Door ‘Irak’ dreigt isolement voor Bush

In de Verenigde Staten concentreert het debat over Irak zich op Amerika’s eigen positie in het conflict. Democraten én Republikeinen spreken nu over terugtrekking. President Bush staat steeds meer alleen.

De aanbevelingen van de Studiegroep Irak, die vannacht in grote lijnen zijn gelekt naar The New York Times, hebben vooral symbolische waarde.

Voor het eerst stelt een commissie uit beide partijen, geleid door een vertrouweling van de familie Bush, oud-minister van Buitenlandse Zaken James Baker III, een geleidelijke terugtrekking van Amerikaanse gevechtseenheden voor, om de oorlog in Irak op een ander spoor te brengen. Een tijdslimiet is er niet aan verbonden.

Het advies komt op een moment dat de VS gelaten proberen het ogenschijnlijk onafwendbare rampscenario – een reprise van Vietnam – af te wenden. Goede opties lijken te ontbreken. Een keuze voor het eigenbelang is dan verleidelijk.

Het Amerikaanse debat over de toekomst van Irak concentreert zich meer en meer op Amerika’s eigen positie in het conflict. Na de overwinning van de Democraten bij de Congresverkiezingen, eerder deze maand, is het maatschappelijke klimaat omgeslagen. De gedachte dat nobele Amerikanen in Irak leiding geven aan de wereldwijde strijd tegen barbaren – tot enkele maanden geleden gemeengoed in het debat – is de laatste tijd vrijwel afwezig. ‘Koers houden in Irak’ – drie jaar lang de mantra van George W. Bush – is uit het openbare leven verdwenen. De overwinning – tot voor kort een vanzelfsprekend doel – wordt nog maar zelden voorzien.

Vooral de Republikeinen zijn onherkenbaar veranderd. Drie jaar lang presenteerden zij Democratische twijfels over Bush’ claim op succes in Irak als een gebrek aan vaderlandsliefde. Ook die ban is nu gebroken.

Kenmerkend was een stuk van de Republikeinse senator Chuck Hagel afgelopen weekeinde in The Washington Post. Het verkeerde inzicht in de situatie in Irak, de zwakke analyse, onjuiste planning en slecht management zijn het gevolg van „arrogante zelfbegoocheling die herinnert aan Vietnam”.

En wanneer president Bush de aanbevelingen van Baker niet aanwendt voor een nationaal compromis over de terugtrekking uit Irak, schreef hij, „zal Amerika voor deze blunder een hoge prijs betalen”. Hagel staat weliswaar bekend om zijn onafhankelijkheid, maar hij is geen gematigde Republikein uit Maine of New England: hij vertegenwoordigt het conservatieve Nebraska, na Utah de staat met de trouwste Republikeinse aanhang van het land.

Het geeft aan dat Bush, al hevig verzwakt door de Democratische machtsovername van het Congres, in een bijna onmogelijke binnenlands-politieke positie terecht is gekomen. Uit zijn toespraken bleek tot en met vandaag dat hij terugtrekking van troepen onbestaanbaar vindt zolang in Irak een oorlog woedt. Maar nu na de Democraten en de kiezers ook zijn partijgenoten en Baker hem afvallen, is het isolement angstig dichtbij. Een komiek zei deze week: „Where is Donald Rumsfeld now his president needs him?”

Vermoedelijk zal Bush de aanbevelingen, die pas volgende week officieel worden gepresenteerd, vriendelijk in ontvangst nemen en ze daarna zoveel mogelijk negeren. Dat is in theorie niet onmogelijk. Baker stelt geen tijdslimiet aan de terugtrekking, dus zijn advies zou in principe in de vergetelheid kunnen raken – al is dat met een Democratische meerderheid in het Congres niet waarschijnlijk.

Ook heeft het Witte Huis de afgelopen weken twee andere evaluaties van de oorlog gelast, één van zichzelf en één van het Pentagon, en het laat zich raden dat niet alle aanbevelingen overeen komen met die van Baker: het geeft de president, zeggen strategen, de ruimte zijn eigen plan te trekken.

Het is te voorzien dat vandaag al een twist ontstaat over de betekenis van Bakers advies om gevechtstroepen terug te trekken zonder een tijdslimiet te stellen. Strikt genomen bestaat het voornemen tot terugtrekking al sinds Bush op 1 mei 2003 zijn overwinningstoespraak hield onder het motto: missie volbracht. Het is er door de steeds verslechterende omstandigheden alleen nooit van gekomen. En er is volgens deskundigen weinig reden de komende periode minder geweld in Irak te verwachten: dus hoezo terugtrekken?

Maar het heeft er alle schijn van dat Amerika met dit rapport symbolisch afscheid neemt van een verband tussen zijn troepensterkte en het geweld in Irak. Schuld en boete over het eigen optreden spelen in het huidige Amerikaanse debat geen rol. Spijtoptanten zijn er wel, maar nog geen politicus heeft openlijk verklaard dat dagelijkse Iraakse moordpartijen het gevolg zijn van de operatie van de VS. De VS hebben Irak op eigen benen gezet, het kindje loopt slecht en ligt voortdurend onder vuur – maar toch vindt Amerika het beter dat het alvast aan zijn zelfstandigheid gaat werken.