Frears’ ‘Queen’ is satire tot in de puntjes

The Queen. Regie: Stephen Frears. Met: Helen Mirren, Michael Sheen, James Cromwell, Alex Jennings, Helen McCrory. In: 10 bioscopen.

Het is een beetje zoals met Wouter Bos. Als die demonstratief en in het zicht van de camera’s zijn stropdas afdoet als hij bij koningin Beatrix op bezoek is geweest, en in dat ene gebaar gaat de hele tragiek van een vastgelopen staatsbestel schuil. Zijn verzet is net zo ritueel als de rituelen waartegen hij zich verzet. Je gaat haast vanzelf aan Wouter Bos denken bij het zien van The Queen van Stephen Frears, de Engelse filmmaker die uiteenlopende films maakte als Dangerous Liaisons en Dirty Pretty Things, en die altijd geïnteresseerd lijkt in het botsen van beschavingen en (sub)culturen.

The Queen beschrijft de machtsstrijd tussen koningin Elizabeth II van Engeland en de pas benoemde premier Tony Blair, na de dood van prinses Diana in 1997. Terwijl buiten de paleismuren de wereld doorraast, houdt men binnen vast aan tradities en protocollen die nooit ter discussie worden gesteld, omdat ze nu eenmaal sinds mensenheugenis binnen diezelfde muren uitstekend functioneren. In Engeland is dat een tikje extremer dan in Nederland. De hele wereld was verbaasd dat de Windsors pas zo laat op de dood van de toen inmiddels ex-echtgenote van prins Charles reageerden en zat als bij een real life soap aan de buis gekluisterd toen Elizabeth zich eindelijk verwaardigde om naar búiten te komen, van zich te laten horen, zelfs wat handen te schudden van de rouwenden bij de bloemenzee voor het paleis. Dat was dankzij Tony Blair, leren we nu uit The Queen.

De enige plaats waar Blair en Elizabeth echt soeverein konden zijn was in hun privé-domein. De koningin op een landgoed zo groot dat het bijna een staat-in-de-staat is, de premier in een benauwd huis vol speelgoed en kinderen. Zij is een dame, hij is een jongen. U bent mijn tiende minister-president, heeft zij hem dan al fijntjes laten weten. De rolverdeling is duidelijk.

Heerlijke stof voor drama. Maar Engeland is vooral een fijn land voor satire en dat is The Queen dan ook tot in de puntjes. De film ontleedt de machinaties van macht en traditie. We kunnen er bovendien met een gerust hart vanuit gaan dat The Queen de processen achter de schermen van het Engelse staatsbestel adequaat beschrijft. Scenarioschrijver Peter Morgan vertelde op het filmfestival van Wenen, waar The Queen na zijn première in Venetië openingsfilm was, dat weinig ingewijden van te voren met hem hadden willen praten, maar dat ze allemaal aanboden het script op onjuistheden te checken. Hun unanieme reactie: deze informatie kun je alleen van de koningin of Tony Blair himself hebben. Maar aangezien Engeland ook een ‘geheim van Buckingham Palace’ kent, mag Morgan geprezen worden om zijn superieure verbeeldingskracht. En om zijn witty dialogen, die als woordspelletjes verstoppertje spelen in de meest absurde conversatievormen.

Dankzij die teksten kunnen Helen Mirren in de Oscar-waardige hoofdrol en haar sparring partner Michael Sheen triomferen. Hun fysieke transformatie doet de rest. Het is soms griezelig hoe dicht ze bij de karakters die ze spelen onder de huid gekropen zijn. Mirren letterlijk, met haar gezicht vaak in extreme close-ups in beeld. Alsof zelfs het patroon van de lijntjes langs haar ogen met dat bij Elizabeth overeenkomt. Terwijl zij leeft, verstart zij zo tot het staatsportret dat in de film van haar geschilderd wordt. The Queen is haar Picture of Dorian Gray.