De wraak van de kleine man

Goede tijden zijn het voor het kapitaal: de fusies en overnames zijn niet van de lucht, de winstgevendheid van het bedrijfsleven was in jaren niet zo goed. Minister Zalm vliegen de inkomsten uit de vennootschapsbelasting om de oren. En het deel van het nationaal inkomen dat toevalt aan winsten was sinds eind jaren zestig niet zo groot. Het kan zijn dat het evenwicht tussen arbeid en kapitaal blijvend is gerestaureerd, na een schok in de jaren zeventig – zoals er wel meer maatschappelijke verhoudingen de afgelopen jaren groot onderhoud kregen. Maar is het niet even goed mogelijk dat de slinger straks weer terugslaat?

In de hele geïndustrialiseerde wereld is de werknemer er voor zijn eigen gevoel nogal bekaaid vanaf gekomen. Globalisering, en de bijbehorende verhuizing van arbeid naar lagelonenlanden als China en India, wordt geacht te leiden tot massawerkloosheid. Dat was begrijpelijk, gezien het feit dat er ongeveer een miljard mensen aan de wereldwijde beroepsbevolking zijn toegevoegd. Maar tot nu toe lijkt de globalisering vooral te hebben geleid tot een druk op de arbeidsinkomens in het westen.

Loonmatiging is in Europa gemeengoed geweest, en in de VS valt het mediane inkomen steeds verder terug in vergelijking tot het nationaal inkomen. Ook in China is er sprake van een luidere roep om hogere lonen.

De Democratische overwinning bij de Congresverkiezingen eerder deze maand in de Verenigde Staten kan moeilijk los worden gezien van onvrede van de werkende Amerikaan over zijn achterblijvende inkomen. In Duitsland is een christen-sociaaldemocratische regering aan de macht, in Italië sinds begin dit jaar een linkse coalitie, en in Frankrijk maakt de socialistische kandidaat Ségolène Royal op dit moment de grootste kans de presidentsverkiezingen van volgend jaar te winnen. Kiezers in Nederland maakten vorige week de – moeizame – weg vrij voor een coalitie die zou kunnen bestaan uit CDA, SP en PvdA.

Vóór je ‘creatieve destructie’ kan zeggen lijkt het woord ‘inkomensverdeling’ opeens weer in opmars. Niet alleen ten aanzien van de kloof tussen lagere inkomens en topinkomens maar, wie weet, ook bij de verdeling van het nationaal inkomen tussen arbeid en kapitaal. Wat moeten werknemers, ondernemers én beleggers daarmee? Hopen dat de cavalerie te hulp snelt, in de vorm van een blijvend hoge productiviteitsstijging. Dat vergt wel dat de globalisering en een open wereldhandel zich mogen blijven ontwikkelen. En dáár is de op revanche zinnende factor arbeid weer nooit zo enthousiast over geweest.

Maarten Schinkel