Instabiele VVD

Paleisrevoluties komen bij tijd en wijle in alle Nederlandse politieke partijen voor. Het opmerkelijke van de mislukte couppoging van demissionair minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie), nummer twee op de kandidatenlijst van de VVD en nieuw gekozen Tweede Kamerlid, was de combinatie van openbaarheid, ondoordachtheid en ontijdigheid. Verdonk kondigde onder massale mediabelangstelling aan dat zij van de VVD „de grootste partij” kan maken. Onder het mom van een in te stellen commissie van wijze mannen eiste zij het leiderschap op, omdat kiezers meer stemmen op haar hadden uitgebracht dan op lijsttrekker Rutte. Verdonk beperkte haar aanval echter niet alleen tot Rutte. Zij wil ook af van „veertig partijbonzen”.

De consequentie van deze persconferentie was dat Verdonk zich even later geconfronteerd zag met hevig verzet van de door de leden van de VVD gekozen leider Rutte, de nieuwe fractie en het partijbestuur. De muiterij van Verdonk ging nog een stukje verder dan die van Wilders, in 2004, die voornamelijk een programmatische koerswijziging van de VVD had voorgesteld. Rutte had goede redenen om Verdonk uit de fractie te zetten, net zoals toenmalig fractievoorzitter Van Aartsen deed met Wilders. Daarmee zou zij de steun van de VVD kwijtraken, en dus ook per direct moeten aftreden als minister en zo haar podium verliezen. In de Tweede Kamer zou zij dan eventueel als Groep Verdonk betere tijden kunnen afwachten. Maar tegelijkertijd durfde Rutte niet hard op te treden tegen de populaire Verdonk, omdat dan splijting van de VVD dreigde. Zo houden beide hoofdrolspelers elkaar in gijzeling. Rutte verklaarde na afloop van het spoedberaad gisteravond dat de lucht was geklaard. En verder „zand erover”. Dat is ongeloofwaardig. Zeker: Rutte heeft leiderschap getoond door de schade beperkt te houden. Maar deze episode heeft vooral duidelijk gemaakt dat er nog steeds twee kapiteins op het schip van de VVD staan.

Het belang van dit alles overstijgt de louter interne partijpolitieke dimensie van de VVD. De troebelen bij die partij kunnen ook gevolgen hebben voor de kabinetsformatie. Verdonk motiveerde haar machtsgreep immers door te zeggen dat zij de VVD de grootste partij kon maken „om die dreiging van een links kabinet te weerstaan”. Maar dat is ná de Kamerverkiezingen van vorige week een beetje laat. Ze bereikt nu het omgekeerde van wat zij zegt na te streven. Het signaal dat zij heeft afgegeven, is dat de VVD voorlopig nog steeds zeer verdeeld is over de koers en het leiderschap. Informateur Hoekstra die deze week is begonnen met het inventariseren van mogelijke coalities die kunnen rekenen op een werkbare meerderheid in het parlement, kan moeilijk anders doen dan concluderen dat de VVD momenteel een instabiele factor is.

Zo heeft Verdonk het CDA voor het moment in de armen van PvdA en SP gedreven. De VVD rest niets anders dan hergroeperen en bezinning op koers en leiderschap.