Zwemploegen sluiten verstandshuwelijk in Amsterdam

Een nieuwe naam en een nieuw geluid. Maar in de kern is weinig veranderd bij het Nationaal Zweminstituut Amsterdam. „We werken weer samen, dat is het grote verschil.”

Ronkende woorden weerklonken ruim vijf jaar geleden bij de oprichting van wat toen Nederlands tweede professionele zwemploeg was. „Olympische ambities waarmaken!”, luidde de compromisloze strijdleus waarmee de oprichters van Topzwemmen Amsterdam (TZA) de strijd met de gevestigde orde meenden te moeten aanbinden. Het was tevens de niet mis te verstade opdracht die de zeven aangesloten zwemmers fijntjes kregen ingepeperd.

Anno 2006 bestaat TZA niet meer, en van de zeven leden ligt er nog slechts één bijna dagelijks in het water: Chantal Groot (24). De rest is of gestopt of uitgeweken naar elders. Maar het gedachtegoed van de niet-clubgebonden stichting leeft voort, zij het onder een andere naam (Nationaal Zweminstituut Amsterdam) en ditmaal wél met de volledige (financiële) steun van de eerder nog zo talmende Nederlandse zwembond (KNZB).

Zaterdag presenteerde de erfopvolger van TZA zich. Al werd de bevlogen oprichter van weleer, oud-topzwemmer Cees Vervoorn, node gemist. Zijn opvolger heeft vooralsnog weinig tot geen kennis van topsport. Piet Janssen kwam tijdens zijn maidenspeech dan ook niet verder dan een gortdroge opsomming van wat feitjes. Omstandig dankte de oud-wethouder van Osdorp verder de partners en sponsors voor hun vertrouwen in de elf aangesloten zwemmers.

Maar Fedor Hes, trainer-coach van vijf van hen, was allang blij. In de nasleep van de voor hem grotendeels mislukte Olympische Spelen in Athene (2004) werd hij als hoofdcoach aan de kant gezet door het TZA-bestuur. Hes’ vermeende losse aanpak strookte niet met de compromisloze werkwijze, die Vervoorn en de zijnen een warm hart toedragen. Op eigen kracht ging hij verder, mét de zes zwemmers die zich solidair verklaarden, en hem volgden in de lange en vaak frustrerende zoektocht naar sponsors en erkenning.

TZA ging ook verder, met piepjong talent, en een nieuwe coach in de persoon van Martin Truijens. Hij en Hes stonden bijna dagelijks langs de rand van hetzelfde bassin, maar van samenwerking was geen sprake. Beiden opereerden strikt gescheiden. „Een hele rare en onnatuurlijke situatie”, erkende Hes zaterdag. „We hadden beiden onze eigen fysiotherapeut, beiden onze eigen diëtiste, noem maar op. Nu werken we weer volledig samen, dat is het grote verschil.”

Botsende topsportvisies én gekrenkte trots stonden toenadering tussen TZA en Team Hes in de weg. Uiteindelijk werd de fusie van hogerhand opgedrongen, door de in maart als technisch directeur aangestelde Jacco Verhaeren. Krachtenbundeling is het middel om het doel – TZA’s aloude slogan ‘olympische ambities waarmaken!’ – te realiseren, herhaalde de oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen zaterdag nog maar eens. De zichzelf als profploegjes vermomde smaldelen leverden de afgelopen jaren niet de beoogde prestaties en aanwas op.

Dat vindt ook Hes, maar de 36-jarige coach uit De Bilt heeft wel een offer moeten brengen voor het feit dat hij nu „eindelijk een vast inkomen” heeft en op de loonlijst staat bij de KNZB. Niet hij maar zijn acht jaar jongere collega-coach Truijens (zeven pupillen) heeft het laatste woord in Amsterdam. „Ze werken op basis van gelijkwaardigheid, maar Martins stem weegt zwaarder als het gaat om trainingsinhoudelijke zaken. Hij beoordeelt de programma’s, in overleg met mij.”

Zelf ontweek Truijens angstvallig de vraag over de afgesproken taakverdeling binnen het verstandshuwelijk. „Dat mag Jacco vertellen, niet ik.” De bewegingswetenschapper van de Vrije Universiteit, die komend voorjaar zijn promotieonderzoek naar hoogtetraining hoopt af te ronden, wilde vooral niet voor zijn beurt praten om zo de broze vrede in gevaar te brengen. Hes zelf wees eveneens grijnzend in de richting van Verhaeren, toen hij de vraag kreeg voorgelegd wie tegenwoordig de baas is in Amsterdam.

Onder leiding van de Brabander worden de teugels (weer) aangehaald, maar in dat licht moet het aangekondigde afscheid van routinier Johan Kenkhuis niet worden gezien. „Ik zat al een tijdje tegen deze beslissing aan te hikken”, bekende de 26-jarige sprinter uit Vriezenveen, die over ruim twee weken zijn laatste internationale toernooi (EK kortebaan in Helsinki) zwemt. De provocerende lijfspreuk die hij ooit op zijn zwemplank kalkte (Nato ergo sum – ‘Ik zwem dus ik ben’) kan binnenkort verwijderd worden.

Het afscheid van Kenkhuis betekent dat het NZA ontbreekt aan een boegbeeld, temeer omdat afgelopen zomer Hes’ belangrijkste pupil Marleen Veldhuis overstapte naar de geloofsgenoten van het Nationaal Zweminstituut Eindhoven. Ook dat bondssteunpunt staat onder leiding van Verhaeren. Maar begin bij hem vooral niet over een leeggeroofd nest, waar Hes zijn eieren niet heeft mogen uitbroeden. „Dat is typisch polderdenken”, schamperde Verhaeren. „Het gaat er niet om waar iemand zwemt, maar of hij of zij straks olympisch kampioen wordt. Dat is ons gezamenlijke streven.”