Dollar en euro zoeken naar nieuwe balans

De euro stijgt na een pauze van bijna twee jaar weer, vooral ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Maar er is nog flink wat voor nodig om de vorige koersrecords van de Europese munt te breken.

Tot hoe ver stijgt de euro? Telkens als de Europese munt een opmars begint tegenover de andere majeure valuta’s, en dan met name de Amerikaanse dollar, wordt die vraag opnieuw actueel. In de afgelopen week steeg de euro tegenover de dollar van ruim 1,28 dollar naar 1,3218 vanmorgen vroeg in Azië. Vandaag rond het middaguur koelde de munt weer wat af op 1,3164 dollar. Daarmee tekent zich een dagelijks patroon af: de euro stijgt het sterkst in het Verre Oosten, komt wat tot rust in Europa en maakt zich in de Verenigde Staten op voor wéér een stapje omhoog dat dan in Azië wordt gezet.

Causaliteit is een rekbaar begrip op de valutamarkt. Handelaren kunnen weinig anders dan achteraf redenen zoeken bij een opmars die voor hun ogen plaatsvindt. Er circuleren op dit moment drie argumenten. Eerste is de verrassende kracht van de Europese economie, tegenover een afzwakkend Amerika. De euro kreeg zijn beslissende zet toen vorige week de Duitse Ifo-indicator van het vertrouwen van het bedrijfsleven werd gepubliceerd. Die bleek zeer gunstig, en zakenbank Credit Suisse wijst erop dat sinds de eenwording er niet zoveel optimisme in Duitsland was.

In de VS zijn er juist tekenen van een verminderende economische groei, die gisteren werd bevestigd door een teruglopend consumentenvertrouwen en licht dalende huizenprijzen. De OESO bevestigde gisteren dat de industrielanden zich naar een nieuw evenwicht bewegen, waarbij Japan, de EU en de VS een gelijke trend vertonen.

Dat heeft zijn weerslag op de renteverwachtingen. De geldmarktrente in de VS is nu 5,25 procent, en hoewel topman Bernanke van de Amerikaanse centrale banken gisteren in een toespraak weinig aanwijzingen losliet over het toekomstige rentebeleid, wordt verwacht dat de Amerikaanse rente begin 2007 zal worden verlaagd. In de eurozone wordt er juist op gerekend dat de rente omhooggaat. Naar verwachting zal de Europese Centrale Bank volgende week donderdag haar tarief opschroeven naar 3,5 procent, en in de loop van 2007 naar 4 procent of misschien zelfs meer. De lagere rente maakt de dollar minder aantrekkelijk en de hogere rente de euro juist geliefder, hetgeen een verklaring kan zijn voor de recente opmars van de euro.

Een tweede reden voor de eurostijging is de repatriëring van Amerikaanse winsten van Europese ondernemingen. Die zorgt wel vaker aan het einde van het jaar voor dollarverkopen en aankopen van de euro. En dan is er uiteraard de allang lopende klacht over het onhoudbaar geachte tekort van de VS op de betalingsbalans, dat dit jaar neerkomt op rond de 800 miljard dollar, of tegen de 7 procent van het bruto binnenlands product.

Zo heeft de dollar op dit moment veel tegen, en de euro evenveel vóór. Maar de Amerikaanse munt is vaak hardnekkiger dan gedacht. Juist een verandering van de wisselkoers kan de onderliggende krachten wijzigen. Veel hangt bij het Amerikaanse rentebeleid af van de inflatie, waarvan de OESO verwacht dat die, met 2,6 procent, aan de hoge kant blijft. Een lagere dollar die leidt tot hogere invoerprijzen zou de daling van de inflatie kunnen frustreren, en zo de verwachte daling van de Amerikaanse rente kunnen uitstellen. Omgekeerd kan een sterkere euro juist de inflatie in de eurozone afzwakken en de ECB ertoe verleiden de rente niet al te snel op te schroeven. In dat geval lost het probleem zichzelf op.

Zo overzichtelijk zijn wisselkoersen uiteraard niet. Azië is een nieuwe factor. Met name een herschikking van de enorme deviezenreserves van Aziatische centrale banken over andere munten dan enkel de dollar kan van grote invloed blijken. Op de markt wordt gekeken naar de recordkoers van 1,3660 dollar die de euro in januari 2005 liet aantekenen. Maar verder terug in de geschiedenis, in augustus 1992, piekte een toen nog ‘synthetische’ euro op bijna 1,45 dollar. Dat zou pas écht schrikken zijn.