Verblindende doeken

Wessel Huisman schildert het licht op een precies aangeduid moment.

In wit, zwart en grijzen.

Licht op een bepaald tijdstip. Dat is wat Wessel Huisman (1954) wil schilderen. Tegenlicht, strijklicht, glazig licht, avondlicht, zomerlicht. En het bijzondere is: dat doet hij in zwart-wit. Hoewel, nee, daarmee doe je hem tekort. Dat doet hij in wit, zwart en hele subtiele grijstinten die neigen naar blauwig en geelbruinig. Maar wit is de allerbelangrijkste ‘kleur’. Daarmee blaast hij zijn schilderijen leven in.

Op het doek In a white room, te zien in de Haagse galerie Seasons, schilderde Huisman een witte kamer met daarin een bureautje, twee stoelen en wat kasten. Een boogjesplafond kadert de voorstelling af. Onduidelijk is om wat voor ruimte het gaat: een kantoor, huiskamer of toch een filmset? Maar het draait om de magische, haast verblindende lichtcirkel in het midden, die alle andere kleuren doet vergeten. Daardoor is er iets met de ruimte. Het klopt niet. Er kan elk moment iets gebeuren. En je blijft kijken, alsof het een film is waarvan je wilt weten hoe hij afloopt.

De schilderijen van Huisman hebben interessante titels die verwijzen naar een moment of een tijdstip. 20 augustus 1898 tegen half vier is een fors schilderij van een stationsoverkapping met ritmisch herhaalde gietijzeren bogen die perspectivisch in de verte verdwijnen. Rechts staat een donker groepje mannen te wachten op de trein. Het vlakvullende lijnenspel van witte strepen verbeeldt het stralende zomerlicht. Zo is een transparante, luchtige voorstelling ontstaan, met een fantastische dieptewerking. Kilo’s witte verf lijken er aan te pas gekomen te zijn.

De titels van Huismans werken mogen een momentopname suggereren, zijn werkwijze lijkt juist het tegendeel te laten zien. Huisman schildert naar oude foto’s – hoedjes, wijde rokken en mannen in pakken – duiden op de mode van begin twintigste eeuw. Hij probeert het licht te vangen dat op die foto’s is vastgelegd. Een werkproces dat naar eigen zeggen vele maanden, soms jaren duurt. Hij werkt daarbij in talloze verflagen, al dan niet transparant, die pas worden aangebracht als de vorige laag droog is. Dat behelst minimaal vijftig lagen, maar soms komen er wel honderd aan te pas.

Zijn thema’s ontleent Huisman aan de tijd van het impressionisme: strandhuisjes, wandelaars op de pier, stoomschepen, gietijzer en industrialisatie en stadsgezichten. Maar ook de zee speelt een belangrijke rol, met luchten die bij Huisman regelmatig bijna de helft van het doek in beslag nemen en nooit meer zijn dan een haast egaal vlak – je zou denken dat juist lekkere wolkenpartijen bij uitstek geschikt zouden zijn om flink huis te houden met licht en donker. Zijn toets is voor de oppervlakkige beschouwer licht en vluchtig. Alsof hij met z’n ezel in de scène stond en in een paar uur het tafereel op het doek vastlegde.

Niets is minder waar. Huismans schilderijen zijn allesbehalve momentopnames. Het zijn heel bewust uitgekiende lichtstudies. De fotografische aanleiding, zo zegt Huisman, wordt een verfbeeld, met een eigen ruimte en helderheid. Zijn onderwerpen mogen gedateerd zijn, door die speciale kleurstellingen zijn Huismans schilderijen stuk voor stuk spannende, tijdloze voorstellingen geworden.

Wessel Huisman, De genereuze ruimte. T/m 24 december in Galerie Seasons, Toussiantkade 70, Den Haag.