Praten is moeilijker dan je denkt

Wat maakt een talkshow tot een interessante talkshow? Of eigenlijk moet je ‘praatprogramma’ zeggen; dat is a. Nederlands en b. correcter, want van show is weinig sprake. Er zijn er ontzettend veel, van saaie tot strenge, hippe, vulgaire – nu alleen nog een echt goeie. De beste is die van Pauw & Witteman, maar om nu te zeggen dat het een gewéldig programma is, nee. Het lijkt nogal eens te hinken op verschillende gedachten, de ‘wij zijn heel breed’-gedachte botst met de ‘wij zijn serieuze journalisten’-gedachte, waardoor vooral Paul Witteman het soms niet kan laten onschuldige nitwits toe te blaffen alsof met hun antwoorden de toekomst van het land in het geding is. Jeroen Pauw heeft de neiging om te zuigen. Als ze alleen maar politieke gasten hadden zouden die neigingen niet erg zijn. Ze kunnen ook het beste met politici en wat daarbij hoort aan spindoctors en campagneleiders praten. Maar dat doen ze niet. Er moeten ook heel vaak mensen die bekend zijn van de televisie bij, mensen die je nooit daar had willen zien, en met wie de heren niet veel uit te wisselen hebben, waardoor zo iemand vaak een tamelijk oeverloos verhaal kan afsteken zonder onderbrekingen. Jeroen Pauw krijgt een glazige blik, Paul Witteman vecht met gegroefde kop tegen de slaap en wij kijkertjes ook. Ze kunnen wel lachen met gasten die twee, ze zijn geestig genoeg, maar alle gasten weten dat die vrolijke stemming elk moment kan omslaan en dan krijg je een draai om de oren. Gasten zijn daardoor wel eens wat zwijgzamer dan je zou willen, vertelde Jeroen Pauw laatst nog in De wereld draait door, de light-versie van Pauw & Witteman.

Waar de klassieke talkshow het met alleen praten en verder niets moest doen, heeft de moderne talkshow fragmenten, „Zullen we even naar een stukje kijken?” en als je pech hebt ook rubrieken. Die zijn vaak bedoeld om ons aan het lachen te maken, vooral over de televisie. P&W hebben daartoe de ‘zapservice’, De wereld draait door heeft ‘De televisie draait door’, Jensen, gepresenteerd door het vleesgeworden braakmiddel met dezelfde naam, heeft hetzelfde maar nóg lolliger. Sonja gaat over televisie, daar zijn die fragmentjes functioneel en niet bedoeld als humor. Sonja vertrouwt er blijkbaar op dat haar programma onderhoudend genoeg is van zichzelf en dat is heel aangenaam. Het is niet zo erg als we eens een halfuurtje níet zitten te schateren.

Als je geen sterke gasten hebt komt alles neer op de presentator. Bij Talpa is sinds een paar weken Het land van Maas & Geel te zien, dat duidelijk maakt dat presenteren moeilijker is dan je denkt. De wereld draait door bijvoorbeeld, drijft helemaal op Matthijs van Nieuwkerk, met zijn gemakkelijke manier van doen, die, als een gast hem aanbeveelt een vibrator tegen zijn neus te houden om het ding te testen (ja, ja, dat doen we tegenwoordig op de televisie, geinig) gewoon zegt: „Ben je helemaal betoeterd” en iets anders gaat doen. Gast niet beledigd, hij niet voor gek. Maar arme stijve Bridget Maasland die samen met de al eveneens op afstand bestuurbare acteur Cees Geel dat land van ze leven moet inblazen, zou zoiets nooit kunnen doen. Ze heeft een setje zinnetjes ingeprogrammeerd gekregen waarmee ze het moet doen, men is vergeten zoiets als interesse voor de gasten op haar harde schijf te zetten. Soms valt ze uit haar rol, dan snauwt ze tegen een figuur die een sierbeugel in zijn mond heeft (sorry, ik zei al, het is televisie): „Als je nou een lekker wijf tegen komt, kan je dan wel tongen?” Haar mede-‘host’ Geel kijkt met een zangeres naar haar videoclip en zegt na afloop lusteloos : „Lekker.” „Jong, gek en snel” noemen ze dat bij Talpa.

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen