Boerkaverbod maakt boerka populairder

De Tweede Kamer wil een boerkaverbod, wat volgens minister Verdonk juridisch mogelijk is. In het geseculariseerde Nederland bestaan grote misverstanden over religie in het algemeen en de islam in het bijzonder. Er zijn veel parallellen tussen de bekering van westerlingen tot de islam, de wereldwijde trend van bekering tot pinksterkerken en de eerdere bekeringen tot nieuwe religieuze bewegingen in de jaren zeventig. In bijna alle gevallen betreft het jongeren of jongvolwassenen, die in een fase van identiteitsvorming religie gebruiken om richting te geven aan hun leven. Veel bekeringen tot de islam worden in het Westen gemotiveerd met maatschappelijk protest en cultuurkritiek. Die cultuurkritiek versterkt de behoefte zich uiterlijk te onderscheiden van andere burgers. Dat kan bijvoorbeeld door het laten staan van een baard of het dragen van een hoofddoek. Die nieuwe identiteit zo in het dagelijks leven uitdragen kan leiden tot stigmatisering en soms tot onaangename ervaringen in de publieke sfeer. Dat confronteert de bekeerlingen voortdurend met de consequenties van hun keuze en houdt hun commitment in stand. Een officieel boerkaverbod zal dit proces versterken. Een religieuze groep kan vervolgens bewust de met de bekering verbonden cultuurkritiek en het stigma gebruiken als rekruteringsmechanisme.

Elke religie bevat conservatieve en progressieve elementen. Elke religie kan mensen helpen hun leven op orde te brengen door het te zien als onderdeel van een groter verhaal. Ministers en Kamerleden die de boerka willen verbieden, bedrijven symboolpolitiek. Veel tijd en geld wordt besteed aan een verbod, waarvan het effect onzeker is en waarschijnlijk tegengesteld aan de bedoeling.