Walvis heeft ‘menselijke’ hersencellen

Grote walvissen hebben cellen in hun brein die tot nu toe uniek waren voor mensen en mensapen. Het gaat om ‘spoelcellen’ die vermoedelijk een rol spelen bij sociale interactie en het verwerken van emoties.

De hersenonderzoekers Patrick Hof en Estel van der Gucht van de Mount Sinai School of Medicine in New York onderzochten het brein van een ruim 13 meter lange aangespoelde vrouwelijke bultrugwalvis tot in microscopisch detail. Ze vergeleken het brein met dat van een vinvis, en met de hersenen van verschillende andere soorten walvissen, waaronder een potvis, een beloega, een orka en drie tuimelaars. Hun bevindingen staan in een lijvig artikel, dat op 27 november online verscheen in het tijdschrift The Anatomical Record.

In het brein van de bultrugwalvis, maar ook in dat van de vinvis, de potvis en de orka, stuitten Hof en van der Gucht op de bijzondere zenuwcellen. De kleinere walvissoorten hadden de cellen niet.

Spoelcellen zijn tot nu toe alleen bij mensen gevonden én bij mensapen: gorilla’s, chimpansees, bonobo’s en orang-oetans, de evolutionair meest naaste verwanten van de mens. De precieze functie van deze cellen is nog onduidelijk. Ze zijn bij mensen uitsluitend te vinden in twee hersengebieden die belangrijk zijn voor sociale emotie en empathie.

Een van die gebieden is bijvoorbeeld actief bij een moeder die haar baby hoort huilen. Beide gebieden lichten op scans op als de proefpersoon naar een foto kijkt van iemand van wie hij of zij houdt. Ze zijn kleiner bij mensen met autisme, die moeite hebben met complexe sociale situaties.

Met hun lange, dikke uitlopers kunnen de cellen snel informatie doorgeven. Hersenonderzoekers denken dan ook dat spoelcellen belangrijk zijn voor snelle intuïtieve of emotionele reacties op complexe sociale situaties.

Bij de grote walvissen zaten de spoelcellen in precies dezelfde gebieden als bij mensen, maar in grotere hoeveelheden. Bovendien zaten ze ook nog in een derde gebied. Deze walvissoorten hebben, net als mensachtigen, ingewikkelde sociale netwerken. Ze communiceren met elkaar door te zingen, ze werken samen bij het jagen, geven kennis door aan hun kinderen en gebruiken gereedschappen. Hof en van der Gucht opperen dat deze capaciteiten samenhangen met de manier waarop de hersenen georganiseerd zijn.

Spoelcellen bij mensachtigen en walvisachtigen zijn kennelijk parallel aan elkaar geëvolueerd.