezet. Er is sinds augustus een veiligheidscoördinator aangesteld. Zij heeft een inventarisatie gemaakt van de knelpunten die snel moeten worden opgelost. Daarnaast moet er een veiligheidsbeleid op de lange termijn worden opgesteld.”

Naast het ontbreken van gebruiksvergunningen is deze zomer gebleken dat de bedrijfshulpverlening op sommige locaties niet functioneert. Was de gemeente daarvan ook op de hoogte?

„Er zijn deze zomer inderdaad ook problemen gesignaleerd bij de bedrijfshulpverlening op het Roeterseilandcomplex. Een uitzonderlijke situatie omdat in dat gebouw nog scheikundelaboratoria tussen de collegezalen inzitten. Die problemen zijn onderkend. Zo is er inmiddels de benodigde communicatieapparatuur aangeschaft. Of de gemeente van deze specifieke problemen op de hoogte was, weet ik niet. In het algemeen is er wel over de bedrijfshulpverlening gesproken en er is inmiddels ook een risico-inventarisatie gemaakt.”

Zijn daarbij ook problemen bij andere gebouwen aan het licht gekomen?

„Ja. Bij de collegezalen in Oudemanhuispoort is geconstateerd dat de bedrijfsveiligheid niet optimaal was, gezien het aard van het gebouw en de grote groep studenten die daarvan gebruik maakt. Een aantal voorzieningen is daar nog niet op orde. We zetten op dit moment extra personeel in dat in het geval van een calamiteit het gebouw kan ontruimen.”

Kunt u de veiligheid van studenten en medewerkers nog wel voor uw rekening nemen?

„Ja, dat kan ik. We werken heel hard om alles voor het einde van dit jaar op orde te hebben. En waar dat niet lukt nemen we noodmaatregelen. Feit is wel dat een universiteit een open organisatie is. We moeten de veiligheid garanderen en tegelijkertijd de toegankelijkheid van de academie niet beperken. Dat probleem is niet uniek voor de Universiteit van Amsterdam. Het geldt denk ik voor meer universiteiten in Nederland. Al is het beheer van monumentale gebouwen in de oude binnenstad wel een stuk moeilijker dan van een nieuw gebouw op een terrein aan de rand van de stad.”

Is dat een pleidooi om de binnenstad te verlaten?

„Nee, zeker niet. Onze huisvesting in de binnenstad is uniek en maakt ons aantrekkelijk voor studenten. Het brengt alleen meer problemen en kosten met zich mee. Daar zullen we mee moeten leven.”