Strijd om pensioen tot achter de komma

Het grootste Nederlandse pensioenfonds, ABP, verlaagt wel de premie, maar geeft geen volledige prijscompensatie. Werknemers en gepensioneerden morren.

De spanning lag op tafel, de strijd gaat inmiddels om tienden van procenten. Afgelopen vrijdag vergaderde het bestuur van pensioenfonds ABP, dat een kwart van de Nederlandse huishoudens van pensioen voorziet, met de vertegenwoordigers van leraren, ambtenaren en gepensioneerde overheidswerknemers. In het bestuur zitten de vakbonden en de overheidswerkgevers. De inzet? De prijscompensatie (zogeheten indexatie) van de pensioenen in 2007 en de pensioenpremie die werkgevers en werknemers moeten betalen.

ABP is het grootste Nederlandse pensioenfonds, met meer dan 200 miljard euro beleggingen. Ondanks een spectaculair herstel op de beurzen sinds het crisisjaar 2002, een herstel dat het fonds tientallen miljarden euro heeft opgeleverd, is de financiële positie nog steeds onvoldoende krachtig. Voor het derde jaar zal het fonds niet de volledige indexatie betalen, terwijl dat wel de ambitie is. Geen 3,83 procent indexatie, maar ‘slechts’ 2,82 procent. Dat schaadt zowel de gepensioneerden (hun koopkrachtstijging blijft achter) als de werknemers (de opbouw van hun pensioen is niet volledig).

Tegelijkertijd daalt de pensioenpremie, zij het heel licht, met 0,2 procentpunt naar 19,2 procent. En die daling in combinatie met de onvolledige indexatie schoot de achterbannen van werknemers en gepensioneerden, verzameld in hun medezeggenschapforum (de zogeheten deelnemersraad) in het verkeerde keelgat. Vorig jaar was de premie ook al verlaagd, al had dat een bijzondere oorzaak, en toen was er ook geen volledige indexatie betaald. „Vorig jaar was het niet uit te leggen aan onze mensen”, zegt een aanwezige bij de vergadering. „En nu was het weer emotioneel en psychologisch problematisch.”

De premieverlaging is deels het gevolg van een versobering van een aspect van het pensioenpakket. De deelnemersraad adviseerde vrijdag, voor het eerst, unaniem negatief, en zei tegen het bestuur: wij gaan akkoord met een gelijke premie als in 2006 en stop het verschil maar in het fonds, als versterking van de financiële positie. De werkgevers, die ook een eigen forum hebben en tweederde van de pensioenpremie betalen, adviseerden wel positief. Het bestuur volgde zijn eigen voorstel, en de premie gaat licht omlaag.

De strijd om luttele tienden van procenten en de achterblijvende indexatie illustreren de zo langzamerhand afwijkende positie van ABP in de Nederlandse pensioenwereld. Ja, het gaat beter, maar nog lang niet goed genoeg. Diverse grote pensioenfondsen, zoals PGGM (meer dan een miljoen werkers in zorg en welzijn) en het Metalektro-pensioenfonds, betalen wel weer de volledige indexatie.

De financiële positie van ABP laat nog steeds te wensen over. Boosdoener is de blijvend lage rente die de waarde van de pensioenverplichtingen opdrijft. De verhouding tussen beleggingen en pensioenverplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad, stond per 1 november op 131 procent, tegenover 120 procent begin 2006. Door de achterblijvende indexatie loopt de achterstand voor de (gepensioneerde) overheidswerknemers op tot zo’n 3 miljard euro.

In weerwil van het ongenoegen dat vorig jaar al inzette bij de deelnemersraad van ABP, is het vertrouwen in het fonds van de doorsnee werknemer en gepensioneerde hoog. Van hen heeft 69 procent vertrouwen in het beleid, blijkt uit cijfers van onderzoekers Harry van Dalen en Kène Henkens van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch instituut (Nidi) dat komende week in economenblad ESB wordt gepubliceerd. Zorgfonds PGGM scoort ‘maar’ 59 procent op de vertrouwensvraag.

Ondanks de malheur van explosief gestegen premies en versobering van pensioenregelingen na 2002 blijkt het algemene vertrouwen in de branche te groeien. In 2004 had 53 procent van de deelnemers aan een pensioenregeling vertrouwen in de pensioenwereld, eind 2006 was dat gestegen naar 58 procent.