Klimaat van bange burgers funest voor democratie

Journalisten moeten hun bronnen kunnen beschermen omdat hun rol als waakhond essentieel is in een democratie, vindt het Hof in Straatsburg. Uitzonderingen zijn zeldzaam.

Den Haag, 29 nov. - Is vrijheid van nieuwsgaring een hobby van zelfbewuste journalisten, die wachten op een kans om held te zijn? „Het is geen voorrecht van journalisten. Het is hun plicht, in het belang van de samenleving, hun bronnen te beschermen’’, schrijft prof. G.A. Schuijt in zijn recente boek Vrijheid van Nieuwsgaring. „Ik heb altijd mijn bezwaren gehad tegen het begrip journalistiek privilege.’’ Media moeten onderzoek kunnen doen naar mogelijke misstanden. En dan worden soms mensen benaderd die goede redenen hebben om niet genoemd te worden. Schuijt noemt het ‘verschoningsrecht’ van journalisten om hun bronnen niet te noemen, een „onmisbare schakel in de vrijheid van nieuwsgaring”.

Ook in Europa is dit de heersende opvatting. Zonder garantie op anonimiteit „kunnen bronnen afgeschrikt worden van het helpen van de pers bij het verstrekken van informatie van algemeen belang aan het publiek. Als een gevolg daarvan kan de essentiële waakhond functie van de pers worden ondermijnd en het vermogen van de pers om accurate en betrouwbare informatie te verstrekken negatief worden beïnvloed,” zo luidt de standaardoverweging van het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg.

De Europese rechter wil voor alles een ‘kil’ klimaat van bange burgers voorkomen, het zogeheten ‘chilling effect’. In een democratie moet er grote vrijheid bestaan om informatie te verspreiden en te ontvangen. Ook als dat nieuws is dat mensen schokt, beledigt of in verwarring brengt. Als vuistregel geldt ‘ja, bronbescherming mag tenzij er doorslaggevende redenen zijn van zwaar publiek belang om er van af te zien’.

Van geval tot geval wordt bekeken of daar sprake van is. Meestal gebeurt dat bij huiszoekingen op redacties en inbeslagnemingen van beeldmateriaal. Zat Justitie helemaal vast? Staat er iets heel ergs te gebeuren? Een aanslag, een epidemie of wordt er ernstige corruptie afgedekt? Dat zijn de vragen die de rechter dan stelt. Gijzelingen van journalisten zijn zeldzaam.

Pas toen het Europese Hof in 1996 de zaak ‘Goodwin tegen het Verenigd Koninkrijk’ behandelde, kwam definitief vast te staan dat journalisten een beroep op bronbescherming gehonoreerd kunnen krijgen. In de wet staat het niet. Het Hof vond toen dat de boete van vijfduizend pond die de journalist Goodwin moest betalen nadat zijn artikel over het bedrijf Tetra al verboden was, te ver ging. De Hoge Raad ging hetzelfde jaar aarzelend mee, in de zaak van de aannemer Van den Biggelaar die zich door Dagblad de Limburger benadeeld voelde.

Bij de twee verslaggevers van De Telegraaf die sinds maandag gegijzeld zijn, werd door de rechter-commissaris het recht om informatie te verzamelen afgewogen tegen het belang van een verdachte om niet ten onrechte te worden veroordeeld. Ook woog de ‘integriteit van politie en justitie’ mee. Als de verslaggevers vertellen hoe ze aan hun informatie komen, mogen ze weer gaan. Dat het om staatsgeheimen gaat, in het verdrag speciaal genoemd als belang dat boven nieuwsgaring mag gaan, is niet in hun voordeel. Het lekken van staatsgeheimen is geen bagatelzaak. Anderzijds: het is een oudere affaire en het afluisteren van deze journalisten vond de rechter eerder niet langer nodig.

Of het opsluiten van een journalist die bij de Nederlandse rechter weigert te getuigen in Straatsburg op instemming kan rekenen, is nog de vraag. Verslaggever Koen Voskuil van de gratis ochtendkrant Spits, die in 2000 achttien dagen werd gegijzeld, heeft zijn zaak daar aanhangig gemaakt. Een uitspraak zou nog dit jaar kunnen komen.

Bronbescherming geldt zelfs als journalisten een onjuist of beledigend verhaal schrijven. Dat bleek in 2004 in de zaak van twee Roemeense journalisten tegen Roemenië. Dit tweetal had op basis van anonieme bronnen een loco-burgemeester en een rechter beschuldigd van fraude met een parkeercontract. Dat leidde tot een veroordeling tot gevangenisstraf, het betalen van een schadevergoeding en verlies van burgerrechten van de twee journalisten. Ze mochten een jaar lang niet als journalist werken.

Het Hof in Straatsburg gaf Roemenië daarop een lesje democratische rechtsstaat: „De pers moet in staat zijn om de rol van publieke waakhond te vervullen”. Dat de twee journalisten volgens het Hof een slecht onderbouwd verhaal hadden gepubliceerd, deed daar niets aan af. Het schrijven van een verhaal op basis van foute informatie, betekent niet dat de auteurs ook hun even foute bronnen moeten noemen, zegt het Hof met zoveel woorden.

Gijzeling van een journalist wordt meestal niet beschouwd als effectief. Na de gijzeling van de Spitsverslaggever Voskuil lieten de beroepsorganisaties van journalisten en hoofdredacteuren in 2001 een commissie een rapport schrijven. „Het instituut van gijzeling heeft voor de journalist weinig zin en kweekt tegenwoordig zelfs martelaren”, staat daarin. En inderdaad: LAAT ZE VRIJ, kopte De Telegraaf gisteren.

Uitspraken Europese Hof via www.echr.coe.int/echr