EU wil wereldwijd vlammen doven

Vanaf 1 januari neemt Nederland deel aan de eerste ‘battlegroups’ van de EU. Deze kleine legers zijn vooral opgericht om crises in bezweren. „In de praktijk zal het om Afrika gaan.”

De thuisbasis tijdens de virtuele oefening van de battlegroup: een crisis in het denkbeeldige land ‘Fontinalis’. Foto Bundeswehr Bundeswehr

De jonge sergeant Joris van den Berg hoopt op actie in de eerste helft van 2007. „Als we uitgezonden worden, ben ik tevreden. Als we niet gaan, ben ik licht teleurgesteld”, zegt hij op de Duitse vliegbasis Leipheim. Daar rondde Van den Berg, behorend tot het regiment Bevoorrading- en Transport, onlangs de laatste oefening af van de Duits-Nederlands-Finse ‘EU-battlegroup’. Deze is vanaf 1 januari paraat.

Hiermee zet de Europese Unie, ondanks grote euroscepsis in onder andere Nederland, een nieuwe stap richting nauwere samenwerking. Of naar „zelfbewustwording van Europa”, zoals luitenant-generaal Hans Sonneveld, de op een na hoogste Nederlandse militair, het na de oefening omschrijft.

Nooit eerder beschikte de EU over een permanent inzetbare strijdmacht. De omvang blijft voorlopig beperkt. Elk half jaar zijn twee ‘battlegroups’ van elk zo’n 1.500 militairen paraat, die namens de EU binnen vijf dagen op ruime afstand van Europa inzetbaar zijn. Behalve Duitsland, Finland en Nederland vormen ook Frankrijk en België in de eerste helft van volgend jaar zo’n gevechtseenheid.

De troepen worden uitgezonden om „de eerste vlammen te doven”, aldus defensiedeskundige Ko Colijn. Meestal zal dat zijn nadat de Verenigde Naties bij de EU een verzoek hebben ingediend. Bijvoorbeeld om mensen te evacueren, of een kleine crisis te bezweren.

Zo bootsen de EU-militairen in Leipheim, vooral vanachter de computer, een situatie na waarbij lichtbewapende VN-troepen in het denkbeeldige staatje Fontinalis assistentie nodig hebben. Oplaaiende gevechten tussen etnische groepen brengen hen in de verdrukking. De VN hebben de EU daarom verzocht een ‘battlegroup’ te sturen om de rust te herstellen.

„In de praktijk zal vooral Afrika een inzetgebied worden”, aldus luitenant-generaal Sonneveld. Daar dienen de brandhaarden zich in hoog tempo aan. Daar komt bij dat Frankrijk Afrika als zijn achtertuin beschouwt en een van de drijvende krachten achter de ‘battlegroups’ is. De VS hebben traditioneel wat minder oog voor Afrika. Daardoor konden ook de VN vaak niet ingrijpen op het continent.

Defensiedeskundige Colijn verwacht dat dit nu verandert. „De EU duikt eigenlijk in een niche-markt, want de NAVO heeft geen middelen om zeer snel ter plaatse te zijn. En een kleine strijdmacht is meestal voldoende om conflicten te bezweren. Tijdens verkiezingen bijvoorbeeld is alleen machtsvertoon vaak al genoeg”, zegt hij.

Sonneveld stelt de huidige EU-macht in Congo ten voorbeeld, die toeziet op een rustig verloop van de verkiezingen. Sonneveld: „Dat zou een taak voor een battlegroup kunnen zijn.” Verschil is dat de troepen vanaf 1 januari direct inzetbaar zijn, terwijl nu eerst nog coalities moeten worden gesmeed van EU-landen die bereid zijn mee te doen.

Maar het voorbeeld van Congo dat Sonneveld geeft, tekent direct het grote probleem van de ‘battlegroups’. Het duurde afgelopen voorjaar drie maanden voordat de deelnemende EU-landen overeenstemming bereikten over de aard van de missie. „Wij zijn vanaf januari binnen vijf dagen inzetbaar, maar of de politiek ook zo snel handelt, blijft de vraag.”

Want alle 27 EU-landen moeten straks instemmen met het sturen van een ‘battlegroup’ en het eens zijn over het mandaat. „Landen als Frankrijk en Italië blijken soms belangen te hebben in de landen waar ingrijpen wenselijk is, waardoor het er toch niet van komt”, aldus Colijn. Na unanimiteit op Europees niveau moeten de deelnemende landen doorgaans ook nog instemming van hun parlementen krijgen voordat ze troepen uit kunnen zenden.

Bovendien blijft er de komende jaren vermoedelijk gesteggeld worden over de verhoudingen tussen de militaire capaciteiten van de EU en de NAVO. Zo wil Frankrijk de militaire capaciteiten van de EU het liefst zo snel mogelijk uitbreiden. Nederland en Groot-Brittannië laten geen gelegenheid onbenut te benadrukken dat de EU op defensiegebied complementair is aan de NAVO. Tekenend was de recente botsing tussen minister Henk Kamp (Defensie, VVD) en zijn Franse collega Michèle Alliot-Marie. Zij zei twee weken geleden dat de EU de belangrijkste organisatie voor veiligheid in Europa is. Kamp strafte haar direct af: „Samenwerking binnen de NAVO is beter om ook de VS en Canada erbij te betrekken. Samenwerken binnen de EU kan best, maar als versterking van de NAVO.”

De Nederlandse militairen in Leipheim zien wel duidelijk voordelen in een, voorlopig beperkte, eigen strijdmacht voor de EU. „Tegen de EU wordt toch anders aangekeken dan tegen de NAVO. Wij worden meer gezien als een VN-middel”, verwacht sergeant Van den Berg. In een tent van het mobiele hoofdkwartier zegt luitenant-kolonel Jo Kremer: „Het is goed dat Europa eigen prioriteiten kan stellen.”