Altijd zondag met stille banden

Twintig auto’s van Rijkswaterstaat gaan op stille banden rijden. Als iedereen dat doet, zijn er minder geluidsschermen nodig.

De baas van Rijkswaterstaat rijdt het komende half jaar in een auto met superstille banden. De dienstauto van directeur-generaal Bert Keijts behoort tot de twintig leasewagens van Rijkswaterstaat die worden uitgerust met banden die ongeveer drie decibel minder geluid veroorzaken dan de gemiddelde autoband. „Door er zelf in te gaan rijden, willen we aangeven hoe belangrijk wij het vinden dat auto’s minder geluid maken”, aldus Keijts in Amsterdam, waar de proef gisteren werd gelanceerd.

Het gaat om banden die nu ook al te koop zijn, maar die weinig mensen kopen. Wim van den Boogaard, manager van Wegen naar de Toekomst, het programma van Rijkswaterstaat voor innovaties op het gebied van schone, veilige en betrouwbare mobiliteit: „Stille banden zijn niet veel duurder dan gewone banden. Als alle auto’s op deze banden zouden rijden, wordt het geluid op de weg met de helft teruggedrongen. Als we dat met nog een kwart kunnen terugdringen, dan wordt het qua geluid altijd zondagochtend op de weg. Als tachtig procent van alle auto’s op stille banden zou gaan rijden, hoeven we ook minder geluidsschermen te bouwen. Dat scheelt tientallen miljoenen euro’s.” En: de Europese Unie gaat het gebruik ervan over enkele jaren verplicht stellen, zegt Keijts, en ook de Nederlandse Wet Geluidhinder zal strenger worden.

Rijkswaterstaat gaat ook experimenteren met mobiele camera’s. Op het dak van vier inspectiewagens van Rijkswaterstaat staat een roterende camera die kan worden bediend vanuit de verkeerscentrale. Het personeel op de inspectiewagens is bij ongevallen relatief veel tijd kwijt met het per telefoon beschrijven van de ravage aan de verkeerscentra, die op grond van deze meldingen een besluit moeten nemen over het afsluiten van rijstroken of zelfs complete weggedeelten. „Dat gaat wel eens verkeerd”, vertelt weginspecteur Wim Holland. „Je staat daar te bellen en tegelijk andere dingen te doen, het adrenalinegehalte in je lichaam is hoog. Dan wordt er weleens een verkeerde rijstrook afgesloten.” Collega Jurgen Müller: „Je staat daar van alles tegelijk te doen. De plaats van het ongeval veilig stellen. Aannemers bellen om de geleiderail te herstellen.”

Met de camera kan de verkeerscentrale de situatie zelf inschatten. De proef heet ‘Een beeld zegt meer dan duizend woorden’. Programmamanager Wim van den Boogaard: „De camera maakt de situatie veiliger en overzichtelijker. En de weg is eerder vrij.” Dat kan geld schelen. Rijkswaterstaat heeft uitgerekend dat een file per kilometer tweeduizend euro per rijstrook per uur kost. Het gebruik van de camera maakt een betere inschatting mogelijk over de meest verkieslijke wijze van bergen: een gekantelde vrachtwagen snel naar de berm schuiven, of een langzame berging, wanneer de lading waardevol is of zorg behoeft.

De afgelopen tien jaar werden ook proeven gedaan met een zelfreinigende berm; apparatuur die auto’s binnen de belijning houdt en zorgt voor afstand tot andere auto’s; tijdelijke bruggen bij wegwerkzaamheden; wisselende markering van rijstroken en oprolbaar asfalt.

Bij Wegen naar de Toekomst zeggen ze geen gebrek aan geld te hebben gehad voor het doen van proeven. „Er was altijd geld genoeg”, zo stellen ze. Lastiger was het een proef daadwerkelijk uit te voeren ondanks een groot aantal regels. Regels hinderen innovatie, is de algemene gedachte. Directeur-generaal Bert Keijts: „Rijkswaterstaat is een organisatie die in een maatschappelijke behoefte voldoet en daarom volgens regels moet werken. Maar soms word je er gallisch van.” Neem het plan om het fileleed te verminderen door een doorgetrokken streep te schilderen tussen de twee linkerbanen op een snelweg en in- en uitvoegstroken. „Er gaan jaren overheen als je dat een keer wil doen”, aldus bestuursvoorzitter Joris Al van Wegen naar de Toekomst. Rijkswaterstaat-baas Bert Keijts: „Ik heb van de week gezegd: we gaan die streep gewoon trekken.”