Soms zo gracieus dat de adem stokt

Dans: Niëllo, dansen van liefde en leven, door het Internationaal Danstheater. Tournee t/m 17 mei 2007. Inl: 020-6239112 of www.intdanstheater.nl.

Al 45 jaar is het Internationaal Danstheater uit Amsterdam het enige professionele dansgezelschap ter wereld dat zich toelegt op de vertaling van het internationale danserfgoed in theatervoorstellingen. Ze verzamelden in die vierenhalve decennia allerlei folklore: bijna vergane kostuums, muziek en instrumenten. Wie hun depots bezoekt waant zich in een schatkamermuseum.

Maar aan folklore hangt toch vaak een luchtje van zelfgebreide, geitenwollen truien. In vroegere voorstellingen werd dit beeld vaak bevestigd, zeker door de wat naïeve dramaturgie die een sfeer uitstraalt van ‘als we allemaal linksdraaiende geplette linzen eten komt het goed met de wereldvrede’. Artistiek leider Maurits van Geel gaat de laatste jaren echter met zijn tijd mee en verruimt de definities van de folklore. Is hiphop bijvoorbeeld niet terug te voeren op oude Afrikaanse dans? En zo gaven de recentere voorstellingen een ‘hipper’ inkijkje in de geschiedenis van de dans.

Met het nieuwe jubileumprogramma Niëllo, dansen van liefde en leven, gaan ze erg ver door op deze lijn. Niëllo is een techniek in de edelsmidkunst om verschillende materialen te laten samensmelten. Voor de doorgewinterde folkloreliefhebbers is het misschien even schrikken want Niëllo wordt bevolkt door tangodansers, lindyhoppers (een soort rock ‘n’ roll), poppenspelers, backspinnende hiphoppers op stelten, lintdansers, zwaarddansers, tappers, lassodansers en ‘slechts’ een aantal kostuumdansers uit de Kaukasus, Venetië of India. Een heel nieuw artistiek team boog zich dan ook over de voorstelling: afgezien van regisseur Jos Groenier werd de hulp ingeroepen van Karel de Rooij (de lange helft van het duo Mini & Maxi) en Robert Kovác, Lonneke van Leth en Krijn van Driel. Samen zorgen ze voor een opgepimpte, bonte revue waarin de bewegingen weliswaar gebaseerd zijn op traditionele volksdansen, maar het begrip folklore verder tot aan zijn uiterste grenzen wordt opgerekt.

Spannend is dat de danstalen door elkaar lopen: de tangodanser neemt naadloos de lasso van de lassodansers over. De vrijheid waarmee met alle erfgoed aan beweging en choreografie wordt omgegaan is zeer gedurfd en het resultaat uitermate swingend en aanstekelijk. Soms lopen de overgangen van de scènes nog wat houterig, en de lintdansers zijn als act wat misplaatst suffig, maar de live spelende muzikanten maken veel goed en blijken van veel markten thuis. Gitaren, balalaika, luit: ze spelen het met liefde. Ontwerper Reier Pos maakte een indrukwekkend modern decor en dito lichtshow. Voor één danser zou iedereen al moeten gaan kijken: de Turkse danser Kadri Sonuk danst een tollende derwisj-solo zo betoverend gracieus en subtiel dat je adem stokt. Mooier kan dans niet worden.