Spoedopname na medicatiefout te voorkomen

Meer mensen belanden in het ziekenhuis na een medicatiefout dan na een verkeersongeval. Sommigen van hen overlijden.

De oogbol van een patiënt wordt verdoofd voor een staaroperatie. Er ontstaat een bloeding achter de oogbol waarna het oog onherstelbaar beschadigd raakt. De oogarts wist niet dat de patiënt ook een bloedverdunner gebruikte. Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal noemde dit vanmiddag als voorbeeld van schade aan een patiënt door een gebrek aan informatie.

Jaarlijks worden ruim twee keer zo veel mensen in het ziekenhuis opgenomen door bijwerkingen en verkeerd gebruik van medicijnen (41.000) als na een verkeersongeval (20.000). Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht in opdracht van de vereniging van ziekenhuisapothekers NVZA en de Orde van Medisch Specialisten bleek gisteren dat bijna de helft van die spoedopnames te voorkomen was geweest als de arts, de apotheker, maar ook de patiënt zelf de medicatie beter in de gaten hadden gehouden. Zoals in deze, veelvoorkomende situaties:

Artsen schrijven ouderen ontstekingsremmers voor zonder daar geneesmiddelen bij te geven die de maag beschermen tegen die ontstekingsremmers.

Ouderen krijgen maandenlang slaapmiddelen voorgeschreven, terwijl ze die hooguit twee weken mogen innemen. Ze vallen daardoor vaker en dan breken ze wat.

Patiënten krijgen plaspillen voorgeschreven omdat ze vocht vasthouden. Wanneer ze diarree krijgen, blijven ze de plaspillen innemen. Ze drogen uit.

Hulpverleners delen in het verpleeg- of verzorgingstehuis de verkeerde pillen uit.

Gedurende 40 dagen werden in 21 ziekenhuizen verspreid over Nederland van alle spoedopnames bekeken of die te te maken hadden met het medicijngebruik van de patiënt. Van de gemiddeld ruim 738.000 spoedopnames per jaar was 5,6 procent gerelateerd aan bijwerkingen van geneesmiddelen en verkeerd gebruik ervan. Bijna de helft daarvan, 19.000, was te vermijden geweest als de behandelende artsen en de apotheker beter en vaker met elkaar over hun patiënten hadden overlegd, zegt Patricia van den Bemt. Zij is ziekenhuisapotheker in Tilburg en onderzoeksleidster aan de Universiteit Utrecht.

Al eerder bleek uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer dat een op de drie chronische patiënten de afstemming tussen hun zorgverleners ‘matig’ of ‘slecht’ vond. Van den Bemt pleit voor „een soort APK-keuring” waarin regelmatig wordt bekeken of patiënten nog wel de juiste medicijnen in de juiste dosering krijgen. Artsen, ziekenhuisapothekers en patiëntenverenigingen pleitten vanmiddag in een gezamenlijke reactie voor een ‘Taskforce Medicatieveiligheid’. „Wat de verkeersveiligheid is voor de minister van Verkeer en Waterstaat moet medicatieveiligheid zijn voor de nieuwe minister van Volksgezondheid”, schrijven zij. Ook zouden bijsluiters volgens oud-minister Els Borst van Volksgezondheid met waarschuwingen moeten beginnen, in plaats van dat die aan het einde staan.

Onder de opnames die niet te vermijden waren, behoren de bijwerkingen die medicijnen nu eenmaal altijd kunnen hebben. Patiënten met kanker bijvoorbeeld krijgen chemotherapie. Dat is heel giftig. Ze moeten daarom wel eens met spoed in het ziekenhuis worden opgenomen. Dat is niet te voorkomen.

Ook overlijden patiënten na medicatiefouten. Ruim 1.250 patiënten komen jaarlijks na medicatiefouten te overlijden. Of ze daaraan overlijden, durven de onderzoekers niet te zeggen. Patricia van den Bemt: „Het zijn ook die ouderen die na te lang slaapmiddelen te hebben geslikt vallen, een heup breken en overlijden aan een ziekenhuisinfectie.”

Wel is het zo dat patiënten die onnodig in het ziekenhuis werden opgenomen, een hogere kans hebben te overlijden, namelijk 6,6 procent, dan de gemiddelde acute ziekenhuispatiënt.

Is het veel: 19.000 onnodige ziekenhuisopnames? Volgens Gerrit van der Wal zijn het er „19.000 te veel”. Wetenschappers en artsen en apothekers dachten dat het er meer zouden zijn, namelijk 90.000. Zij gingen uit van een meta-analyse van vooral Amerikaanse onderzoeken en die werd vertaald naar de Nederlandse situatie. „We wisten dat er haken en ogen aan die analyse zaten”, zegt Van den Bemt. „Maar we hadden nu eenmaal geen andere gegevens.”