Een dagje consultant

Drie Britse en één Nederlandse mba-team strijden om een klant.

Zo leren ze het adviseursvak kennen en helpen ze hun carrière vooruit.

Het lijkt net echt. Strak in het pak komen Nisapol Nontasut en zijn team het kantoor binnen. „Fijn dat jullie konden komen”, heet Duncan Craig hen welkom. „Helaas is ons schema zeer druk, dus we hebben maar drie kwartier. Jullie concurrenten zijn ook net langs geweest, maar we horen graag jullie verhaal.”

Nontasut en zijn team zijn mba-studenten van business school RSM Erasmus University en Duncan Craig is vice-president van consultancybureau A.T. Kearney. Maar afgelopen zaterdag even niet. De studenten deden mee aan een wedstrijd van A.T. Kearney in Londen, tegen vier Britse business schools. Ze moesten – net als echte consultants – een opdracht binnenhalen door aan een fictief bedrijf een plan voor een nieuwe strategie te presenteren. Craig en twee collega’s speelden voor klant en besloten welke school het beste was. Of: welk team van adviseurs ze zouden inhuren om de strategie te implementeren.

De Rotterdamse RSM was de enige Nederlandse school, maar erg Nederlands bleek het team niet te zijn. Nontasut is Thais en zijn teamleden Taiwanees, Amerikaans en Japans. De honderd mba-studenten in Rotterdam hebben 43 nationaliteiten en er zijn er vijf Nederlands, vertelt de Amerikaanse student Princess Cox (26). Zelf spreekt ze overigens wel Nederlands, dankzij vier jaar studie in Leiden en een ex uit Limburg.

Net als andere bedrijven die op zoek zijn naar veelbelovende jonge mensen, organiseert A.T. Kearney deze wedstrijd om studenten kennis te laten maken met hun vak. De opdracht die de studenten moesten oplossen was volgens de adviseurs zeer realistisch. Een telecombedrijf ziet langzaam zijn winstmarge kleiner worden. De studenten moeten adviseren hoe het bedrijf meer abonnementen kan verkopen, meer geld kan verdienen aan zijn klanten en de kosten omlaag kan brengen.

Bij de eerste presentatie wordt duidelijk dat de concurrentie van de Engelse teams – die overigens even internationaal samengesteld zijn – groot is. De studenten van de Judge Business School uit Cambridge geven hun presentatie zelfverzekerd en geroutineerd. En al zijn ze hun opleiding net begonnen, de managementtaal beheersen ze al. Zo praten ze over customer lifetime value, het raamwerk van hun plan heet de intelligent architecture en ze wijzen hun klant graag de weg naar cost leadership.

Alle studenten hebben al ervaring in het bedrijfsleven. De meesten zijn tegen de dertig en hebben zo’n vijf jaar gewerkt. Van sommigen wordt het collegegeld – bij RSM 36.000 euro – betaald door de werkgever. Anderen betalen het zelf, omdat ze denken dat bedrag ruimschoots terug te verdienen na hun afstuderen.

Ondanks de goede inhoud en de gelikte presentaties van de teams was de jury niet helemaal tevreden. De financiële kant hadden ze geen van allen goed uitgedacht, waardoor het ene team de winst met honderden miljoenen dacht te kunnen opstuwen, terwijl het andere team eerder aan enkele tientallen miljoenen denkt. En niet elk team maakt duidelijk welke rol hun adviesbureau zelf zal spelen in de implementatie van hun plan. Want dat is natuurlijk ook wat een consultant moet doen: opdrachten binnenhalen.

Intussen zijn de Rotterdamse studenten nog aan het oefenen. Ze nemen de wedstrijd zeer serieus. „Over deze dia doe je dertig seconden te lang!”, roept de Taiwanese Ginny Fan (25) als Nontasut zijn deel van de presentatie repeteert. Waarom ze de wedstrijd zo belangrijk vinden, had Fan eerder al verteld: „Het is goed voor je carrière. Als je zo’n wedstrijd wint, val je eerder op bij werkgevers.” Bovendien was ze benieuwd wat consultants eigenlijk doen en waarom ze zoveel geld verdienen.

De studenten hebben veel tijd aan de wedstrijd besteed. Terwijl ze niet zoveel vrije tijd hebben, vertellen ze. De nacht voor de wedstrijd hebben ze niet geslapen, want hun laatste examen eindigde om 9 uur 's avonds en daarna moest de presentatie nog worden voorbereid. Ze zijn niet bang dat slaapgebrek hun presentatie beïnvloedt. „Als je het antwoord op een vraag niet weet, is het niet erg”, zegt Cox tegen Fan. „Dan kom ik je wel te hulp met wat BS.” BS? Bullshit, dus.

Praten kan de flamboyante Afro-Amerikaanse Cox in elk geval, blijkt als het team voor de jury staat. „Jullie zijn in oorlog!”, houdt ze de nep-topmannen van de fictieve klant voor. „Met kosten en met de concurrentie.” Inhoudelijk kon de Rotterdamse presentatie tippen aan de rest, zeggen de juryleden na afloop. „Ze waren erg creatief.” Cox vonden ze een „zeer sterke spreker”. Maar ze hebben ook wat minpunten. Nontasut was met zijn minder goede Engels niet altijd goed te volgen. En ze vroegen zich af of de Amerikaanse Cox zich wel voldoende had ingeleefd in de Britse cultuur. Craig: „Ze bleef maar zeggen dat we in oorlog zijn.”

Goed genoeg om te winnen was RSM niet. Het team van de Cranfield Business School kreeg de prijs van 12.000 euro.