Maak iets van je leven! Maar wat?

Contrast en nrc.next schreven een essaywedstrijd uit met als thema ‘Macht en Onmacht’.

Hieronder staat het winnende essay, geschreven door Franca Treur.

Er is niemand die iets van me wil. Niemand die erop staat dat ik bovengemiddeld presteer. Ik leef in een democratie waarin ik door niemand wordt onderdrukt. God noch meester verbiedt mij mijn leven te verkloten. Toch voel ik een alleen maar toenemende druk om iets briljants voor elkaar te krijgen, een bijdrage aan de wereld te leveren, een perfecte relatie te hebben, niet te mislukken. Wie of wat heeft dan zo’n macht over mij dat ik me zo opgejaagd voel?

Volgens de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) hoeft macht niet van bovenaf te komen. Macht circuleert, wordt zowel uitgeoefend als ondergaan door dezelfde individuen. Macht is een anoniem systeem dat iedereen via een netwerk doortrekt, ongevraagd en vaak ook onbewust. Hij maakt dit duidelijk in Surveiller et punir: Naissance de la prison uit 1975. Hierin presenteert hij zijn machtsopvatting door in te gaan op het ontstaan van de moderne gevangenis.

In de Middeleeuwen, schrijft Foucault, werd een misdaad meestal met een lijfstraf bestraft. De persoon van de misdadiger speelde geen rol. In de moderne gevangenis wel: de misdadiger staat onder het toeziend oog van een leger bewakers en therapeuten. Hij wordt door toezicht en therapie gedisciplineerd totdat er een ‘genormaliseerd’ individu ontstaat.

De perfecte gevangenis is volgens Foucault het Panopticon, aan het eind van de achttiende eeuw uitgevonden door de Engelsman Jeremy Bentham. Het is een koepelgevangenis waarin de cellen in een cirkel zijn gebouwd met op de binnenplaats een centrale toren voor de bewaker. De bewaker blijft onzichtbaar, zodat de gevangene niet weet wanneer hij wordt geobserveerd en wanneer niet. Het gevoel op elk tijdstip bekeken te kunnen worden, beïnvloedt het gedrag van degene in de cel. De gevangene wordt verantwoordelijk voor zijn gedrag en raakt automatisch gedisciplineerd. Hij wordt zijn eigen bewaker.

Voor Foucault staat dit Panopticon model voor de moderne maatschappij, waarin de burger zich voortdurend door zijn omgeving bekeken weet en zich daarom automatisch aanpast aan wat normaal is. Onbewust houden we elkaar normen voor. Zo vermijden we oogcontact met de onbekende tegenover ons in de trein of wachtkamer.

Het panoptisch systeem creëert individuen die voor zichzelf verantwoordelijk zijn. Ook voor hun eigen succes. Er is sprake van een positieve macht die niet verbiedt, maar het individu aanzet tot zelfreflectie. Kan ik mezelf nog verbeteren? Het is een productieve macht. Een macht die tegen je zegt: je bent vrij. Probeer op het spoor te komen wie je bent, maak je identiteit waar. Of zoals we in Viva kunnen lezen: ‘wees jezelf’.

Enerzijds zijn we dus vrij en zelf verantwoordelijk voor de keuzes die we maken, de dingen die we doen, het succes dat we bereiken. Er is niemand die ons met geweld iets oplegt of ons beperkt in onze keuzemogelijkheden. Maar anderzijds is er het gevoel dat je het nu voor elkaar moet krijgen: een baan waarin al je kwaliteiten tot zijn recht komen, regelmatig een weekend naar Berlijn of Kopenhagen met een hechte vriendengroep en een partner met wie je alles kunt bespreken.

Die druk zorgt voor veel stress bij met name hoogopgeleide jongeren tussen de 20 en de 35 jaar. Ze worden panisch van alle mogelijkheden en kansen en het gevoel op allerlei terreinen iets te moeten presteren. Ze komen terecht in wat wel de quarterlife-crisis wordt genoemd. Deze dip kenmerkt zich door onzekerheid, somberheid, keuzestress, zingevingsvragen, gevoelens van onrust over de eigen carrière, angst om kansen te missen en spanningsklachten. Het resultaat: besluiteloosheid op alle terreinen.

En dat in een tijd waarin ze meer keuzes moeten maken dan ooit. „Now they’re getting fucked from all sides”, zegt een personage uit de Amerikaanse bestseller Indecision van Benjamin Kunkel. „They can’t look at a menu, can’t even enter a supermarket. These are like people who want to move to communist Romania”. De roman is een internationaal succes. Blijkbaar herkennen veel lezers zich in de 28-jarige hoofdpersoon, die heil ziet in een medicijn tegen besluiteloosheid. Waarom heeft juist mijn generatie dit probleem?

Psychologen en sociologen geven verschillende verklaringen voor het leed van de generatie geboren tussen grofweg 1970 en 1985. We zouden belangrijke keuzes moeten maken in een hectische tijd, in een instabiele wereld. Daarnaast zijn we zo welvarend dat onze basisbehoeften zoals veiligheid, voedsel, onderdak, en sociale contacten zijn vervuld. We zijn toe aan het topje van de piramide van Maslow: zelfverwerkelijking.

We willen niet alleen een goed betaalde, maar ook een uitdagende baan, die past bij onze persoonlijkheid. We moeten er onze idealen in kwijt kunnen, we moeten doorgroeimogelijkheden hebben en de collega’s moeten inspirerend zijn. Kortom, we hebben een totaal onrealistisch eisenpakket.

Bovendien moeten we zelf uitvinden op welke manier we precies ons leven willen invullen. Traditionele kaders als religie hebben we achter ons gelaten. Zelfs identiteit is nu een persoonlijke keuze. De vrijheid om alles te kunnen kiezen, vinden we heel belangrijk, maar tegelijkertijd is het een enorme valkuil. Daarin verschilt de quarterlife-crisis van de midlife-crisis: vijftigers hebben juist behoefte om te breken met het te vertrouwde en daardoor beklemmende kader. Wij hebben stiekem behoefte aan zo’n keurslijf. Toch houden we alle opties open en kiezen niet. Dat zorgt voor onzekerheid over de toekomst.

Allemaal waar. Maar er speelt volgens mij nog meer. Terugkomend op Foucault, denk ik dat met name onze sociale omgeving ons die druk bezorgt. Want wie vertelt ons dat we zoveel eisen moeten stellen aan onze carrière en wie zegt dat we onszelf moeten verwezenlijken?

Dat wordt ons onder andere voorgehouden door universiteiten en hogescholen, door de media en door bedrijven. Universiteiten roepen unaniem dat ze alleen de besten willen selecteren. Je moet je tijdens je studie onderscheiden, door bijvoorbeeld een jaartje in het buitenland te studeren. Alleen een universitaire opleiding volstaat niet meer, want iedereen studeert. We kijken niet op van personeelsadvertenties waarin je alleen wordt uitgenodigd wanneer je geen ‘van negen tot vijf’-type bent. Omdat we gewend zijn veel van onszelf te eisen, twijfelen we er voortdurend aan of wat we hebben bereikt goed genoeg is. Komen er geen betere kansen? ‘Go go go!’ is de slogan van carrièresite Monsterboard. Er is altijd wel ergens een betere baan.

Maar minstens even opjagend als de media en het bedrijfsleven zijn de eigen vrienden en kennissen. Op elk feestje zijn we onze carrières aan het vergelijken met die van leeftijds- en studiegenoten. We zien succesvolle mensen van onze leeftijd op tv en in de krant. Tot mijn verrassing bleek ik drie van de op dit moment veelbelovende jonge talenten uit het septembernummer van Rails te kennen. Mensen als ik, die wél in de schijnwerpers staan.

De angst om te mislukken, doet me twijfelen op welk paard te wedden. Ik wil niks uitsluiten. Zo breng ik mijn dagen door met surfen op vacaturesites, op zoek naar die ene baan die alles heeft. Ik weet niet meer wat ik met mezelf aanmoet. Voor de twintigste keer vandaag check ik mijn mail. Heeft iemand misschien een aantrekkelijk aanbod? Dan hoef ik zelf niet te kiezen.

Toegegeven, er zijn ook briljante mensen die zich niet gek laten maken. Mensen met drie titels die toch postbode worden, omdat ze dan de middag vrij hebben voor het lezen van boeken. Uitzonderingen. Ik heb het alleen van horen zeggen.

Waarom willen we niet achterblijven? Voor wie willen we per se niet mislukken? Wiens hete adem voelen we in onze nek? Volgens Foucault is de bewaker in het Panopticon uiteindelijk overbodig. Het idee dat hij bekeken wordt, is voor de gevangene genoeg om zich te disciplineren.

Is er eigenlijk wel iemand die onze carrière bewaakt? Of zijn we bezig tegemoet te komen aan verwachtingen, die niet eens bestaan? Misschien is het, net als voor Foucaults gevangene, wel het beste om het niet te weten. Als we zeker weten dat niemand ons in de gaten houdt, als er geen macht zou zijn die ons activeerde, zouden we waarschijnlijk alleen nog voor de tv zitten. Prestatiedrang heeft immers alles te maken met ijdelheid.

We hebben een bewaker nodig om iemand te zijn. Een hete adem hoeven we echter niet te voelen. Want natuurlijk is de bewaker vooral verdiept in zijn eigen krantje.

Franca Treur is winnaar van de essaywedstrijd over ‘Macht en Onmacht’.

Rectificatie / Gerectificeerd

De naam van de winnaar van de derde prijs van de essaywedstrijd over ‘Macht en onmacht’ stond gisteren verkeerd in deze krant. De correcte schrijfwijze is Roos Wouters en niet Roos Wouterse.