‘Deze auto is echt lauw’

Oké, het was een prachtige herfstdag, zodat er meer mensen op straat waren, maar toch. Het bekijks dat ik trok toen ik op zaterdagmorgen mijn zoontjes demonstreerde hoe de kap van mijn nachtblauw metallic Volkswagen Eos coupé keurig in de kofferbak kon verdwijnen, was uitbundig. Binnen de kortste keren stonden vier, vijf buurmannen rondom de auto. En mijn eigen kinderen waren aanzienlijk enthousiaster over ons tijdelijk bezit dan over de oude Volvo waarmee het gezin zich doorgaans verplaatst. „Deze auto is echt lauw”, zei de achtjarige, die zich tevreden in de met beige leder beklede sportstoel achter het stuur nestelde om vervolgens een keer of tien het dak open en dicht te laten gaan.

En, het moet gezegd, de manier waarop de uit vijf delen bestaande vouwconstructie – volgens Volkswagen speciaal voor de Eos ontwikkeld – met één druk op de knop in 25 seconden van de coupé een cabriolet maakt, is spectaculair. En dankzij het mooie herfstzonnetje konden we tijdens ons uitstapje naar Brussel tot aan de Nederlandse grens met open dak rijden, al begonnen de passagiertjes op de achterbank na enige tijd – ondanks het windschot dat achterin geplaatst kan worden – te klagen dat het voor hen te koud werd.

De Volkswagen Eos, die afgelopen voorjaar in Nederland op de markt is gebracht, is de opvolger van de Volkswagen Golf Cabriolet. De coupé (genoemd naar Eos, de Griekse godin van de dageraad) wordt door de fabrikant bewust als een geheel nieuw model in de markt gezet. Volkswagen wil deze wagen, die geproduceerd wordt in Portugal, een exclusiever imago meegeven dan de Golf heeft. Het model, dat in de goedkoopste uitvoering in Nederland 33.600 euro kost, zal vooral mensen aanspreken die vallen voor de lijn van een coupémodel (maar ook achterin passagiers op een fatsoenlijke manier willen kunnen vervoeren) en die houden van de vrijheid van het kunnen rijden met open dak, maar het klimaatcomfort van een ‘gewone’ auto niet willen missen.

In die combinatie van vrijheid en gemak is Volkswagen geslaagd. De Eos rijdt soepel en comfortabel; enige gevaar van de zes versnellingen is dat je op Nederlandse 100-kilometerwegen ongemerkt snel te hard rijdt, maar voor dat probleem biedt de cruise control uitkomst. De (elektrisch ook in hoogte verstelbare) voorstoelen zitten goed en ook de passagiers op de achterbank hebben redelijk wat ruimte, al blijft het – ondanks de bewering van Volkswagen zelf – minder dan in een gewone gezinsauto.

Gaat Volkswagen erin slagen om met de Eos een nieuwe doelgroep aan te spreken? De combinatie van coupé en cabriolet is een mooi staaltje technisch vernuft, maar écht spannend is de wagen verder niet. Niet qua interieur, waar met name de inrichting van het dashboard nauwelijks bijzonder te noemen is, maar ook niet qua exterieur. Als de kap van de wagen omhoog is, blijft van de Eos niet veel meer over dan een nogal brave auto. Niets mis mee, maar ook geen wagen om hevig naar te verlangen.

Ook praktisch is er nog wel wat op dit model af te dingen. Achteruit inparkeren is in deze coupé een nogal hachelijke aangelegenheid, vond ook de echtgenoot, omdat de kleine achterruit nogal weinig zicht biedt. Aanschaf van de park distance control (670 euro) is voor de krapbemeten parkeergarages in Nederland aan te raden. Omdat de zijdeuren vrij breed zijn, moet bij het parkeren ook rekening worden gehouden met voldoende ruimte aan de zijkanten van de wagen. Wie, zoals ik, over de passagiersstoel heen naar de bestuurdersplek moet kruipen, maakt toch minder de blits. Gelukkig keken de buren op die regenachtige maandagmorgen allemaal een andere kant op.

Marcella Breedeveld

Marcella Breedeveld is chef van de binnenlandredactie van NRC Handelsblad en rijdt in een Volvo 740 stationwagon.