EU wilde regeling CIA-acties met VS

De EU wilde een regeling voor het geheime vervoer van terreurverdachten.

„EU-functionarissen hebben zaken verzwegen.”

Oostenrijk heeft als fungerend EU-voorzitter in mei van dit jaar aan de Verenigde Staten voorgesteld een regeling te treffen voor de zogeheten renditions, het in het geheim vervoeren van terreurverdachten.

Een vertegenwoordiger van de Oostenrijkse regering deed de suggestie tijdens een ontmoeting met John Bellinger, een hoge functionaris van de Amerikaanse regering. Dat blijkt uit een geheim verslag van de bijeenkomst, dat is ingezien door leden van het Europees Parlement. Een kopie is in het bezit van deze krant. Bellinger antwoordde tijdens de bijeenkomst dat de VS moesten „nadenken” over het voorstel.

Volgens Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) is duidelijk dat hoge EU-functionarissen, onder wie buitenlandcoördinator Javier Solana, zaken hebben achtergehouden. Zij is lid van een commissie van het EP die de verhalen over geheime vluchten en gevangenissen onderzoekt. „Er is structureel overleg geweest tussen de EU en de VS. Dat is merkwaardig, want Solana zei eerder dat er slechts één keer over het onderwerp was gesproken, met Condoleezza Rice, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken”, aldus Buitenweg.

Dinsdag presenteerde europarlementariër Giovanni Claudio Fava namens de onderzoekscommissie een nieuw rapport. Daarin stelt hij dat Europese regeringen moeten hebben geweten van het bestaan van geheime gevangenissen. De Italiaan noemt Groot-Brittannië, Polen, Italië en Duitsland bij naam. Nederland niet.

In september erkende de Amerikaanse president Bush het bestaan van geheime gevangenissen. Volgens Fava is er „ernstig indirect bewijs” dat er in Polen een gevangenis voor terreurverdachten is geweest. Verder stelt hij dat ten minste 1.245 geheime vluchten boven Europees grondgebied hebben plaatsgevonden.

Fava vindt dat Solana en de Nederlandse EU-terrorismecoördinator Gijs de Vries niet genoeg hebben meegewerkt aan zijn onderzoek. Beiden werden door de commissie gehoord. Solana’s getuigenis bevatte „omissies en ontkenningen”, aldus Fava.

Woordvoerder Cristina Gallach van Solana zei in een reactie dat de buitenlandcoördinator nauwelijks verantwoordelijk is voor dit onderwerp. „Dit zijn vragen die moeten worden gesteld aan de lidstaten van de EU.”

Gijs de Vries zegt zelf dat hij zich niet herkent in het rapport. „Wat meer zorgvuldigheid zou niet hebben misstaan”. De Vries wijst er op dat hij al eind 2005, toen de geruchtenstroom over geheime CIA-activiteiten in Europa begon, heeft geprobeerd de kwestie aan de orde te stellen bij de regeringen van de EU.

In mei van dit jaar heeft De Vries over de zaak gesproken met Karin Gastinger, de Oostenrijkse minister van Justitie en met haar Amerikaanse ambtsgenoot Alberto Gonzales. Ook is er in Washington een gesprek geweest tussen juridische experts van de EU en de VS. „De bedoeling van die gesprekken”, zegt De Vries, „was de Amerikanen te bewegen tot de aanvaarding van de algemene interpretatie van het internationale recht.”

Bij de laatste gelegenheid, erkent De Vries, is gepraat over „een nieuwe regeling voor het overbrengen van gevangenen”. „Maar dat was geen voorstel van de 25 landen van de EU. En ik zag er ook niet de noodzaak van in. Het internationale recht biedt voldoende mogelijkheden om aan uitleveringen te doen.” Volgens De Vries moet er nu in de EU worden nagedacht over het versterken van de controle op inlichtingendiensten. „Dat is de belangrijkste les.”