Pap, Wesley praat ook zo hoor

Voetballers hebben een voorbeeldfunctie.

Na een scheldende Sneijder op Talpa, kan je jeugdleider weer opnieuw beginnen.

Bossen en Sneijder woensdagavond voor de tuchtcommissie van de voetbalbond op het sportcentrum van de KNVB in de Zeister bossen. Foto Michael Kooren 281106, Zeist , Wesley Sneijder (R0 en Ruud Bossen naast elkaar voor de tucht commissie. Foto Michael Kooren. Kooren, Michael

Scheidsrechter Hugo Luyten twijfelde nog even. Had hij goed gehoord wat Volendam-speler Marcel Valk hem in de wedstrijd tegen FC Twente had toegedicht? Blinde lul? De arbiter riep Valk bij zich en kreeg meteen duidelijkheid. Voor de zekerheid deed Valk er nog een schepje bovenop: „Blinde kankerhomofiel!”

De rode kaart die volgde, werd op een week na tien jaar geleden uitgedeeld. Toen was Valk (39) boos, achteraf is hij het met de scheidsrechter eens. „Excuses aanbieden en je straf direct accepteren is het enige dat erop zit”, zegt Valk, inmiddels trainer bij de Zuid-Hollandse amateurclub Koudekerk. „Als een speler van mij nu zoiets zou roepen, haal ik hem naar de kant.”

Marcel Valk kreeg destijds drie wedstrijden schorsing. Dat is net zoveel als Wesley Sneijder gisteren kreeg van de tuchtcommissie van de KNVB. De Ajacied werd zondag in het duel met Sparta al na dertien minuten van het veld gestuurd door scheidsrechter Ruud Bossen. Hij zou hem voor „blinde tyfushond” hebben uitgescholden. Sneijder ontkende. Hij zou een blonde tegenstander hebben uitgemaakt voor ‘witte tyfushond’. Bovendien, verweerde hij zich, wordt zoiets zo vaak geroepen, het is voetbaltaal.

„Een stadion is een snelkookpan van emoties”, zegt Jeffrey Wijnberg, psycholoog en auteur van het boek De kunst van het kwetsen. Over het schelden zegt hij: „Eigenlijk wil je elkaar, op dat moment, gewoon dood hebben. Dat is de emotie. De concentratie is heel hoog. Je hebt de hele week naar die twee maal 45 minuten op het veld toegewerkt. Bij een overtreding denk je niet: hoe zal ik dat eens gaan zeggen?”

In de hitte van de strijd je laten gaan, dat kwam eind jaren vijftig ook al voor. Neem het verhaal van Humphrey Mijnals, de eerste Nederlander van Surinaamse afkomst in de hoogste klasse van het Nederlandse voetbal. De inmiddels 75-jarige oud-international herinnert zich een duel tegen Heerenveen, waarin de befaamde Abe Lenstra hem toebeet: „Vuile zwarte, ga terug naar je land.” Mijnals: „Ik zei toen: ‘Wat moet je nou, vieze blanke’.”

Mijnals wil niets meer te maken hebben met het betaald voetbal. „Mij zien ze niet meer in de stadions. Het draait alleen nog maar om geld. En het ontzag voor de scheidsrechter is verdwenen. Dat was in mijn tijd wel anders. De scheidsrechter was de baas. Daar schold je niet tegen.”

Als er werd gescholden, was het hooguit tegen tegenstanders, zegt Mijnals. En het ging minder diep: „Lenstra en ik hebben na afloop van de wedstrijd gewoon handjes geschud. Daar hebben we niet moeilijk over gedaan. Nu lijkt alle respect verdwenen.”

Ook Bert Konterman (35), oud-speler bij onder meer Feyenoord en Glasgow Rangers en nu actief voor de christelijke stichting Sports Witnesses, heeft zich zondag geërgerd. Zelf was hij als speler niet zo’n schelder: ‘klootzak’ en ‘klerelijer, je kan er geen hout van’, verder ging hij niet. „Dat is al erg genoeg.”

Hij begrijpt dat anderen misschien makkelijker schelden, maar wat hij niet begrijpt is het gebrek aan berouw na de zonde. Waarom probeerde Wesley Sneijder, net als zijn trainer Henk ten Cate, zijn wangedrag na de wedstrijd goed te praten, vraagt Konterman zich af. „Dat vind ik veel erger dan zijn uitbarsting. Na de wedstrijd zou hij weer bij zinnen moeten zijn. Zijn verweer dat op straat ook wordt gescholden is geen argument: er worden op straat ook mensen doodgeschoten.”

Helemaal uit den boze vindt Konterman discriminerende taal. Kenneth Perez van Ajax die twee weken geleden een donkere assistent-scheidsrechter uitschold voor ‘kankerneger’: „Ontoelaatbaar”, zegt Konterman. „Zelfs in een opwelling mag je nooit discrimineren.”

Ook Stephan Steinmetz, coördinator van het Landelijk Informatiepunt Supportersprojecten, vindt dat clubs, trainers en spelers moeten beseffen dat ze een voorbeeldfunctie vervullen. „Met talloze projecten proberen wij jonge supporters zich te leren gedragen. Daar wordt veel tijd en energie in gestoken. Maar een scheldende Wesley Sneijder op Talpa heeft een veel grotere impact. Dan kunnen wij weer opnieuw beginnen.”

Net als Mijnals en Konterman heeft Steinmetz zich eraan gestoord dat Sneijder en Ten Cate geen spijt betuigden, maar naar excuses zochten. „Ze laten zich gaan en komen daarna met een theorie om hun gedrag goed te praten. Op de radio zegt Ten Cate: ‘Als we iedereen wegsturen die scheldt, spelen we straks vijf tegen vijf.’ So what, denk ik dan. Dat moet dan maar. Van het betaald voetbal mogen we best een beetje zelfreinigend vermogen verwachten. Het is net of we ons allemaal mogen laten gaan in het stadion. Alsof we bij de ingang dertig procent van onze moraal inleveren.”

‘Hamas hamas joden aan het gas’, oerwoudgeluiden als donkere spelers aan de bal zijn en andere racistische en discriminerende spreekkoren zijn er allang. Met een zekere regelmaat leiden ze tot ophef. Vaak spreken politici en bondsbestuurders er schande van, wordt er geroepen dat het nu ‘voor eens en voor altijd’ moet ophouden en worden afspraken gemaakt om herhaling te voorkomen.

Zonder resultaat: de incidenten blijven zich opstapelen. Spreekkoren zijn inmiddels een wekelijks fenomeen geworden. En de officiële aanbeveling van de bond om bij verbaal geweld vanaf de tribune de wedstrijd te staken wordt zelden ter harte genomen. Ook afgelopen zondag reageerde scheidsrechter Ruud Bossen zondag bijvoorbeeld niet op de beledigende spreekkoren van de Ajax-supporters, na het wegsturen van Sneijder.

Grijpen scheidsrechters niet te weinig in? „Het klinkt misschien raar, maar vaak hoort de scheidsrechter de spreekkoren niet eens op het veld”, zegt een woordvoerster van de KNVB. „En het ingrijpen moet altijd in samenspraak met politie en een veiligheidsfunctionaris gebeuren.”

Volgens psycholoog Wijnberg heersen in een stadion, „hoe jammer misschien ook”, gewoon andere normen en waarden. „Er is natuurlijk geen poort waar je onderdoor loopt waarop staat: hier gelden geen normen. Maar in zo’n stadion – met zijn extase, agressie en depressie – passen ook spreekkoren.”

Lees ook het commentaar op pagina 19