Allemaal op reis om uitweg uit Irak te vinden

Er is drukke diplomatieke activiteit om de crisis in en rond Irak op te lossen. Maar iedereen heeft eigen ideeën en wantrouwt de ander.

Een stroom bezoekers reist door het Midden-Oosten om te proberen een oplossing te vinden voor de burgeroorlog in Irak, voor deze in een wijder verspreide regionale oorlog ontbrandt. De Amerikaanse president George Bush heeft gisteren in Amman de Jordaanse koning Abdullah II gesproken en praatte er vandaag met de Iraakse premier Nouri al-Maliki; zijn minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice ontmoet morgen Arabische ministers tijdens een democratieconferentie aan de Dode Zee en vice-president Dick Cheney heeft zojuist een bliksembezoek aan Saoedi-Arabië gebracht. In dit kader bezoekt Rice vandaag ook Israël en de Palestijnse gebieden en zijn de Palestijnse leiders, zowel Fatahpresident Abbas als Hamas-premier Haniyeh, ambulant.

De kans is klein dat dit alles iets zal uithalen. Niet alleen omdat het haast onmogelijk is de gruwelijke sunnitisch-shi’itische wraakcyclus te doorbreken; ook omdat de verschillende partijen allemaal een eigen idee hebben over de oplossing en elkaar diep wantrouwen. Zie Maliki’s onverwachte weigering zich gisteren te voegen bij de afgesproken top met Bush en Abdullah. Waarom de shi’itische Iraakse premier zijn gastheer en de Amerikaanse president liet zitten, werd er niet bij gezegd, maar er waren vele motieven denkbaar: omdat de Jordaanse koning net de Iraakse sunnitische geestelijk leider Harith al-Dhari heeft ontmoet, tegen wie in Bagdad een arrestatiebevel wegens terrorisme is uitgegeven. Of omdat Abdullah de Palestijnse kwestie erbij wil betrekken. Omdat Maliki nijdig is dat in Washington een onvriendelijk memo over zijn leiderschap van de hand van Bush’ veiligheidsadviseur Stephen Hadley was uitgelekt. Of omdat hij zijn achterban wilde laten zien dat hij niet aan Bush’ leiband zit.

Zelfs Amerikaanse commandanten die tot dusverre optimistische geluiden lieten horen, voorspelden deze week alleen verslechtering van de toestand in Irak. Bush, die na de Democratische overwinning bij de Congresverkiezingen van deze maand binnenslands onder zware druk staat een uitweg te vinden uit Irak, verzekerde voor zijn gesprekken in Amman dat hij niet van plan is zijn troepen uit Irak terug te trekken „voor de missie is voltooid”. Maar premier Maliki moet nu ook eens zijn verantwoordelijkheden nemen en de regio moet hem daarbij helpen, was de boodschap die Bush meebracht naar Amman.

Wat betreft Washington is de belangrijkste verantwoordelijkheid van Maliki, zo werd bevestigd in het dinsdag uitgelekte memo van Hadley, dat hij de eveneens shi’itische milities aanpakt die in antwoord op de aanhoudende sunnitische terreur steeds meer sunnitische burgers vermoorden.

irak Voor Arabieren blijft Palestina kernprobleem

Dat heeft Maliki ook al bij zijn door Bush zo warm verwelkomde aantreden in mei beloofd. Maar omdat de milities de legertjes zijn van politieke leiders die hem stutten – Abdulaziz al-Hakim van de SCIRI-partij/Badr-militie en Muqtada Sadr van het leger van de Mahdi – is hij daartoe tot dusverre niet in staat geweest.

Amerika’s sunnitische bondgenoten Jordanië, Egypte en Saoedi-Arabië (met de ‘schurkenstaten’ Iran en Syrië wil Bush vooralsnog niet praten) moeten op hun beurt helpen de sunnitische extremisten in Irak te beteugelen. Want dan heeft Maliki in de Amerikaanse gedachte een argument tegenover zijn shi’itische achterban om de milities op te doeken. De Iraakse shi’itische leiders gebruiken hun strijdgroepen mede als wapen in de onderlinge strijd om de macht. Maar zij voeren aan dat de milities nodig zijn om de shi’itische burgers te beschermen tegen de sunnieten en de burgers zijn dat met hen eens. De aanslag in Muqtada Sadrs bolwerk Sadr City in Bagdad (215 doden) onderstreepte dat argument vorige week nog eens.

Het is erg onwaarschijnlijk dat de sunnitische extremisten in Irak, de lokale Al-Qaeda voorop, zich iets gelegen zouden laten liggen aan aansporingen uit Amman, Kairo of Riad. Bovendien hebben de bondgenoten in de regio een andere analyse van de situatie dan Washington, zoals koning Abdullah de afgelopen weken herhaaldelijk onderstreepte: „Palestina is de kern”, zei hij deze week in een vraaggesprek met de Amerikaanse televisiemaatschapij ABC. Hij drong er bij Washington op aan een „alomvattende” strategie uit te zetten.

Voor de Arabische bondgenoten houdt de Palestijnse kwestie absolute prioriteit, zoals minister Rice in oktober ook te verstaan kreeg toen zij steun zocht tegen de groeiende macht van het shi’itische, diep gewantrouwde Iran. Toen zei haar Saoedische ambtgenoot prins Saud al-Faisal dat de Palestijnse kwestie „een kernprobleem is dat, als het zou worden opgelost, een gunstige uitwerking zou hebben op alle andere kernproblemen van de regio”. De Arabische leiders willen Washington wel terwille zijn, maar de publieke opinie in eigen land is belangrijker en die ziet Israël avond aan avond op Al-Jazeera Gaza bombarderen.

Het is dan ook geen toeval dat minister Rice nu ook Israëlische en Palestijnse leiders opzoekt. Zojuist hebben deze een staakt-het-vuren in de Gazastrook gesloten, waardoor althans tijdelijk een eind is gekomen aan Palestijnse raketbeschietingen en bloedige Israëlische tegenoffensieven. Maar de kans dat het veel verder komt is gering. Israëls premier Olmert heeft wel vredesoverleg beloofd maar daarbij de voorwaarden herhaald – in plaats van het huidige Hamasbewind een Palestijnse regering van nationale eenheid die Israël erkent en geweld afzweert – die de Palestijnse fundamentalisten vooralsnog weigeren in te willigen. De formatie van zo’n eenheidsregering tussen Fatah en Hamas zit op dit moment helemaal vast. En Haniyeh is de komende twee weken (financiële) steun aan het verzamelen in Egypte, Qatar, Syrië, Iran, Jordanië, Koeweit, Soedan, Libanon en Saoedi-Arabië.

Hoe gevaarlijk de situatie inmiddels is geworden bleek gisteren uit de openlijke waarschuwing van de Saoedische regeringsadviseur Nawaf Obaid dat Saoedi-Arabië „massaal” tussenbeide zal komen om „shi’itische milities te verhinderen Iraakse sunnieten af te slachten” als Bush aan de druk van de Democraten toegeeft en zijn troepen uit Irak terugtrekt. In een opinieartikel in The Washington Post schreef Obaid dat de Iraakse shi’ieten, die de meerderheid vormen, niet het risico lopen uitgeroeid te worden, maar de sunnitische minderheid wel.

Op zo’n interventie zou het machtiger Iran meteen reageren met een eigen interventie ten gunste van de shi’ieten, en een regionale oorlog zou een feit zijn. Meende Obaid zijn waarschuwing helemaal serieus? Misschien niet, maar het tekende de verloedering van de toestand in en rond Irak.