Vlooien op enkelspoor

De Nederlandse treinen rijden misschien niet altijd op tijd, maar het kan erger.

De treinen in Italië zijn koud, traag, vies en muf, en Trenitalia is bijna failliet.

Boze treinreizigers bezetten vorig jaar het spoor bij treinstation Vignate, bij Milaan, uit protest tegen de grote vertragingen Foto AP Italy, Liguria, Manarola railway station in the National Park of Five Lands (declared World Heritage by Unesco) hemis.fr

„In het gekkenhuis zitten twee typen mensen: degenen die denken dat ze Napoleon zijn en zij die menen dat ze de Italiaanse spoorwegen kunnen saneren.” Deze grap van zevenvoudig premier Giulio Andreotti is weer uiterst actueel in Italië. Want Trenitalia dreigt ten onder te gaan aan schulden, inefficiëntie en vriendjespolitiek.

De kersverse voorzitter van het bestuur van Trenitalia, Mauro Moretti, trok deze maand persoonlijk aan de bel. „We staan aan de rand van het faillissement. We hebben geen geldbronnen meer en al onze gebouwen zijn al verkocht.” Moretti schat het verlies voor 2006 op 1,7 miljard euro.

Tegen de Senaatscommissie voor openbare werken zei hij dat een financiële injectie „absoluut noodzakelijk” is. In 2007 hebben de spoorwegen 6,1 miljard euro nodig: 3,5 miljard voor voltooiing van de hogesnelheidslijn Turijn-Napels, 1,4 miljard voor de vele nog enkelsporige lijnen en 600 miljoen om een direct faillissement af te wenden.

Net als de Nederlandse Spoorwegen is ook de Italiaanse treinmaatschappij semi-geprivatiseerd. Het bedrijf is zelfstandig, maar de staat is enig aandeelhouder. En net als in Nederland klagen de reizigers. Maar Nederlandse treinen zijn een godsgeschenk vergeleken met de Italiaanse.

Dagelijks nemen 1,3 miljoen Italianen de trein. Slechts 140.000 kunnen heel tevreden zijn. Zij reizen tussen Milaan en Rome met de supersnelle Eurostar-treinen. Het zijn treinen met stopcontacten voor de laptop, en in de eerste klas gratis koffie en een krantje. De taxi kan vanuit de trein worden geboekt, het kaartje via internet.

Deze verwentreinen zijn het tegenovergestelde van intercity’s en regionale treinen waartoe de meeste Italianen zijn veroordeeld. Zelfs in het rijke Noord-Italië rijden deze treinen vaak nog over enkelspoortrajecten, wat tot grote vertragingen leidt. Vorig jaar bezetten de doorgaans zo brave forenzen er de rails uit protest tegen vertragingen, het ontbreken van adequate reisinformatie en de viezigheid in de oude treinen.

Het meest sinister is de toestand in de nachttreinen. Sommigen hebben prachtige namen als ‘de pijl van het zuiden’ of ‘de zeven schonen’. Maar ze zijn te heet of te koud, vies en traag. Slechts 39 procent reed vorig jaar op tijd. De gemiddelde vertraging was 76 minuten. De trein Genua-Napels is een toevluchtoord voor dieven en slapende zwervers. Hier begon vorig jaar ook de teken- en vlooienplaag, die later oversloeg op de forenzentreinen. Trenitalia moest 500 wagons uit dienst nemen om ze te desinfecteren. Kosten 280 miljoen euro. „Het is voldoende om in de trein te stappen om te zien wat voor land we zijn’’, zo schreef de Italiaanse krant La Stampa onlangs over de erbarmelijke toestanden op de rails.

Is Trenitalia nog te redden, zo vraagt het weekblad L’espresso zich deze week af. Lanfranco Senn, directeur van het onderzoekscentrum voor transporteconomie van de Bocconi universiteit in Milaan, verwacht dat er bovenop de 6,1 miljard voor 2007 nog 4 miljard euro nodig is voor herkapitalisatie. In La Stampa spreekt hij van wanbeleid. „Er is tientallen jaren niet geïnvesteerd waar het nodig was, maar waar het politiek opportuun was. Managers volgden wensen van politici die hen hadden benoemd. Ze waren vooral goed in het zichzelf redden met geldinjecties van de staat.”

Zelfs na de volgende financiële injectie is de kans op de definitieve ondergang van Trenitalia groot, vreest men. De kosten zijn te zeer uit de hand gelopen en de vakbonden zijn te machtig. Bedragen de personeelskosten bij de Duitse Bundesbahn 47 procent van het totaal, bij Trenitalia is dat 60 procent. Terwijl het aantal spoorbeambten in twintig jaar daalde van 220.000 naar 97.600.

De afgelopen jaren is de staatssteun voor Trenitalia geleidelijk teruggelopen. „Een onhoudbare situatie”, meent spoorwegenbaas Moretti. „Als men minder wil bijdragen aan de spoorwegen, moet men ook zeggen welke diensten we mogen schrappen, aangezien we de prijzen voor de treinkaartjes niet mogen verhogen.”

De tarieven in Italië zijn volgens Trenitalia drie keer zo laag als in Frankrijk of in Duitsland. Hij wil de treinkaartjes duurder maken; 5 procent voor de regionale trajecten en tot 20 procent voor de Eurostar. De politiek beslist de komende weken. Maar volgens spoorwegexpert Andrea Boitani van de katholieke universiteit van Milaan ligt de oplossing niet in prijsverhoging, maar in betere kwaliteit. Met vertragingen en smerigheid lokt men de klant niet.

Premier Romano Prodi heeft inmiddels gereageerd op de noodkreet van Moretti en het verzoek om 6,1 miljard euro: „We moeten dit probleem regelen.” Hij zegt dat er 6 miljard is gereserveerd. Maar zijn onderminister van Financiën hekelde vorige week de gouden handdrukken voor ex-managers van Trenitalia, die de situatie alleen maar hadden verergerd. Giancarlo Cimoli, die overstapte naar het ook bijna failliete Alitalia, kreeg 6,5 miljoen euro mee. Opvolger Elio Catania vertrok vorige maand met 7 miljoen euro „bonus voor behaalde resultaten.”