Is het echt allemaal zoveel ophef waard?

Journalisten zijn boos, politici spreken zich uit, maar er is ook jurisprudentie.

Centraal staat de taak van de pers om te informeren over zaken van publiek belang.

Hun tandenborstels en wat schone kleren hadden de Telegraaf-verslaggevers Joost de Haas en Bart Mos alvast meegenomen, toen ze zich maandagmiddag meldden voor hun verhoor door de rechter-commissaris. Ze hielden er rekening mee dat ze in de gevangenis zouden belanden, als ze bleven weigeren te zeggen wie de bron was voor een onthullend artikel begin dit jaar.

En inderdaad: LAAT ZE VRIJ! kopte De Telegraaf gistermorgen in chocoladeletters. Eronder de foto’s van Mos (43) ‘onderzoeksjournalist gespecialiseerd in fraudezaken en witteboordencriminaliteit’ en De Haas (44), bij de krant verantwoordelijk voor ‘reportages over misdaad en terrorisme’.

Sinds maandagavond zitten de twee in de cel. Een oud-agent van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, Paul H., wil weten hoe ‘staatsgeheime dossiers’ bij De Telegraaf terechtkwamen. Níét via zijn cliënt, zegt de advocaat van Paul H. En die wordt daar wel van verdacht.

De Telegraaf wijdde gisteren de twee belangrijkste nieuwspagina’s aan de zaak. „Als het aan de rechter ligt, vieren Joost de Haas en Bart Mos dit jaar geen Sinterklaas samen met hun partner en kinderen”, begon het bericht op de voorpagina.

Op de volgende pagina kondigen de twee verslaggevers aan dat ze „geen krimp” zullen geven. Joost de Haas: „Als ik deze vragen moet beantwoorden, komt niemand meer naar de krant met zijn verhaal.” Bart Mos: „Dit soort publicaties is alleen mogelijk als bronnen hun nek durven uit te steken. Ik wil niet leven in een maatschappij waar dat niet mogelijk is.”

Niet alleen De Telegraaf wond zich op. Drieduizend journalisten reageerden gisteren op een oproep van hun vakbond, om een petitie te ondertekenen voor de vrijlating van hun collega’s.

Premier Balkenende wilde zich gistermiddag niet uitlaten over de zaak. Wel noemde hij de persvrijheid „een groot goed”. Elders in Den Haag riep de gijzeling afkeuring op. PvdA-voorman Wouter Bos toonde zich „zeer bezorgd”. SP-leider Marijnissen noemde de gijzeling „schandalig”.

Is bescherming van bronnen zoveel ophef waard?

Ja, zegt Thomas Bruning van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten: „Bronbescherming is meer dan alleen stoerdoenerij van journalisten. Als bronnen niet de absolute zekerheid hebben dat hun identiteit vertrouwelijk blijft, krijgt een journalist niks meer boven water.”

Ja, zegt ook professor Gerard Schuijt in zijn boek Vrijheid van Nieuwsgaring. Daarin stelt hij over bronbescherming: „Het is geen voorrecht van journalisten, het is hun plicht, in het belang van de samenleving, hun bronnen te beschermen.’’

Als journalistieke bronnen opdrogen, is dat volgens de hoogleraar niet in het belang van de samenleving. Media hebben een rol als waakhond. Ze moeten onderzoek kunnen doen naar mogelijke misstanden. En dan moeten er soms mensen worden benaderd die goede redenen hebben om niet genoemd te worden.

Zo zou de beroemdste journalistieke onthullingszaak ooit, Watergate, onmogelijk zijn geweest zonder bronbescherming. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor Nederlandse journalistieke primeurs als de ‘bouwfraude’ en het ‘boekhoudschandaal’ bij Ahold.

Bronbescherming bestaat in Europa pas sinds 1996. Verantwoordelijk daarvoor was een arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, dat hierin het laatste woord heeft. In dit arrest (‘Goodwin tegen het Verenigd Koninkrijk’) werd een oordeel geveld over een boete van vijfduizend pond voor een journalist. Die boete was hem opgelegd omdat hij de bronnen verzweeg van zijn artikel.

‘Disproportioneel’, oordeelde het Europese Hof, voor het eerst. De vrijheid van informatie, en dus de publieke taak van de journalist, woog volgens het arrest zwaarder dan het recht van degene die zich geschaad voelde. Het Europese Hof stelde: „Zonder die bescherming zouden bronnen afgeschrikt kunnen worden van het helpen van de pers bij het informeren over zaken die van publiek belang zijn. Daardoor kan de levensbelangrijke taak van de pers als waakhond ondermijnd raken en zullen de mogelijkheden van de pers om accuraat en betrouwbaar verslag te kunnen doen negatief beïnvloed worden.”

Het recht van journalisten om hun bronnen te verzwijgen is sindsdien één van de basisvoorwaarden voor de persvrijheid. Het komt erop neer dat journalisten meer mogen dan gewone burgers. Zeker als ze hun beroepscode volgen, belangen van anderen meewegen in de wijze van publiceren, te goeder trouw zijn en redelijke beslissingen nemen.

Maar ze mogen niet álles. In uitzonderlijke gevallen zijn er grenzen aan de bronbescherming gesteld door het Europese Hof. Bijvoorbeeld bij een bedreiging van de nationale veiligheid, van de volksgezondheid of bij dreigende strafbare feiten.

Op één van deze uitzonderingen baseert de rechter-commissaris zich nu bij de gijzeling van de twee verslaggevers van De Telegraaf. In hun artikel onthulden zij dat bij de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst staatsgeheimen werden doorgespeeld naar criminelen. Waar zit het lek? Volgens de rechter-commissaris was er voor de overheid geen andere, minder ingrijpende manier om achter de waarheid te komen dan gijzelen. Daarnaast woog de rechter het recht van journalisten om informatie te verzamelen af tegen het belang van een verdachte om niet ten onrechte te worden veroordeeld.

Of het opsluiten van Nederlandse journalisten door het Europese Hof wordt geaccepteerd, is nog niet duidelijk. Nog dit jaar zou er een uitspraak kunnen komen in een andere Nederlandse gijzelingszaak, aangespannen door Koen Voskuil. Deze verslaggever van de gratis krant Spits werd in 2000 gearresteerd, omdat hij weigerde de bron te noemen van een bericht over de rol van de politie bij een wapenvondst.

Voskuil werd na achttien dagen vrijgelaten. Niet omdat hij zijn bron noemde, maar omdat de rechter geen geloof meer hechtte aan wat hij in zijn artikel had beweerd.

Over de betrouwbaarheid van het artikel zullen de rechters in Straatsburg níet oordelen. Evenmin weegt mee dat Spits misschien wel een grote, maar geen erg belangrijke krant is. Bronbescherming geldt zelfs als journalisten een slecht of beledigend verhaal schrijven.

Dat bleek in 2004 in een zaak van twee Roemeense journalisten bij het Europese Hof. Zij hadden in een lokale krant op basis van anonieme bronnen de loco-burgemeester en een rechter beschuldigd van fraude met een parkeercontract. Daarvoor waren ze door de Roemeense justitie veroordeeld tot gevangenisstraf en het betalen van een schadevergoeding. Ook mochten ze een jaar lang niet meer als journalist werken.

Ongepast in een democratie, oordeelde het Hof in Straatsburg. Zulke maatregelen schaden de hele samenleving en zouden voor een ‘verkillend effect’ zorgen op het journalistieke klimaat in Roemenië. „De pers moet in staat zijn om de rol van publieke waakhond te vervullen’’, aldus het Europese Hof. Dat de twee journalisten een slecht onderbouwd en beledigend verhaal hadden gepubliceerd, deed daar niets aan af. Ook „een klassiek geval van laster” mag er van de Europese rechter nog niet toe leiden dat de journalisten de gevangenis in gaan.

Commentaar: pagina 17

Lees de uitspraken van het Europese Hof in de Goodwin of Cumpana zaak op http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/search.asp?skin=hudoc-en of 70193 naar 7585

Lees meer over verschoningsrecht van journalisten op www.villamedia.nl/n/nvj/verschoningsrecht/verschoning.doc of 98685 naar 7585

Lees het boekVrijheid van nieuwsgaring, G.A.I. Schuijt, Boom Juridische uitgevers 2006 ISBN 9054546727 via bdc@bdc.boom.nl