Trotse Québécois erkend

Het federale parlement van Canada erkent de inwoners van Quebec als een natie binnen een verenigd Canada. „Wij zijn Latijnser, uitbundiger, minder gericht op geld en meer op kwaliteit van leven.”

MONTREAL, 28 NOV. - Een blauwe vlag met vier witte lelies wappert aan het Place Jacques Cartier, een historisch plein in Vieux Montréal, de oude Franse kern van de Canadese stad. Het plein, genoemd naar de Franse ontdekkingsreiziger die hier in 1535 voet aan wal zette, vormt het hart van een wijk met eeuwenoude pakhuizen langs kronkelende, nauwe straten. Een straatmuzikant speelt op een mondharmonica voor de deur van het Restaurant St-Amable. De sfeer is gemoedelijk, Europees.

Ooit was dit Nieuw Frankrijk, nu is het Quebec, de overwegend Franstalige provincie van Canada waarvan de inwoners gisteren, na een hernieuwd politiek debat, door het Canadese parlement zijn erkend als „een natie binnen een verenigd Canada”. Want ook al viel het gebied in 1759 in Britse handen en is het omgeven door enkele honderden miljoenen Engelssprekenden in Noord-Amerika, de nu 7,5 miljoen Québécois hebben met opmerkelijke culturele overlevingsdrang een eigen identiteit weten te bewaren in hun hoek van het continent.

De erkenning van de Québécois als natie, voor velen in Engelstalig Canada een bron van ergernis, wordt hier dan ook ontvangen met een mengeling van goedkeuring en een gevoel van vanzelfsprekendheid. „Natuurlijk is Quebec een natie”, zegt Edouard Bisson, een vijftiger met een Franse baret op. „Wij zijn hier in de meerderheid als Franstaligen, hebben onze eigen literatuur en zangers. Ik heb veel respect voor onze Engelstalige vrienden. Maar het is onze trots om Frans te zijn.”

Edouard Bisson en zijn echtgenote Monique houden van de muzikanten van Quebec, zoals Charles Dubois en Diane Dufresne. „Hun liedjes gaan over andere waarden dan de Engelse”, zegt zij. „Wij zijn Latijnser, uitbundiger, minder gericht op geld en meer op de kwaliteit van het leven.”

De Québécois onderhouden inderdaad een levendige cultuur, met een rijkdom aan eigen schrijvers (Anne Hébert), filmmakers (Denys Arcand, Les invasions barbares), en andere kunstenaars. Het beroemdste voorbeeld is wellicht het Cirque du Soleil, dat voortkwam uit de wil van de Québécois om, binnen een stortvloed aan Amerikaanse populaire cultuur, hun eigen vermaak te scheppen op hun kleine thuismarkt. Het Cirque, nu een multinationale onderneming, begon rond 1980 met een groepje steltenlopers en vuurspuwers in Baie-Saint-Paul, nabij Quebec-Stad. Zonder geld, maar met de nodige creativiteit.

De cultuur van de Québécois is „een op zichzelf staande cultuur binnen Canada”, meent Brian Johnson, een Canadese cultuurcriticus. „Quebec is als een flamboyant eiland in een Noord-Amerikaanse zee. Het gaat in tegen de heersende cultuur, is exotisch, bohémienachtig, sterk Europees beïnvloed.”

Naast hun taal, een dialect van het Frans, en cultuur hebben de Québécois hun eigen instellingen, zoals scholen, kerken, media, bedrijven en vakbonden, zegt Maurice Pinard, hoogleraar sociologie aan de Universiteit McGill in Montreal. Ook dat is een kernmerk van een natie. In Canada zijn Engels- en Franssprekenden wel aangeduid als the two solitudes (twee afgezonderden), twee groepen onder één dak die grotendeels langs elkaar heen leven; Pinard vergelijkt dat verschijnsel met de verzuiling in Nederland.

Ook beschikken de Québécois over „een collectief historisch geheugen”, een eigen perspectief op de geschiedenis van de Franstaligen in Noord-Amerika die bepaald is door strijd tegen overheersing door Engelssprekenden. [Vervolg QUEBEC: pagina 4]

QUEBEC

‘Een groot dorp van overlevers’

[Vervolg van pagina 1] Die geschiedenis gaat van generaal Montcalm, die Nieuw Frankrijk verloor bij een slag bij Quebec-Stad, tot economische onderdrukking van Franstalige arbeiders door Engelstalige kapitalisten, tot de Révolution tranquille (Stille Revolutie) in de jaren zestig en zeventig, waarbij de Québécois emancipeerden. Ook de omstreden uitroep van de Franse president De Gaulle op het Place Jacques Cartier in 1967 staat in dat geheugen gegrift: „Vive le Québec libre!”

Het collectief geheugen van de Québécois wordt wellicht het best verwoord in de spreuk op de nummerplaat van alle auto’s in Québec: je me souviens (ik herinner mij). „Wat herinner je je dan?” is een vaak gestelde vraag. Hoewel ieder daarop zijn eigen antwoord heeft, appelleert de spreuk aan de overleving van een Franse identiteit onder moeilijke omstandigheden.

Om die reden is de erkenning van de Québécois als een natie volgens socioloog Pinard van belang. „Groepen die zich onderdrukt hebben gevoeld, zijn vaak op zoek naar tekenen van erkenning om die minderwaardigheid psychologisch uit te wissen”, zegt hij. „De erkenning van de Québécois als natie is een klein gebaar, geen magische oplossing voor de Canadese eenheidskwestie. Maar als dit soort gebaren eerder waren gemaakt, met minder aarzeling van Engelstalig Canada, zou dat goed zijn geweest.”

Niettemin heeft Pinard moeite met het woord natie, juist omdat het voor verschillende uitleg vatbaar is. In politieke zin kan het synoniem zijn met een staat, een land. André Boisclair, de separatistenleider in Quebec, noemde de erkenning een stap op weg naar onafhankelijkheid, omdat de internationale gemeenschap het recht van naties op zelfbeschikking onderschrijft.

De erkenning van de Québécois als een natie is ook omstreden omdat zij indruist tegen het Canadese streven naar een multiculturele maatschappij, waarin talloze bevolkingsgroepen samenleven op basis van gelijkwaardigheid, ongeacht waar hun voorouders vandaan komen of hoe lang ze al in het land zijn. „Als we de Québécois een natie noemen omdat ze bij de Frans-Canadese stam horen, dan legitimeren we een etnisch beginsel dat eigenlijk te lelijk is voor de 21ste eeuw”, schreef de Canadese historicus Michael Bliss in het dagblad National Post.

Ook Claire Thibault, een Montrealaise van in de 40, huivert om die reden een beetje voor de term natie. „Het doet te veel denken aan nationalisme”, zegt zij aan l’Avenue du Mont-Royal, een drukke straat in Montreal. „Ik identificeer mezelf niet met een natie maar met onze cultuur. Wij zijn van de nieuwe wereld en nemen veel immigranten op. We zijn multicultureel, vooruitstrevend, kijken vooruit.”

Toch bestaat er ook voor Thibault geen enkele twijfel over het feit achter de erkenning. „Natuurlijk is Quebec een natie”, zegt ze. „We zijn een gemeenschap, een groot dorp van overlevers en een hoop originaliteit. Dat weten we zelf, daar hebben we premier Harper niet voor nodig. Zijn erkenning is een symbolisch gebaar.”