Kunstbedrijfje spelen

Veel jonge kunstenaars verkennen de grens tussen kunst en commercie.

Maar dat maakt hun werk nog niet commercieel.

Kunst is meer dan ooit handelswaar. Een recente veiling van moderne kunst bij Christie’s in New York brak niet alleen negentien individuele veilingrecords. Met een totale opbrengst van 240 miljoen dollar werd ook voor het eerst in de geschiedenis de magische grens van 200 miljoen dollar overschreden. Voor gevestigde namen, zoals Willem de Kooning, maar ook voor het werk van minder bekende moderne schilders werden miljoenenbedragen neergeteld.

Daar stopt het niet: ook nieuwe generaties kunstenaars vinden gretig aftrek op de kunstmarkt. „De niet te stillen honger heeft een onophoudelijke jacht naar nieuw, jong onontdekt talent met zich meegebracht”, schrijft het fonds voor de beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst (Fonds BKVB) in haar beleidsplan 2005-2008.

Goed nieuws voor de naar kunstenaars in Nederland, zo lijkt het. Maar niet per se voor de kunst zelf. Door de grote commerciële interesse dreigt een jonge, hippe verpakking belangrijker te worden dan de inhoud, meent Fonds BKVB. In een recente column waarschuwde directeur Lex ter Braak zelfs dat de ‘ongeremde krachten van vraag en aanbod’ de maatschappelijke betekenis van kunst in gevaar brengt.

Laten jonge kunstenaars inderdaad hun oren hangen naar wat de markt vraagt? Thomas Peutz, oprichter van Smart Project Space, een instelling voor hedendaagse kunst in Amsterdam, gelooft niet dat de zeggingskracht van kunst onder vuur ligt door de oprukkende commercie.

„Er zijn veel tweederangs kunstenaars die werken voor het geld. Maar er zijn ook kunstenaars die juist proberen om mensen aan te spreken door gebruik te maken van de taal van marketing, media en communicatiemiddelen. Dat maakt hun kunst spannend en interessant, niet commercieel.”

Aan commercie ontleende stijlmiddelen zijn een teken dat de aard van kunst is veranderd. „De beeldende kunst was lang in zichzelf gekeerd en bracht freaks voort die iets uitdiepten, zoals Mondriaan die extreem ver ging in zijn vlakken. Voor veel kunstenaars werd dat benauwend. Ze wilden in het leven staan, hun plek opeisen in de hedendaagse maatschappij”, zegt hij.

Daarom zoeken veel hedendaagse kunstenaars terreinen op die aanslaan bij een groter publiek, zoals muziek, mode, film en nieuwe media. „Domeinen waar je nu eenmaal makkelijker commerciële successen kunt hebben”, aldus Peutz.

Daar komt bij dat jonge Nederlandse kunstenaars door sterk afgeslankte subsidieregelingen gedwongen zijn hun eigen broek op te houden. Dat staat in schril contrast tot twintig jaar geleden, toen kunstenaars dankzij de Beeldende Kunst Regeling (BKR) een gegarandeerd inkomen van de staat kregen, of ze nu iets verkochten of niet.

Peutz is echter niet bang dat de druk om te overleven commerciële kunst in de hand werkt. Integendeel. „De BKR maakte het vooral mogelijk dat matige kunstenaars de waan van het kunstenaarschap in stand konden houden. Kunstenaars nu moeten veel harder knokken. Maar daardoor is de kunstwereld wel geprofessionaliseerd. Er wordt minder slecht werk gemaakt.”