Strijden tegen stille armoede

Saskia Noorman-Den Uyl zat sinds 1994 in de Kamer. Ze hield zich vooral bezig met de bijstand. Vandaag verdedigt ze hierover nog een wetsvoorstel.

De nieuw gekozen Kamerleden vergaderden vorige week al met hun fracties. Maar tot morgenmiddag zijn de Kamerleden van vóór de verkiezingen nog in functie. Saskia Noorman-den Uyl (PvdA), Kamerlid sinds 1994 maar nu niet meer herkiesbaar, is vanavond nog in de Eerste Kamer. Ze verdedigt een initiatiefwetsvoorstel waardoor alleenstaande ouders die in deeltijd gaan werken, extra geld krijgen. Ze hebben dan geen bijstand meer nodig. En eind vorige week kwam Noorman-den Uyl met schriftelijke vragen over de AOW. Een man die ze tijdens de verkiezingscampagne was tegengekomen, had haar verteld over de korting op zijn AOW-uitkering, omdat hij met zijn stiefzoon en niet met een biologische zoon in één huis woont.

Collega-Kamerleden noemen Noorman-den Uyl soms drammerig. Zelf zegt ze dat ze „vasthoudend” is en daardoor effectief. Een woord dat ze vaak gebruikt is ‘strategeren’: een strategie bedenken en uitvoeren. En soms is het genoeg om streng te zijn. Op de laatste vergaderdag van de Kamer voor het verkiezingsreces stemde een meerderheid vóór haar wetsvoorstel over bijstandsmoeders met deeltijdbanen. Ze kreeg steun van de Groep-Eerdmans-Van Schijndel, omdat de wet geld oplevert. Net vóór de stemming probeerde een VVD-Kamerlid Eerdmans en Van Schijndel op andere gedachten te brengen. Hij liep naar hen toe. Noorman-den Uyl maakte een woedend gebaar: zo doen we dat niet. De VVD’er ging weer zitten.

Saskia Noorman-den Uyl, dochter van de vroegere PvdA-leider Joop den Uyl, was wethouder van Sociale Zaken en directeur van een sociale dienst. Ze had gezien dat ook in Nederland mensen arm waren. Maar in de tijd dat ze Kamerlid werd, mocht je dat niet zeggen. Armoede, dat was hongersnood in Afrika. Noorman-den Uyl: „Ook in de eigen gelederen werd er zo over gedacht. Want als er armoede was in Nederland, hadden we zelf iets niet goed gedaan.”

Het kwam vooral door haar dat het woord armoede, in Nederland, in 1995 voor het eerst werd genoemd in de Troonrede. „Maar het mocht toen alleen stille armoede heten.” Tot die tijd waren het volgens Noorman-den Uyl vooral de kerken die snapten wat Nederlandse armoede betekende. Pas daarna de politici. Er kwamen ‘armoedeconferenties’, ‘Melkertbanen’, door een motie van Noorman-den Uyl kregen AOW’ers met lage inkomens meer geld. Vanaf de kabinetten-Balkenende kwam daar een eind aan, zegt Noorman-den Uyl: de armen werden armer.

Saskia Noorman-den Uyl was een bekend Kamerlid. Maar niet omdat ze vaak in de krant stond of op televisie was. „Ik was heel lang ‘de dochter van’.”

U zei eerder: „Ik ben in de politiek ‘my own woman’ geworden, maar ook weer niet helemaal.”

„In de Kamer zelf, in het werk dat ik doe, maakt mijn achtergrond niet uit. Op straat zeggen mensen wel vaak: ‘Jij bent er één van Joop.’ Of eigenlijk zeggen ze: ‘Den Uyl’. Het is een volgende generatie.”

Doet het u iets als ze dat zeggen?

„Het veroorzaakt geen vonkje. Ik heb het zo vaak gehoord, het stopcontact is wel dicht geplamuurd. Als ik mijn vader op televisie zie, raakt dat me wel. Ik zie dan éérst mijn vader, dan een hele tijd niks en dan pas een vooraanstaand politicus die veel voor mensen heeft betekend.”