‘Gemeentes zijn te veel gericht op uitbreiding’

Lokale en regionale overheden moeten bij het maken van woningbouwplannen meer rekening houden met afname van het aantal huishoudens. Nu gaan veel beleidsmakers er vanuit dat de bevolking zal blijven groeien. In regio’s waar demografische krimp wordt verwacht moeten overheden dit „niet ontkennen maar accepteren”, al betekent dit een „enorme bestuurlijk-psychologische omslag”. Dat concludeert het Ruimtelijk Planbureau (RPB) in het vandaag verschenen rapport ‘Krimp en ruimte. Bevolkingsafname, ruimtelijke gevolgen en beleid’.

Een op de vijf gemeentes krijgt de komende twintig jaar met zo’n daling te maken. In Limburg, Zeeland en Groningen daalt het aantal huishoudens nu al. Gevolgen kunnen zijn: leegstand, voortgaande sociaal-economische segregatie (laagopgeleiden en lagere inkomens blijven achter) en afnemende kwaliteit van de leefomgeving. Overheden moeten nu dus al goed bedenken of en welk type woningen moeten worden gebouwd, schrijft het RPB.

Toch zijn veel gemeentes geneigd zich te richten op groei, stelt het RPB. Gemeentes proberen hun eigen bewoners te behouden en tegelijkertijd mensen ‘van buiten’, het liefst kapitaalkrachtige gepensioneerden, te lokken. „Het zit in de genen van bestuurders om te groeien”, zegt RPB-directeur Wim Derksen. „Sinds 1945 kennen we alleen maar groei. Maar dat gaat echt veranderen.”

Alle aandacht voor de groei zorgt voor concurrentie met andere gemeentes die precies hetzelfde doen, en het vergroot de kans op „onrendabele investeringen” en „onomkeerbare ruimtelijke ontwikkelingen”. Derksen: „Het is concurreren om de laatste bewoners en de laatste werkgelegenheid binnen te halen.”

Niet alle regio’s in Nederland krijgen met een daling van het aantal huishoudens te maken. Voor heel Nederland geldt dat de bevolking de komende jaren nog licht groeit, van 16,3 miljoen inwoners nu naar 17,1 miljoen in 2035. Daarna loopt het aantal Nederlanders langzaam terug tot 16,5 miljoen in 2050.