Mildere Rutger Kopland is klaar met ‘Jonge sla’

Filmmkers Van der Hoek en Siepe maakten, vlak na Koplands auto-ongeluk eind vorig jaar, een documentaire over de dichter. „Kopland is milder geworden.”

Karin de Mik

Aan het begin van de film loopt hij door de tuin naar zijn werkkamer. In dit oude kippenhok schrijft dichter Rutger Kopland, pseudoniem van R.H. van den Hoofdakker, zijn poëzie. Het is enkele maanden na zijn auto-ongeluk, in december 2005, maar dat weet de kijker van de documentaire Rutger Kopland, de taal van het verlangen nog niet. In die maand kreeg hij een hartinfarct achter het stuur, waarna hij met zijn auto tegen een boom tot stilstand kwam. Twee weken balanceerde hij, zonder het te weten, op het randje van de dood. „Een duizelingwekkende gedachte”, blikt hij terug.

De filmmakers, regisseur Piet Hein van der Hoek en Lejo Siepe, portretteren Kopland ter gelegenheid van diens 40-jarig jubileum als dichter. Ze interviewden Kopland na diens ongeluk. Daardoor is de toon van de film weemoedig geworden, vertelden de filmmakers vorige week tijdens de perspremière in Groningen. „Kopland is milder geworden”, aldus Van der Hoek. De film onthult dat Kopland in de nasleep van het ongeval moest worden opgenomen op de gesloten psychiatrische afdeling van het Universitair Medisch Centrum Groningen, waar hij zelf ooit als hoofd de scepter zwaaide. Zijn woede is groot. „Vroeger had ik een sleutel van die afdeling. Nu niet”.

In zijn jonge jaren schreef Kopland gedichten onder het pseudoniem Max Kwabe, waarbij hij werd geïnspireerd door Gerrit Achterberg. („Ik ga zeggen/dat ik van je hou/ (..) en voel ongekuste kussen”). In de film zegt hij „klaar” te zijn met zijn bekende gedicht Jonge sla. Telkens moet hij iets overwinnen als hem gevraagd wordt het voor te dragen. Hij schreef het in enkele minuten tijdens een vakantie in Zwitserland. Uit zijn archief, dat Kopland vorig jaar aan het Letterkundig Museum schonk, blijkt dat de laatste zin van Jonge sla aanvankelijk langer was. Aan „Maar jonge sla in september, nee”, was oorspronkelijk „dat gaat niet” toegevoegd. De zinnen na „Alles kan ik verdragen” zoals „het lieve landleven/het sterven van boerenkool” schrapte hij. Kopland wil gewaardeerd worden. Hij schonk een nieuw, manshoog portret aan het Letterkundig Museum voor de portrettengalerie, vertelt directeur Korteweg. Bij het wandje met een flamboyante afbeelding van Komrij viel Koplands bescheiden portret wel erg in het niet.

Behalve Koplands poëzie wordt ook zijn vak als psychiater belicht. Zo ziet de kijker hem een patiënt elektroshockbehandelingen toedienen. De beelden zijn afkomstig uit een oude instructiefilm van de universiteit. Hij noemt de therapie „een zegen”. „Ik zag nadien blije patiënten.”

Dichtkunst en psychiatrie hebben raakvlakken, meent hij. „In beide gevallen moet je goed kijken. Je wilt iemand iets laten zien, zodat hij zegt: ‘Ik wist niet dat dit klaarlag’.” Ook worden historische opnames getoond van Kopland als cabaretier en als filmer. Zo filmde hij vijf minuten lang een man die een spoorweg afliep.

Na zijn ongeval is hij gedichten blijven schrijven. „Dat zal ik altijd blijven doen. Poëzie is door deuren heengaan.”

Rutger Kopland, de taal van het verlangen, RTV Noord, 4 december 19.18 uur. In het voorjaar bij de publieke omroep.