Schelden op de velden

Opstootje bij de voetbalwedstrijd Sparta-Ajax (3-0) van afgelopen zondag: Ajacied Wesley Sneijder wordt na een overtreding het veld uitgestuurd omdat hij de scheidsrechter zou hebben uitgescholden voor blinde tyfushond. Een opgefokte Sneijder trapt even later, op weg naar de catacomben, een stoel omver. De trainer van Ajax gooit vervolgens olie op het vuur door de scheidsrechter verschillende malen een moraalridder te noemen. Hij wordt om die reden naar de tribune verbannen. De zaak komt voor de tuchtcommissie van de voetbalbond KNVB, en die was gistermorgen zo wijs Sneijder drie duels te schorsen, waarvan één voorwaardelijk. Zijn coach kreeg geen straf.

Het voetbalstadion is nooit een salon van wellevendheid geweest. Maar de afgelopen jaren is de moraal afgezakt. Vanaf de tribune worden scheidsrechters en bezoekende clubs massaal uitgejouwd, vaak in de vreselijkste bewoordingen. Scheidsrechters zijn gemachtigd in geval van beledigende spreekkoren het spel stil te leggen, maar dat brengt het risico mee dat een potje voetbal uitloopt op rellen en knokpartijen. Op het veld, intussen, kan het ook misgaan: keiharde overtredingen, schelden, vechten, spugen. Dit is geen uitzondering, maar gelukkig ook geen regel. Voetbal is nog steeds geen oorlog en mag dat nooit worden.

Het is goed dat het verbale vandalisme op de Nederlandse voetbalvelden wordt aangepakt. Misschien kan nog iets worden geleerd van Duitsland. Daar gaat het ook wel eens mis op en rond de velden, maar schelden, vechten, spreekkoren en ander wangedrag van supporters en spelers komen er aanzienlijk minder voor. Het gaat hier overigens om een probleem waarvan de oplossing allereerst bij de betrokkenen zelf ligt en bij hun clubs.

Getuige de reacties van Sneijder, de trainer en de voorzitter van Ajax – die liet weten dat zijn club geen koorknapenvereniging is – is het verantwoordelijkheidsbesef in deze kring nog steeds afwezig. Voetbalclubs wijzen sinds jaar en dag bij dergelijke moeilijkheden te veel naar derden, meestal de overheid of de arbitrage. Het had Ajax gesierd als men dit keer eens de hand in eigen boezem had gestoken. Zoals overigens dezer dagen Ajacied Kenneth Perez wél deed, die nadat hij een grensrechter een kankerneger had genoemd, publiekelijk zijn excuses maakte.

Voetballers van het niveau-Sneijder spelen voor een miljoenenpubliek. Bijna alles wat ze tijdens wedstrijden zeggen en doen, wordt door camera’s vastgelegd en eindeloos herhaald. Ze hebben, of ze nu willen of niet, een voorbeeldfunctie.

Hun wangedrag wordt op de amateurvelden klakkeloos nageaapt. Iedere week zijn daarvan trieste voorbeelden te vinden. Omgekeerd geldt dit bij goed gedrag ook. Clubs dienen hun spelers op die voorbeeldfunctie te wijzen en moeten hen behulpzaam zijn bij het leren omgaan hiermee. Bijvoorbeeld op straffe van uitsluiting. De arbitrage speelt hierin uiteraard een sleutelrol. Het valt slechts toe te juichen dat bij de wedstrijd Sparta-Ajax de scheidsrechter zijn vak serieus nam.