Merkel laveert tussen voorspoed en onmin

In Duitsland is Angela Merkel nu precies een jaar aan de macht. Ze heeft de economie mee, maar de politieke onmin met haar ‘grote coalitie’ duurt onverminderd voort.

Er komt maar geen einde aan het goede nieuws uit Duitsland. De economie groeit. De belastinginkomsten stijgen. Het begrotingstekort krimpt. De bedrijven maken winst. Én de werkloosheid daalt. Voor het eerst sinds vijf jaar. Economen denken dat het nog zeker twee jaar bergop zal gaan.

Wie onder een zo wolkenloze hemel de zon niet wil zien, moet wel een onverbeterlijke pessimist zijn. Of een Duitse kiezer. De regering die de zegeningen mag verkondigen is namelijk niet bijster populair. De helft van de bevolking denkt dat de grote coalitie van CDU/CSU en SPD niet in staat is om de problemen van het land op te lossen. De CDU/CSU van kanselier Merkel staat in de peilingen op 39 procent, was ooit 57 procent. De SPD kwakkelt in de peilingen rond 30 procent. Ooit was dat bijna 40 procent.

Iedereen profiteert van de ontluikende voorspoed. Werkzoekenden, ondernemers, consumenten en winkeliers – voor de kersthausse in de detailhandel dreigt zelfs een tekort aan personal computers. Overal stroomt melk en honing, maar op de regeringscoalitie slaat de feestvreugde niet over.

De economische opleving begon, aarzelend, een jaar geleden, op het moment dat Angela Merkel na een akelig nipte verkiezingsoverwinning kanselier werd. Na een half jaar ‘Merkel’ kreeg de opleving lekker vaart. Zó veel vaart, dat economen hun prognoses inderhaast moesten bijstellen. Naar boven. Niet, zoals gewoonlijk, naar beneden. In de zomer zweepte het land zich bovendien op tot een voor Duitse begrippen ongekende euforie. Duitsland werd weliswaar geen wereldkampioen voetballen, maar verraste de wereld en zichzelf met onbekommerde levensvreugde. Brood én spelen, en nog mort een groot deel van het kiezersvolk.

De onmin vloeit, in elk geval gedeeltelijk, voort uit het wezen van de grote coalitie. De coalitie is groot, in omvang. Ze steunt op 446 van de 614 zetels in de Bondsdag en heeft ook een meerderheid in de Bondsraad, waar regionale politici een stem hebben in het nationale beleid.

Het numerieke overwicht wekte de verwachting dat de coalitie ook tot grote dingen in staat zou zijn. In Berlijn zou men eindelijk knopen doorhakken. Ontslagrecht. Gezondheidszorg. Pensioenen. Zorgverzekering. Belastingen. Men hakte knopen door, een paar. Maar de coalitie maakte ook voortdurend ruzie – aan het vermaledijde gekissebis kwam maar geen einde. Het grootste gevecht leverden SPD, CDU en CSU over de hervorming van de gezondheidszorg – altijd een heikel dossier omdat het elke burger direct raakt.

De regering zelf is de discrepantie tussen de voorspoed in de economie en de onmin van de kiezer niet ontgaan. Het economische succes is nog pril, zegt men in regeringskringen.

Bovendien is de coalitie een gedwongen huwelijk: de partners hebben „innerlijk nog geen vrede gesloten met de situatie”. Elk besluit is een moeizaam compromis. CDU/CSU en SPD maakten er een sport van om de winst die de tegenpartij in de onderhandelingen had geboekt zwart te maken. Elke partij becommentarieerde een ander deel van het uiteindelijke besluit. „Bij de burger ontstond zo de indruk: niets is goed.”

Deze week moest Merkel, kanselier van een levendige economie en voorzitster van een niet zo populaire partij, haar koers op een partijcongres rechtvaardigen. In eigen kring moest Merkel jaren vechten voor macht en aanzien. Echt geliefd was ze nooit. Een reeks mannelijke kroonprinsen – veelal machtige ministerpresidenten uit de regio – liet niets na om, soms openlijk, soms slinks, haar positie te ondermijnen.

De eerste maanden van ‘zwartrood’ hielden de mannetjesputters zich koest. In de aanloop naar het congres werden ze steeds rumoeriger. Voorop liep Jürgen Rüttgers, die met een klinkende zege in Noordrijn-Westfalen in 2005 het einde van de regering-Schröder inluidde. Rüttgers vond Merkels koers niet sociaal genoeg.

De congresgangers in Dresden sloten Merkel in hun armen. De duizend afgevaardigden onthaalden hún Angela op staande ovaties, herkozen haar met 93 procent tot voorzitster én deelden rake klappen uit aan de kroonprinsen. Kom niet aan de baas!

De minister-presidenten Koch (Hessen) en Wulff (Nedersaksen) werden met magere meerderheden gekozen in het partijbestuur. Oppositievoerder Rüttgers kreeg – met 57 procent de stemmen – zelfs een draai om zijn oren. Met een verbeten gezicht accepteerde zijn bezoedelde verkiezing. ’s Avonds op het grote feest met folkloristische muziek uit het Erzgebirge liet hij verstek gaan.

Partijcongressen zijn goed ge-oliede applausmachines en het is niet gangbaar om een kanselier uit eigen kring openlijk te demonteren. Maar de steunbetuiging had ook minder opzichtig kunnen uitvallen.

Kiezers die hadden gehoopt dat Merkel behalve rugdekking ook meer profiel zou krijgen, kwamen bedrogen uit. De vraag of de CDU een socialere of een liberalere koers wil volgen werd niet beantwoord. Er werden moties aangenomen met sociaal-democratische strekking – hogere uitkering voor oudere werklozen. Er werden moties aangenomen van liberale snit – minder ontslagbescherming. Merkel vond beide voorstellen goed. In haar toespraak zei ze herhaaldelijk dat de verzorgingsstaat vernieuwd moet worden. Maar hoe ze dat wil doen, blijft het raadsel van Dresden.