Uitnodiging aan Servië is gok voor alliantie

De NAVO laat naast Bosnië en Montenegro ook Servië toe tot partnerschap voor vrede, haar voorportaal. Servië was voor de NAVO voor een moeilijk dilemma.

De uitnodiging aan Servië om met Montenegro en Bosnië toe te treden tot partnerschap voor vrede, de ‘wachtkamer’ van de NAVO, is, vlak voor de Servische parlementsverkiezingen van 21 januari, een signaal aan de Servische democraten. Zij kunnen zich gesterkt voelen – en ze voelen zich gesterkt.

De NAVO stond voor een moeilijk dilemma. Ze had Bosnië en Montenegro wel kunnen uitnodigen en Servië niet, omdat het niet meewerkt met het Joegoslavië-tribunaal, het argument dat de EU hanteert in haar besluit, haar onderhandelingen met Servië te staken. Zo’n besluit zou in Belgrado zijn begrepen als een keiharde afwijzing, die vooral de Servische niet-democraten – de ultranationalisten en de socialisten van wijlen Slobodan Miloševic – tot steun zou zijn geweest: ‘zie je wel, het Westen moet ons niet’, zou hun reactie zijn geweest. De overgrote meerderheid van de Serviërs zou dat ook zo hebben gevoeld, en dat zou die meerderheid op 21 januari in haar stemgedrag hebben laten blijken. De democraten zouden in hun hemd hebben gestaan.

Aan de andere kant: nu Servië wel wordt uitgenodigd kunnen critici zeggen dat het land wordt beloond voor zijn permanente weigering oorlogsmisdadigers als Ratko Mladic uit te leveren. Dat was gisteren dan ook de voorspelbare reactie van Carla Del Ponte, hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal.

Daar komt bij dat het naïef is te verwachten dat de toelating tot de wachtkamer van de NAVO in Servië zelf veel ten goede verandert. Een afwijzing van Servië zou de ultranationalisten wind in de rug hebben gegeven, maar omgekeerd zullen de democraten in Servië – althans electoraal – geen profijt van de toelating van Servië hebben. Serviërs zijn gevoeliger voor afwijzingen dan voor aanmoedigingen, omdat afwijzingen hun wereldbeeld schragen en aanmoedigingen niet. Dat wereldbeeld is er een van een eeuwig onbegrepen Servië, dat alleen staat in een boze wereld.

Ze worden daarin niet alleen door de ultranationalisten en de socialisten aangemoedigd, maar ook door de huidige regering van Vojislav Koštunica, inmiddels allang niet meer de gematigde nationalist die het Westen in hem ziet. In een rapport velde de invloedrijke denktank International Crisis Group onlangs een vernietigend oordeel over Servië’s premier. Koštunica, aldus de ICG, is noch een gematigde nationalist, noch een conservatieve democraat, maar een autoritaire extremist die ideologisch dicht bij de ultranationalisten staat. Zijn onlangs opgestelde nieuwe grondwet heeft maar één doel: bekrachtigen dat Kosovo onlosmakelijk met Servië verbonden is. Het is, aldus de ICG, in Servië nu juridisch onmogelijk de onafhankelijkheid van Kosovo te erkennen, hetgeen garandeert dat Servië Kosovo als probleem in stand houdt en dus zorgt voor blijvende instabiliteit in de regio. Bovendien, aldus de ICG, was het referendum waarmee die grondwet is aanvaard, een „farce”.

Koštunica, aldus de ICG, heeft talrijke medewerkers van Miloševic aan mooie sleutelfuncties geholpen, probeert de media te controleren, probeert de invloed van de regering op de rechtspraak te vergroten en heeft de misdaden van Miloševic tot taboe verklaard. „Zijn weigering om Mladic op te pakken en zijn bereidheid daarvoor zelfs toetreding van Servië tot de EU op te offeren geeft aan waar zijn prioriteiten liggen.” ICG-directeur Nicholas Whyte zei dat Koštunica „de Servische democratie opbouwt op Miloševic’ echte erfenis: zijn indoctrinatie van veel Serviërs met een anti-westerse en xenofobe ideologie waarin Servië het eeuwige slachtoffer is.”

De Servische politici, zo schrijft vandaag het Servische nieuwsbulletin VIP, zullen, kunnen en willen Mladic niet uitleveren, en die koppigheid wordt door de NAVO beloond. „Servië denkt dat het tot de EU kan toetreden op zijn eigen voorwaarden en niet op die van de EU.” En als dat mislukt, zal Servië zich gesterkt voelen in zijn verongelijktheid over de boze buitenwereld. En, aldus VIP, Servië zal na de eventuele uitroeping van de onafhankelijkheid van Kosovo geen oorlog ontketenen, maar alleen omdat het daar niet toe in staat is. De vrede die na die uitroeping uitbreekt is dus „geen resultaat van de overtuiging van de Servische autoriteiten, maar van hun zwakte”. Dat Servië nu partner van de NAVO is, verandert daaraan niets.