‘Triest dat politici ons zien als PvdA-speeltje’

Deze week ontstond er discussie over Marhaba, het nieuwe Amsterdamse centrum voor islamitische kunst en cultuur. Volgens directeur Haci Karacaer versterkt dit debat „het gevoel van uitsluiting bij moslimjongeren”.

Haci Karacaer Foto Roger Cremers Photo and Copyright Roger Cremers 15.09.2001 Haci Karacaer, directeur van Milli Gorus Nederland. Cremers, Roger

Ahmet Olgun

De nieuwe stichting Marhaba in oprichting wil het debat in Amsterdam bevorderen, maar is zelf een punt van debat geworden, constateert directeur Haci Karacaer. „Als een initiatief voordelig zou kunnen uitpakken voor de moslims, raken politici in paniek.”

Een hardnekkig misverstand bepaalt de losgebarsten discussie over Marhaba, ‘welkom’ in het Arabisch, meent Karacaer. De afgelopen dagen keerde een meerderheid in de Tweede Kamer zich tegen het ‘kunst- en cultuurhuis’. De fracties van CDA, SP en VVD achten het „zinloos” om een centrum „voor moslimcultuur” te steunen. De partijen kunnen het niet verkroppen dat gemeente Amsterdam de stichting financieel wil steunen. Dat is, meent Kamerlid Frans Weekers (VVD), schending van het principe van de scheiding van kerk en staat. Volgens het Kamerlid zou de Amsterdamse burgemeester met Marhaba de gematigde islam willen promoten, terwijl „het bevorderen van een religieuze stroming” volgens Weekers geen overheidstaak is.

De bedoeling is dat Marhaba onder de vleugel van de landelijke stichting Kosmopolis gaat opereren, vertelt Karacaer. „Maar we willen meer. We willen met debat en voorlichting de dialoog tussen de Amsterdammers bevorderen.” Karacarer, in een vorig leven nog directeur van de orthodoxe moslimorganisatie Milli Görüs, wil met Marhaba „bruggen bouwen” tussen Amsterdammers. Hij wil scholieren informeren over de islam, democratie en het multiculturalisme. Ook wil de stichting Amsterdamse moslims meer kennis over hun religie verschaffen. Meer kennis leidt tot een beter zelfbeeld en dat leidt weer toe tot meer respect voor anderen, vat Karacaer samen. Hij ziet Marhaba ook educatieve programma’s ontwikkelen in samenwerking met scholen. „We willen een soort Anne Frankstichting zijn, voor alle Amsterdammers.”

Critici zeggen dat het niet aan de overheid is om een gematigde versie van een religie te promoten.

„De scheiding van kerk en staat speelt hier geen rol. Uiteraard gaan we niet de islam verspreiden, welke vorm dan ook. Burgemeester Cohen heeft gezegd dat het een leuke bijkomstigheid zou zijn als de stichting kan bijdragen aan het ontstaan van een gematigde Europese islam. Maar dat is onze voornaamste doelstelling niet. Dieptreurig dat sommige politici nu roepen dat het secularisme in het geding is. Scheiding van kerk en staat stond toch ook niet op het spel toen het CDA samen met Leefbaar Rotterdam islamdebatten organiseerde in Rotterdam?”

Is er sprake van een politiek spelletje?

„Ja. Triest dat sommige politici ons zien als een PvdA-speeltje. Het is door omstandigheden zo gekomen dat in ons bestuur de PvdA oververtegenwoordigd is. Winsemius stapte er uit toen hij voor de VVD minister van Volkshuisvesting werd, hoogleraar P. De Mas verliet ons bestuur om leiding te gaan geven aan het Nederlandse instituut in Rabat. Deze opgelaaide discussie is typerend voor de politiek. Sommige politici raken tegenwoordig snel in paniek als initiatieven voordelig zouden kunnen uitpakken voor bepaalde groepen, moslims vooral. Marhaba is geen religieuze instelling, maar dan nog. Religieuze instellingen als Exodus, Joods Historisch Museum en Bijbelmuseum krijgen toch ook subsidies! Het zou me niet verbazen als deze discussie over Marhaba het gevoel van uitsluiting bij moslimjongeren versterkt.”

Terwijl Marhaba juist ook radicalisering onder Amsterdamse moslims wil tegengaan.

„Uitsluiting is de voedingsbodem van radicalisme, dat blijkt ook uit het onderzoek van Jean Tillie van de UvA. We willen het gevoel van uitsluiting bij sommige Amsterdamse moslims wegnemen, door ze gewoonweg niet uit te sluiten. Iedereen, ook moslimjongeren, moeten gehoord worden en meedoen. Als moslimjongeren debatteren met andersdenkenden en ook met elkaar, zullen ze een democratische houding ontwikkelen. Dan kunnen oude en nieuwe Amsterdammers gezamelijk hun burgerschap ontwikkelen op basis van een seculier en liberaal pluralisme. Democratie moet je gewoon doen, dat leer je niet uit schoolboeken.”