Eeuwfeest op het nippertje

Drie jaar geleden zag het ernaar uit dat de Italianen het 100-jarig jubileum van hun trotse, maar zieltogende autofabrikant Lancia wel konden vergeten. Maar dankzij ingrijpen van Fiat-baas Sergio Marchionne ging het eeuwfeest toch door.

Voor Vincenzo Lancia was pioniersgeest rond het nieuwe fenomeen ‘automobiel’ niet synoniem aan zo maar wat ambachtelijk geknutsel. Want voordat hij op 29 november 1906 naar de notaris stapte om de oprichting van de Fabbrica Automobili Lancia & Cie. vast te leggen, wist hij al als geen ander hoe een auto in elkaar stak.

De rebelse zoon uit een gegoede Turijnse industriële familie had er net zes jaar als goedbetaald testrijder en autocoureur bij Fiat opzitten. Dat stelde hem in staat serieus te investeren in kundige technici en de modernste precisieapparatuur.

De eerste Lancia’s waren dienovereenkomstig geconstrueerd: licht van gewicht en technisch innoverend. Vincenzo’s heroïsche stuurmanskunst en de gegoede komaf verschaften de ambitieuze Lancia bij voorbaat een gedegen reputatie nog voordat de eerste auto met zijn naam eind 1907 door de straten van Turijn reed. Verfijnde kwaliteitsauto’s bouwen voor de beter gesitueerden was zijn doel. Tot de dag van vandaag is Lancia trouw gebleven aan dat principe.

Achter elk nieuw model, hoe innoverend of exclusief ook, stak een pragmatische industriële en commerciële aanpak. Hij maakte sportieve tweezitters, luxe limousines maar ook vrachtwagens en autobussen. De winst investeerde hij vervolgens zelfverzekerd in technische vernieuwingen waaraan de hele auto-industrie zich decennialang zou spiegelen.

De Lancia Lambda uit 1921 had bijvoorbeeld al onafhankelijke voorvering, een lichte zelfdragende carrosserie en een compacte V-motor waarvan de principes nu nog steeds bij Volkwagen toepassing vinden. En zijn visionaire blik reikte tot ver buiten het eigen bedrijf. In 1930 was Lancia de medeoprichter van ’s werelds beroemdste carrosseriebedrijf en ontwerpstudio, Pininfarina.

Over Lancia’s nationalistische sentimenten doen in Italië nog altijd veel verhalen de ronde. Feit is in ieder geval dat hij in 1930 brak met de traditie om zijn wagens van een Griekse naam te voorzien, het werden Romeinse namen. De avant-gardistische eigenzinnigheid van Lancia’s modellen trok vooral artistieke en creatieve klanten aan, van architecten tot musici en schrijvers: Arturo Toscanini reed een Lancia Astura en Ernest Hemmingway had een Aurelia. In Brigitte Bardots doorbraakfilm Et dieu créa la femme is ook een Lancia Aurelia Spider te zien.

Vincenzo Lancia leefde kort maar intens. Nog net beleefde hij het debuut van zijn meesterwerk, de trendsettende Aprilia, alvorens hij in februari 1937 op 56-jarige leeftijd overleed.

Zijn zoon Gianni rebelleerde net als zijn vader, en koos in 1945 de kant van de PCI (Partito dei Communisti Italiani) en liep daardoor veel Marshall-hulp mis. Met familiekapitaal financierde Gianni toen zelf de ontwikkeling van het technisch geavanceerde model Aurelia, de bouw van een prestigieus kantoorcomplex en een autosportprogramma. Activiteiten die de onderneming financieel aan de rand van de afgrond brachten.

Het bedrijf werd noodgedwongen verkocht aan cementproducent Carlo Pesenti. Voor Pesenti was de voortzetting van Lancia’s traditie een erezaak die hem duur kwam te staan. Hij investeerde diep in nieuwe modellen, die nu legendarisch zijn (en gezocht door liefhebbers) maar hem alleen verlies opleverden. Eind 1969 was het spel uit.

Voor het symbolische bedrag van 1 lire per aandeel (maar met een miljoenenschuld) kaapte Fiat Lancia weg voor de neus van Ford, dat eerder al misgreep naar Ferrari. Rond de afgelopen eeuwwisseling werd Lancia meegesleept in de financiële rampspoed van moeder Fiat. In een laatste krachtsinspanning bouwde Lancia een paar studiemodellen. Die maakten echter zoveel sentimenten los dat de nieuwe directie onder leiding van Fiat-topman Sergio Marchionne tot een ambitieus overlevingsplan besloot. In 2010 moeten er weer 300.000 Lancia’s worden gemaakt, tegen nog maar 100.000 dit jaar.