Vaste klant niet beloond

Met een korte rente die stijgt en een lange die daalt, kan de variabele hypotheek de deur uit.

Maar de banken werken daar niet echt aan mee.

Het leek tot begin dit jaar zo’n goed idee: een hypotheek met een lage variabele rente. Maar sindsdien vliegt de korte rente en dus ook de maandlasten omhoog. Huisbezitters zitten dus met een dilemma: zetten ze de rente alsnog voor een langere periode vast, of zitten ze de renteschommeling uit?

Dit dilemma gaat er echter van uit dat de korte en lange rente beide stijgen, zoals meestal het geval is. Maar afgelopen maanden is de korte rente flink opgelopen, terwijl de lange rente stabiel bleef. Beide tarieven zijn elkaar nu dicht genaderd. „Gemiddeld zit er momenteel nog maar 0,4 procentpunt verschil tussen de eenjaars- en de twintigjaarsrente,” zegt financieel planner Edwin Zeegers van het Instituut voor Vermogensopbouw.

Dat verschil zou nog wel eens kleiner kunnen worden. De verwachting is dat de korte rente door renteverhogingen van de Europese Centrale Bank nog verder zal oplopen, terwijl een stijging van de lange rente op korte termijn niet erg waarschijnlijk is.

Sterker nog, veel banken hebben hun lange hypotheektarieven onlangs zelfs verlaagd en er is ook nog nauwelijks verschil tussen de berekende rentepercentages over 5, 10 of 20 jaar. De hypotheekrente voor 20 jaar schommelt op dit moment rond de 4,75 procent, de variabele eenmaandsrente rond de 4 procent.

Dit lijkt dus hét moment voor variabele leners om op vaste rente over te stappen. Wie renteschommelingen financieel kan opbrengen, kan wachten op tijden dat de variabele rente weer aantrekkelijk is, meent Zeegers. „Maar grosso modo is het nu de tijd is om de rente vast te zetten.”

Zijn advies geldt overigens niet alleen voor hypotheken met variabele rente. Zo heeft Zeegers zelf zijn hypotheek met een looptijd van tien jaar, die hij drie jaar geleden afsloot, omgezet naar een lening van 20 jaar tegen een lagere rente. Je moet daarbij wel opletten. Wie wil overstappen naar een langere renteperiode, krijgt van zijn eigen bank meestal het hypotheektarief aangeboden waarmee op dat moment wordt geadverteerd. Dit percentage is echter vrijwel altijd hoger dan het rentetarief dat nieuwe klanten krijgen.

Een woordvoerster van de Postbank beaamt dat door allerlei kortingen rentetarieven voor nieuwe klanten gunstiger zijn dan voor bestaande klanten. „De concurrentie op de hypotheekmarkt is groot en die kortingen zijn een manier om de concurrentie aan te gaan”, verdedigt de Postbank-woordvoerster dit beleid. „Het is vergelijkbaar met het afsluiten van een contract voor een mobiele telefoon.”

Wie daar geen genoegen mee neemt, kan proberen te onderhandelen, zegt Zeegers. „Je geeft aan welke rentepercentage je bij een andere bank kunt krijgen en vraagt welk tarief je eigen bank denkt aan te kunnen bieden om jou als klant te behouden.”

Een tweede mogelijkheid is overstappen naar een andere hypotheekverstrekker, al zijn daar wel kosten aan verbonden. Zo moet doorgaans een boete betaald worden voor het vroegtijdig beëindigen van de hypotheek en zullen opnieuw afsluitprovisie, taxatie- en notariskosten in rekening gebracht worden.

Toch kan het voordelig uitpakken. Stel, iemand heeft een aflossingsvrije hypotheek van 350.000 euro. De eigen bank biedt een rentepercentage van 5,2 procent voor twintig jaar. Een andere bank biedt 4,9 procent. Op jaarbasis bedraagt het verschil dan 1.050 euro. Bij een rentevaste periode van 20 jaar is de totale besparing 21.000 euro, veel meer dan de eventuele kosten van oversluiten.

Vergelijk hypotheektarievenop www.independer.nl of 15248 naar 7585.