NAVO en Afghanistan

Met een pover resultaat hebben de regeringsleiders van de NAVO-landen gisteren in Riga afscheid van elkaar genomen. In de hoofdstad van Letland, ooit grondgebied van de Sovjet-Unie, was de politieke leiding van dit van oorsprong westerse militaire bondgenootschap twee dagen bijeen om een strategie voor Afghanistan te bepalen. Daar werkt de NAVO aan de zwaarste operatie sinds haar oprichting: de pacificatie van een land dat zich historisch de wet niet laat voorschrijven door vreemde mogendheden.

Voor de NAVO lijkt het een alles-of-nietsmissie. Als de alliantie hier opzichtig faalt, kan dat gevolgen hebben voor haar voortbestaan. De top in Riga bood de gelegenheid politiek tot overeenstemming te komen over een gezamenlijke strategie. Dat is nauwelijks gebeurd. Er zijn toezeggingen gedaan over een flexibelere inzet van NAVO-troepen en sommige landen lieten weten iets meer of sneller dan gepland militairen en materieel te sturen. Indrukwekkend is het niet. De NAVO worstelt in Afghanistan verder met een diffuus militair ontwerp. Het ene land vecht, het andere doet aan wederopbouw, het derde probeert iets ertussenin. Daarmee hebben de politieke leiders het probleem andermaal gedeponeerd bij de plaatselijke commandanten, die tot nu toe het gebrek aan een precieze taakopdracht compenseren met adequaat militair veldwerk. Dat laatste zegt wél iets over de capaciteiten van de NAVO.

De tijd moet waarschijnlijk zijn werk doen. Volgens bondskanselier Merkel van Duitsland bestaat er in ieder geval overeenstemming over „dat Afghanistan een politieke opdracht is”. Dit zou een stap vooruit zijn. De Amerikanen en aanvankelijk ook NAVO-chef De Hoop Scheffer pleitten de afgelopen weken voor meer troepen en herverdeling van de al aanwezige militairen. Richting het zuiden, waar de strijd tegen de Talibaan zich concentreert en waar Amerikaanse, Britse, Canadese en Nederlandse soldaten de kastanjes voor anderen uit het vuur halen.

Maar meer troepen en harder vechten – en een verandering van mandaat die dit meebrengt – is niet het antwoord voor Afghanistan. Het gaat er juist om de operatie beperkt te houden. In omvang, tijd en volmacht. De inzet van militaire middelen alleen is niet afdoende. De NAVO zal strikter dan voorheen het oorspronkelijke doel van de missie moeten nastreven: de totstandkoming van een zekere mate aan veiligheid en politieke stabiliteit, en meewerken aan de opbouw van een staatsstructuur. Soms zal daarvoor hard moeten worden opgetreden. Maar het is onwerkelijk te veronderstellen dat een alliantie die al verdeeld is over de strategie, met succes en binnen korte tijd het verzet oprolt en het land pacificeert. Daarvoor zijn honderdduizend soldaten nog te weinig; zie de mislukte militaire campagne van de Sovjet-Unie in Afghanistan twintig jaar geleden.

De verdeeldheid van de NAVO over de taakopdracht hoeft geen ramp te zijn. De winst van Riga is het besef dat het primaat bij de politiek ligt – zoals het hoort. Daarnaar handelen is militair niet zo heroïsch, maar realistisch is het wel.